Nieuwe regels voor lobbyisten Brussel

Het europarlement wil lobbyisten beteugelen. Transparantie en verplichte registratie moeten mogelijke misstanden voorkomen.

De sector wil zelfregulering.

De geest van Jack Abramoff spookt dezer dagen door menig Brussels achterhoofd. De tot dan toe invloedrijkste lobbyist van de Verenigde Staten bekende in 2006 voor veel geld politici te hebben verwend en omgekocht in ruil voor hun politieke steun. ‘Brussel’, hofleverancier van nieuwe wetten in 27 lidstaten, huivert bij de gedachte dat Europa zijn eigen Abramoff zou kunnen voortbrengen.

Lobbyisten zijn dezer dagen zelf het onderwerp van lobbywerk. Vooral lobbyisten van non-gouvernementele organisaties (ngo’s) maken zich sterk voor strenge regels voor lobbygroepen werkzaam in Brussel. Zij vinden dat vooral de kapitaalkrachtige industrie onevenredig veel macht uitoefent op de besluitvorming.

Naar verwachting zal het Europees Parlement vandaag met een overgrote meerderheid strenge regels voor lobbyisten aannemen, mede op voorstel van de voormalige conservatieve Finse europarlementariër Stubb.

Meer transparantie moet het vertrouwen van de Europese burger in de politiek vergroten. Net als de ngo’s wil ook het parlement een verplichte registratie van elke individuele lobbyist. Daarnaast moet de lobbyist ook de gelden die met het lobbywerk zijn gemoeid, in stappen van 10.000 euro bekendmaken.

Het parlement stelt de maatregelen voor als reactie op voornemens van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie. De Commissie gaat niet zo ver als het parlement. Verantwoordelijke eurocommissaris Siim Kallas (Administratieve Zaken en Fraudebestrijding) neemt, net als de lobbyisten van de kapitaalkrachtige industrie, genoegen met een vrijwillige registratie van lobbygroepen. En van de Commissie hoeven bestedingen ‘slechts’ in stappen van 100.000 euro openbaar gemaakt te worden. „De voorstellen van de Commissie zetten geen zoden aan de dijk”, meent Paul de Clerck van ‘lobbywaakhond’ Alter-Eu.

Naar schatting opereren tussen de 15.000 en 20.000 belangenbehartigers in en rondom Europese instellingen. Steeds meer bedrijven, organisaties, maar ook nationale en regionale overheden, beseffen langzamerhand dat het leeuwendeel van de wetgeving tegenwoordig uit Brussel komt, zegt Truus Huisman van Unilever, lobbyist in Brussel. „Dus komt iedereen in Brussel lobbyen. We moeten het kaf van het koren scheiden.” Zij juicht elke maatregel toe die de transparantie en de kwaliteit van het lobbywerk bevordert. Niet dat er signalen zijn dat er misstanden zijn, voegt zij eraan toe. „We hebben geen Abramoff-achtige affaires hier.”

Of, zegt lobbywaakhond De Clerck, we weten nog niet dat we Abramoff-achtige affaires hebben. „Juist dankzij een verplichte openbaarmaking van aangewende financiële middelen is de zaak-Abramoff aan het licht gekomen.”

‘Abramoff’ bewijst in de visie van lobbyist en bestuurslid Rogier Chorus van de belangenvereniging van lobbyisten Society of European Affairs Professionals (SEAP), juist dat een verplichte registratie geen waarborg is tegen misstanden. „Ondanks de strenge Amerikaanse regels heeft Abramoff jarenlang zijn praktijken kunnen voortzetten.”

Zelfregulering is voor Chorus dé oplossing. Lobbyisten, zo meent Chorus, zijn prima in staat de werkwijze van de eigen beroepsgroep te waarborgen. Een lobbyist verliest zijn geloofwaardigheid als hij politici en ambtenaren met andere middelen dan argumenten wil winnen voor een standpunt, meent hij. Bovendien heeft SEAP (260 leden) gedragsregels opgesteld voor leden. Elk lid moet verplicht een cursus over de gedragscodes en ethiek volgen.

Naar verwachting zal na de goedkeuring van de voorstellen door het parlement een werkgroep worden opgericht. Vertegenwoordigers van Europarlement, Commissie en Raad zullen een voorstel over een gezamenlijke registratie voorbereiden.

Chorus onderkent dat de lobbyisten van de ngo’s het Europees Parlement aan hun zijde hebben. De ngo’s mogen deze ronde hebben gewonnen, hij acht het te vroeg om van een „nederlaag van de industrie” te spreken. Hij rekent nog op eurocommissaris Kallas. „Wij geven de hoop niet op.”