Sommige dingen kun je niet googelen

Op het strand van IJmuiden liep een man met een ezel, waarop hij allerlei tassen had gebonden. Wij liepen een flink eind achter de man en begonnen wild te speculeren. Dat doe je tijdens een strandwandeling: je speculeert wild over alles wat je tegenkomt: de seksuele geaardheid van de andere wandelaars, het levend of dood zijn van een aangespoelde kwal, en of de zon zo misschien gaat verdwijnen.

De man met de ezel stond stil. De ezel wilde niet meer. Hij had zijn hoefjes in het zand geplant, en nu stond de man als een bezetene aan hem te trekken. We haalden ze in. Ik zag dat de tassen die de man op de ezel gebonden had, supermoderne vinyl tassen waren, van die tassen die fietskoeriers ook hebben.

‘Waar gaat u naartoe?’, vroeg ik aan de man. Verder spreek ik nooit iemand aan op het strand of op straat, maar als iemand aan een ezel wandelt vraagt hij erom, vind ik. ‘Hopelijk naar Santiago’, zei de man. ‘Dat dacht ik al’, zei ik. Er leken mij weinig andere bestemmingen te bestaan waar je met een ezel naartoe zou lopen dan Santiago de Compostella. De man leek weinig behoefte aan aanspraak te hebben. ‘Kom Pedro’, zei hij tegen de ezel, en haalde wat gras uit een van de tassen, dat hij dwingend voor Pedro’s neus hield.

‘Ver’, zei ik om ons minimalistische gesprek gaande te houden. ‘Ja, ik ben al vier jaar bezig met de voorbereidingen’, zei de man. Ik stelde het me voor. De aankoop van de ezel. Het bedenken van de naam ‘Pedro’. Het plannen van de route. Het kopen van de koerierstassen.

Hij was nu vijf dagen onderweg, zei de man. Vandaag zou hij IJmuiden-Zandvoort doen, en daar een camping zoeken. ‘Zijn er in Zandvoort campings waar ezels op mogen?’, vroeg ik hem. Dat wist hij nog niet. Sommige dingen kun je niet googelen.

Pedro besloot weer te gaan bewegen, dus het gesprek was afgelopen. Veel later op de middag zag ik ze nog lopen, in de verte op het strand. Ze waren nog steeds niet bij de al dan niet ezelvriendelijke camping.

De weg is belangrijker dan het doel, heb ik een zenboeddhist weleens horen roepen, en zoiets had de man vast ook al vaak tegen zichzelf gezegd, de afgelopen vijf dagen. Maar dit was wel een heel lange weg.