Wie lobbyt waarvoor en met hoeveel geld?

Het Europarlement wil lobbyisten beteugelen. Transparantie en verplichte registratie moeten mogelijke misstanden voorkomen. „Er is hier geen Abramoff.”

De geest van de veroordeelde lobbyist Jack Abramoff plaagt Brussel. De tot dan toe invloedrijkste lobbyist in de Verenigde Staten bekende in 2006 voor veel geld politici te hebben verwend en omgekocht in ruil voor politieke steun. Later werd hij veroordeeld tot vijf jaar en tien maanden. ‘Brussel’, de hofleverancier van nieuwe wetten in 27 lidstaten, huivert bij de gedachte dat Europa zijn eigen Abramoff zou kunnen voortbrengen.

Lobbyisten zijn dezer dagen zelf het onderwerp van lobbywerk. Vooral lobbyisten van non-gouvernementele organisaties (ngo’s) lobbyen voor strenge regels voor lobbygroepen werkzaam in Brussel. Zij vinden dat vooral de kapitaalkrachtige industrie onevenredig veel macht uitoefent op de besluitvorming.

Het Europees Parlement stemde vandaag met een overgrote meerderheid in met strenge maatregelen voor lobbyisten, mede op voorstel van de voormalige conservatieve Finse europarlementariër Alexander Stubb. Ngo’s hebben de afgelopen tijd intensief gelobbyd voor deze strengere regels. Meer transparantie moet het vertrouwen van de Europese burger in de politiek vergroten. Net als de ngo’s wil ook het parlement een verplichte registratie van elke individuele lobbyist. Daarnaast moet de lobbyist de met zijn werk gemoeide uitgaven in stappen van 10.000 euro bekendmaken.

De maatregelen van het parlement zijn een reactie op de voornemens van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie. De Commissie wil niet zo ver gaan als het parlement. De verantwoordelijke eurocommissaris Siim Kallas (Administratieve Zaken en Fraudebestrijding) neemt, net als de lobbyisten van de kapitaalkrachtige industrie, genoegen met een vrijwillige registratie van lobbygroepen. Volgens de Commissie hoeven ze hun uitgaven ‘slechts’ in stappen van 100.000 euro openbaar te maken. „De voorstellen van de Commissie zetten geen zoden aan de dijk”, meent Paul de Clerck van ‘lobbywaakhond’ Alter-Eu.

Naar schatting tussen de 15.000 en 20.000 belangenbehartigers opereren in en rondom Europese instellingen. Na ratificatie van het Verdrag van Lissabon, dat de bevoegdheden van het Europarlement vergroot, zal het lobbywerk in Brussel alleen maar toenemen, zo is de verwachting. Steeds meer bedrijven, organisaties maar ook nationale en regionale overheden beseffen langzamerhand dat het gros van de wetten tegenwoordig uit Brussel komt, zegt Truus Huisman van Unilever, lobbyist in Brussel. „Dus komt iedereen in Brussel lobbyen. We moeten het kaf van het koren scheiden.” Huisman juicht elke maatregel toe die de transparantie en de kwaliteit van het lobbywerk bevordert. Niet dat er signalen van misstanden zijn, voegt zij eraan toe. „We hebben geen Abramoff-achtige affaires hier.”

Of, zegt ‘lobbywaakhond’ De Clerck, we wéten nog niet dat Europa een Abramoff-achtige affaire heeft. „Juist dankzij een verplichte openbaarmaking van aangewende financiële middelen is de zaak-Abramoff aan het licht gekomen.” ‘Abramoff’ bewijst in de visie van lobbyist en bestuurslid Rogier Chorus van de belangenvereniging van lobbyisten Society of European Affairs Professionals (SEAP) juist dat een verplichte registratie geen waarborg is tegen misstanden. „Ondanks de strenge Amerikaanse regels heeft Abramoff jarenlang zijn praktijken kunnen voortzetten.”

Chorus zegt niet te willen leven in een maatschappij waarin de staat alles regelt. „Van overheidswege opgelegde regels creëren een schijnveiligheid”, zegt hij. Net als journalisten en accountants zijn lobbyisten prima in staat hun eigen boontjes te doppen. Zelfregulering is wat Chorus betreft de oplossing. Lobbyisten kunnen heel goed de werkwijze van de eigen beroepsgroep waarborgen. „Een lobbyist graaft zijn eigen graf als hij politici en ambtenaren met andere middelen dan argumenten probeert te winnen voor een standpunt”, zegt Chorus. „Je verliest je geloofwaardigheid.” Bovendien heeft SEAP gedragsregels opgesteld voor leden. Elk lid volgt verplicht een cursus over de gedragscodes en ethiek. SEAP telt 260 leden, slechts een fractie van het totale aantal lobbyisten in Brussel.

Nu het parlement de voorstellen heeft goedgekeurd, zal een werkgroep bestaande uit leden en vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Commissie en de Raad een voorstel voorbereiden voor gezamenlijke registratie. Ngo’s vrezen een nietszeggend compromis, en op z’n minst een flinke vertraging. „Het parlement moet daarom desnoods ook zijn eigen besluiten uitvoeren, het liefst nog voor het einde van dit jaar”, zegt De Clerck.

Chorus erkent dat de lobbyisten van de ngo’s het Europees Parlement aan hun zijde hebben. De ngo’s mogen deze ronde dan wel hebben gewonnen, hij acht het te vroeg om van een „nederlaag van de industrie” te spreken. Hij rekent nog op commissaris Kallas. „Wij geven de hoop niet op.”