Voor 1,5 cent tegen de Soester Eng opfietsen

De elektrische fiets is voor bejaarden. Maar de E-bike wordt ook populair onder forensen en als fiets met twee kinderzitjes. Hoopt de fietsindustrie.

De Soester Eng, een zandstuwwal waarop nog boeren boeren, bleek een ideaal testterrein voor de elektrische fiets. Vooral op een zonnige, al warme zaterdagmorgen. Soest lijkt om de Eng heen gebouwd. Molen de Windhond vormt de skyline. En de Dalweg, de Molenweg, Molenstraat en de Veldweg hebben hellingen die op een gewone fiets inspanning vergen. Op een elektrische fiets zeil je er moeiteloos tegenop.

Zonder zweet wisselde ik fietsen bij fietsenwinkel Profile Soest, waar zeven merken klaar stonden voor een proefrit. „Vorig jaar zijn in Nederland circa 60.000 elektrische fietsen verkocht”, zegt rijwielhandelaar Dirk Boshuis. „Dat is bijna 5 procent van de 1,2 tot 1,3 miljoen fietsen die jaarlijks worden verkocht. De industrie denkt dat dit percentage kan stijgen naar 10 procent per jaar.”

De omzet van de elektrische fietsen steeg de laatste jaren met dubbele cijfers. En wie eenmaal de modellen kent en weet dat die onopvallende pakketjes aan het frame batterijen zijn, ziet ze overal. Vooral als de zon schijnt. Vaak per twee, met een ouder, recreërend echtpaar in de buurt.

Boshuis: „De elektrische fiets zit heel erg in het hoekje van de bejaarden. Maar eigenlijk is het ook een prachtig vervoermiddel voor het woon-werkverkeer. Wie een ritje in de frisse buitenlucht verkiest boven een autorit, niet bezweet aan wil komen, de file wil passeren en te ver van het werk woont voor de gewone fiets, moet eens aan een elektrische fiets denken. Je rijdt dan voor 1,5 cent per kilometer, bij acht- tot tienduizend kilometer per jaar.” Daar kan geen auto tegenop, wil hij maar zeggen.

En hij zou graag elektrische fietsen verkopen aan moeders die met kinderen op voor- en achterzitje door het dorp fietsen. „Die trappen zich helemaal wezenloos en kunnen wel een zetje gebruiken.”

Elektrische fietsen zijn er van 1.099 tot 2.999 euro. Het prijsverschil zit in de techniek en de kracht van de batterij die de actieradius bepalen, en verder in de uitvoering van de gewone fiets.

Boshuis: „De meeste mensen kiezen op uiterlijk, met hun budget in hun achterhoofd. Maar er zijn een paar dingen belangrijk. Heb je een fietsenberging zonder stopcontact, dan moet je een fiets kopen waar je de batterijen van af kunt halen om ze in huis op te laden.”

Sparta, Batavus en Koga – de Nederlandse merken van het Accell-concern – hebben de batterijen in de schuine framebuis gezet. Die zijn niet makkelijk te verwisselen. Andere merken hebben makkelijk afneembare batterijen, met het formaat van een pak vruchtensap.

Sparta, het merk dat de moderne elektrische fiets in Nederland ontwikkelde, heeft dit jaar een nieuw model met lage instap waarbij de batterijen in tassen zitten die aan de bagagedrager kunnen worden gehaakt. Giant heeft dat systeem ook.

Ook van belang bij de keus voor een elektrische fiets is de lichaamslengte. De goedkope merken hebben doorgaans weinig keuze in framemaat. Het (dure) Zwitserse merk Flyer levert een fiets met kleinere, 26 inch wielen.

Op de dure fietsen kun je meer elektrisch ‘ondersteunde’ kilometers afleggen. De actieradius varieert van 30 tot 100 kilometer, maar is sterk afhankelijk van de hoeveelheid ‘gas’ die je geeft.

Steeds meer restaurants op toeristische routes hebben een oplaadpunt. De fietsers aan de lunch, de fiets aan de stroom. En ten slotte, ere wie ere toekomt: de Sparta Ion gleed het soepelst over de glooiingen van de Soester Eng.