Vlaamse dorpen zijn verfransing beu

Vlaamse politici kunnen vandaag proberen te stemmen over opsplitsing van het kiesdistrict ‘BHV’. Opnieuw crisis in België. „Waar zijn we mee bezig?”

Wezembeek-Oppem is niet ver van de Belgische hoofdstad Brussel, waar de afgelopen dagen een nieuwe politieke crisis in de maak was. Je kunt er vanuit de stad zelfs met de tram naartoe. Maar het lijkt een andere wereld. Wezembeek-Oppem (ruim 13.000 inwoners) is groen, schoon en welvarend. Wandelend door het ‘centrum’ kun je een haan horen kraaien.

De slager in een van de hoofdstraten heeft halverwege de ochtend niet één klant. Heeft hij misschien tijd voor een paar vragen over politiek? „Dat interesseert me niet”, zegt hij in het Frans.

Ook de politiek lijkt ver weg, al is Wezembeek-Oppem wel een van de gemeenten waarover een conflict gaat dat de Belgische politiek al jaren verdeelt. Een conflict dat vandaag of morgen kan leiden tot de val van de regering van premier Yves Leterme, die vlak voor Pasen, ruim negen maanden na de verkiezingen, tot stand kwam.

Voor de Franstalige gemeenteschool staat een geit. La Fermette heet de school – het boerderijtje. „Ik vraag me af waar we mee bezig zijn”, zegt directrice Ariane Calmeyn. „Als je naar de radio luistert dan lijkt het alsof alles communautair is. Ik geloof niet dat het de mensen hier veel bezighoudt.”

La Fermette is de droom van iedere ouder: een nieuw schoolgebouw, een ruime speelplaats en schone lucht in overvloed. Zo zien de scholen in Brussel er niet uit. De afgelopen decennia zijn nogal wat Brusselaars die het konden betalen in de groene gemeenten rond de stad gaan wonen.

Dat is een ‘probleem’: veel van de inwoners zijn Franstalig, maar de gemeenten rond Brussel horen bij Vlaanderen. Zo ook Wezembeek-Oppem. Vlamingen vormen er nu een minderheid.

De taalgrens werd definitief vastgelegd in de jaren zestig en staat niet echt ter discussie. De politieke twist gaat vooral over de vraag: op wie mogen de Franstaligen in de Vlaamse randgemeenten van Brussel stemmen?

Bij verkiezingen in België moeten partijen lijsten opstellen per kiesdistrict. Die kiesdistricten horen bij Vlaanderen óf Wallonië. Er is één uitzondering: Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV). Dat bestaat uit Brussel (1 miljoen inwoners) plus 35 omliggende gemeenten (600 inwoners) – Vlaamse gemeenten, waaronder Wezembeek-Oppem. De Franstalige kiezers (circa 70.000) in die gemeenten kunnen daar stemmen op de kopstukken van Franstalige partijen die in Brussel wonen.

Vlaamse politici zijn al jaren ongelukkig met de situatie. Ze zeggen dat die de ‘verfransing’ van de gemeenten rond Brussel in de hand werkt. Daarom willen ze ‘BHV’ splitsen, en de Vlaamse gemeenten losmaken van het Brusselse kiesdistrict.

Jan Walraet woont sinds 1974 in Wezembeek-Oppem. De gemeente is veranderd, zegt hij „Ik zie het in mijn straat. Er wonen nog maar twee Vlamingen. En de laatste tijd zie je ook steeds meer ééntalige opschriften op winkels. Dat was dertig jaar geleden ondenkbaar.”

Walraet is lid van het CD&V, de partij van de Vlaamse christen-democratische premier Leterme. Hij zit in de gemeenteraad namens ‘Open’, een verzamellijst van alle Vlaamse partijen. De Franstalige politici in Wezembeek-Oppem, die óók samen fractie vormen, hebben de absolute meerderheid. De Vlaamse gemeente heeft daardoor een Franstalige burgemeester, François van Hoobrouck d’Aspre, en Franstalige wethouders.

Rond de burgemeesters van Wezembeek-Oppem en twee andere Vlaamse gemeenten (Kraainem en Linkebeek) is ook al maanden een politiek steekspel aan de gang. Sinds de raadsverkiezingen van oktober 2006 wachten ze op hun benoeming. Ze zijn nu ‘waarnemend’. Ze hadden voor de verkiezingen ‘oproepingsbrieven’ verstuurd in het Frans. Dat mag, want de drie gemeenten zijn ‘faciliteitengemeenten’. Franstaligen hebben daar meer rechten dan in gewone Vlaamse gemeenten. Alleen: ze moeten wel eerst een verzoek indienen om hun oproepingsbrief in het Frans te krijgen.

Volgens de Vlaamse regering overtraden de drie burgemeesters voor de zoveelste keer de taalwet. Ze weigerde hen te benoemen – tot woede van Franstalige politici. De gemeenteraden droegen de burgemeesters opnieuw voor. Daardoor is er nu een patstelling.

De burgemeestersbenoeming is één van de problemen die politici niet konden oplossen en daarom maar voor zich uit schoven. Net als BHV. Vandaag kunnen de Vlamingen voor het eerst in de Kamer proberen te stemmen over het omstreden kiesdistrict. Ze dreigen hun meerderheid in het parlement te gebruiken. De Franstaligen hebben dat maandenlang tegengehouden met een wettelijk vertragingsmechanisme. Onlangs lieten ze plotseling weten hiermee op te zullen houden.

De afgelopen dagen werd enkele keren tot laat overlegd over een procedure waarmee de stemming zou kunnen worden uitgesteld. Dat overleg ging nog niet eens over de inhoud van het probleem: de splitsing van BHV. Het wantrouwen in de regering zit diep.

Grote vraag is: waarom hebben de Franstaligen de kwestie nu op de agenda gezet? Een veelgehoorde verklaring is dat ze een prijs willen voor nieuw uitstel. Bijvoorbeeld de benoeming van de drie burgemeesters. Vanmorgen leek het erop dat de stemming op de een of andere manier weer zou worden uitgesteld.

Maakt het voor Wezembeek-Oppem veel uit als BHV wordt gesplitst? „Nee”, denkt directrice Ariane Calmeyn van La Fermette. „Als de school maar blijft bestaan.” Franstalig onderwijs is ook een ‘faciliteit’ in Wezembeek-Oppem. In een gewone Vlaamse gemeente kunnen Franstaligen geen school opzetten met overheidsgeld. De bijzondere positie van La Fermette betekent extra werk voor Calmeyn: de Vlaamse overheid betaalt bijvoorbeeld de salarissen, maar pedagogisch is La Fermette een Franstalige school die voldoet aan de Franstalige eindtermen.

Ronald Cools denkt wel dat er iets verandert wanneer BHV wordt gesplitst. „Het wordt voor Franstaligen duidelijker waar de taalgrens ligt”, zegt hij. „Nu merken ze daar weinig van.” Cools is voorzitter van de Vlaamse cultuurraad van Wezembeek-Oppem, die 42 verenigingen vertegenwoordigt.

Hebben de politieke spanningen in Brussel het afgelopen jaar iets veranderd in de gemeente? De lokale politici zijn wat meer gespannen, zegt Ronald Cools. Hij merkt het bijvoorbeeld als hij de Franstalige bestuurders moet vragen een school te gebruiken voor een activiteit. „Het is soms vreselijk moeilijk om iets gedaan te krijgen. Ik denkt dat dat komt door het grotere politieke spel.”

Maar verder leven Vlamingen en Franstaligen vreedzaam langs elkaar heen. Ze hebben hun eigen verenigingen, hun eigen parochies. Geweld is ook ver weg in Wezembeek-Oppen. „We roepen en we schreeuwen af en toe”, zegt Ronald Cools. „Maar de taalstrijd blijft een woordenwisseling.”