Tijd om de zware jongens aan te pakken

Drugscriminaliteit kan niet worden uitgeroeid, maar wel beheersbaar gemaakt.

De aanpak van de Wallen in Amsterdam is het voorbeeld.

Ze blijven nog steeds te veel buiten schot, de grote jongens achter de illegale wietteelt, zei de voorzitter van het College van procureurs-generaal, Harm Brouwer, gisteren bij de presentatie van het jaarverslag van het Openbaar Ministerie (OM). „Je kunt wel straat na straat schoonvegen, op zoek naar illegale wietplantages. Maar het is belangrijker de zware jongens achter de wietteelt aan te pakken.”

De manier waarop de illegale wietteelt wordt bestreden – en in het kielzog daarvan de aanlevering van softdrugs aan coffeeshops – is symptoombestrijding, zo schrijft de top van het OM in het jaarverslag. De grote bazen blijven te veel buiten schot, terwijl het nog steeds eenvoudig is om een wietplantage op te zetten.

Maar die verzuchting mag volgens Brouwer niet worden uitgelegd als een verkapt pleidooi voor legalisering. „Wie dat roept, maakt het zichzelf zo ongelofelijk gemakkelijk. We hebben daarover afspraken met buurlanden en er zijn door Nederland verdragen ondertekend, zowel in Europees als in VN-verband. Wil je legaliseren, dan moet je ook die verdragen opzeggen. En die zijn er juist voor de criminaliteitsbestrijding in het algemeen. Gooi je dan niet het kind met het badwater weg?”

Brouwer wil wel zwaar inzetten op de aanpak van de georganiseerde criminaliteit achter de wietteelt in woonhuizen. „Door bijvoorbeeld de bedrijfsprocessen achter die industrie in kaart te brengen. En daarna niet alleen de politie in te schakelen, maar ook de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Arbeidsinspectie en het lokaal bestuur. Breng vooral in kaart wat er achter de schermen gebeurt in bordelen en in dat huis met 150 plantjes op zolder.”

Brouwer wijst op de manier waarop de Amsterdamse burgemeester Cohen op de Wallen dergelijke praktijken aanpakt. „Je kunt de zware criminaliteit niet met huid en haar uitroeien, maar wel beheersbaar maken. Bij de wietteelt moet het niet gaan om iemand die met wat plantjes een centje bijverdient, maar om de criminele industrie erachter.”

Brouwer stelde de aanpak van de vastgoedfraude als voorbeeld. Bij verdachten is inmiddels voor meer dan honderd miljoen euro aan conservatoir beslag gelegd. „Dat is vermoed crimineel vermogen dat na een veroordeling gelijk gecasht kan worden.” Volgens Brouwer zijn dat succesvolle stappen. „Dat geldt niet alleen voor de witteboordencriminaliteit, maar ook voor de aanpak van de zware, georganiseerde criminaliteit. Kijk maar: zijn bijvoorbeeld liquidaties in de onderwereld nog steeds aan de orde van de dag?”

De omvang van de criminaliteit is vorig jaar stabiel gebleven, maar de zwaarte van de misdrijven ging omlaag. Zo daalde het aantal veroordelingen voor moord of doodslag. Brouwer zei zich zorgen te maken over de stijging van de jeugdcriminaliteit. Het aantal minderjarige verdachten steeg tot 33.000 jongens en 7.000 meisjes. Met name die laatste groep groeide fors: met 55 procent in vergelijking met 2002. „De meisjes zijn bezig met een inhaalslag”, aldus Brouwer. „Blijkbaar vertonen ze steeds vroeger volwassen gedrag, ook op crimineel terrein.”

Bij meer dan de helft van de criminele jongeren gaat het om 16- en 17-jarigen. Het aantal plegers van criminele feiten van onder de dertien is stabiel gebleven. Justitie wil die criminaliteit onder jongeren aanpakken door harder op te treden. „Geen soft gedoe meer en een zoveelste kans, maar eerder ingrijpen en sneller voor de rechter brengen.” Vorig jaar liepen 11.000 jongeren tegen de lamp wegens spijbelen, van wie tweederde inmiddels voor de rechter is geweest. Volgens Brouwer is dat een noodzakelijke aanpak. „Spijbelen is een eerste stap richting een criminele loopbaan.”

Het Openbaar Ministerie boekte vorig jaar een opmerkelijk succes met de jacht op voortvluchtige veroordeelden die aan hun straf willen ontkomen. Een speciaal daarvoor opgericht ‘Team Executie Strafvonnissen’ maakt sinds vorig jaar gebruik van speciale opsporingsmethoden en heeft daarmee 120 voortvluchtigen in binnen- en buitenland in het vizier. Dat is zo’n 10 procent van het totaal.

Het OM wordt door de rechter vaker in het ongelijk gesteld, zo blijkt verder uit de jaarcijfers. Het aantal vrijspraken steeg van 4 procent in 2002 naar 6,7 procent van de 251.000 voor de rechter gebracht delicten, een stijging die geldt voor nagenoeg alle categorieën. Dat is volgens Brouwer niet toe te schrijven aan de kwaliteit van de processen-verbaal of de uitstroom van ervaren rechercheurs. Ook de toename van het aantal ontkennende of zwijgende verdachten is daar niet debet aan. Brouwer schrijft het eerder toe aan de toenemende kwaliteit van de advocatuur en de turbulentie in de nasleep rond de Schiedamse Parkmoord.

Lees het jaarverslag en bekijk alle cijfers via: www.om.nl`