Na 20 jaar in beeld: Koemans kont in Hamburg

Sinds 1988 is veelvuldig gesproken over een incident waarbij voetballer Ronald Koeman een hoofdrol speelde.

Eindelijk is het – voor het eerst in Nederland – in beeld.

Koeman met het shirt van Thon. Links Gerald Vanenburg (7), op de achtergrond Wim Kieft (14) en Frank Rijkaard (17). Foto Norbert Rzepka Ronald Koeman met het shirt van de Duitser Olaf Thon. Links Gerald Vanenburg (7), op de achtergrond Wim Kieft (14) en Frank Rijkaard (17). Foto Norbert Rzepka Koeman met het shirt van Thon. Links Gerald Vanenburg (7), op de achtergrond Wim Kieft (14) en Frank Rijkaard (17). Foto Norbert Rzepka RZ//Fußball-Europameisterschaft Halbfinale1988: Deutschland - Holland 1:2 UBz: Nach dem Sieg über Deutschland wischt sich Hollands Ronald KOEMAN mit dem Trikot der deutschen Nationalmannschft den Hintern ab. ? Copyright by: Norbert Rzepka E-mail: Rzepka-Pressefoto@t-online.de Tel: 02104-13177 Fax: 02104-13591 40822 Mettmann, Haydnstrasse 38 Postbank Hannover 293152-301 BLZ 250 100 30 Rzepka

Een jaar geleden zat ik tegenover hem, zijn ogen glinsterden. Zijn elftal, PSV, was kort daarvoor landskampioen geworden. Maar er was meer aan de hand. Het glinsteren hield verband met het gespreksonderwerp, een veel besproken incident uit 1988. In de ogen van Ronald Koeman een mini-incidentje, het bespreken eigenlijk niet waard, voor anderen een onvergetelijk voorval.

Na afloop van de halve finale tegen West-Duitsland op het Europees kampioenschap had de 25-jarige voetballer Koeman zijn billen afgeveegd met het shirt van zijn tegenstander Olaf Thon. Met een twinkeling zei trainer Koeman vorig jaar haast opgelucht dat er geen foto van bestond. Met een gespeelde twinkeling kon ik het tegendeel beweren. Ik had de foto met eigen ogen gezien, op de Duitse tv, tijdens een uitzending waarin ik had gesproken over de Nederlands-Duitse voetbalrivaliteit.

Ik was er zelfs een beetje van geschrokken. De onverwachte confrontatie met een beeld van iets wat je alleen kent van horen zeggen, doet iets met je. Alsof het dan pas echt is gebeurd. Zonder dat iemand het voorval ooit in twijfel heeft getrokken, besef je bij het zien van de foto pas werkelijk ten volle: ja, hij heeft het gedaan. Het bestempelt de foto tot een document van historische waarde.

Merkwaardig genoeg is de foto voor zover bekend nooit eerder in Nederland gepubliceerd. De foto is voor Nederlanders ook niets om trots op te zijn. Met de andere juichende kampioenen en supporters in 1988 wel natuurlijk, als het even kan ondersteund door de klassiek geworden hymne van André Hazes: ‘Wij houden van Oranje’. Helaas voor iedereen met een nostalgisch Oranjehart: hier is de foto, kijk maar goed.

Het incident duurde niet lang, maar lang genoeg om ooggetuigen met afschuw te vervullen. Bondsofficials zagen het, toeschouwers, journalisten, en de meesten vonden het geen fijn gezicht. Het ruilen van shirtjes is een ritueel van mannen onder elkaar, een blijk van verbroedering en vergiffenis, van wederzijds respect. Je kont afvegen met zo’n shirt is het tegendeel daarvan. Dieper en laffer kun je een tegenstander niet vernederen. Vandaar dat het altijd weer wordt aangehaald: de aanblik shockeerde. Zelfs vader Martin sprak zijn zoon er nog diezelfde avond in Hamburg op aan.

De foto was een toevalstreffer. Het fotografenechtpaar Norbert en Barbara Rzepka was al bezig de camera’s in te pakken, toen de Nederlandse overwinnaars in polonaise terugkwamen op het veld. Snel pakten ze de boel weer uit en begonnen ze lukraak zoveel mogelijk plaatjes te schieten. Het was ook een mooi tafereel. In dolle vreugde gingen de Nederlandse helden en hun verzorgers langs de hekken. Ruud Gullit en Frank Rijkaard huppelden met de armen over elkaars schouders, Marco van Basten, Willem Kieft, Gerald Vanenburg, en alle supporters in het Volksparkstadion: ze vierden iets wat het sportieve mijlen oversteeg. De grenzeloze euforie na de 2-1 overwinning op het gastland betrof meer dan alleen het bereiken van de finale, veel meer. De Hollanders vierden wat zij voelden als wraak. Eindelijk het ‘onrecht’ van de verloren WK-finale van 1974 weggepoetst, eindelijk de mof verslagen, de mof in de breedste zin van het woord. Eindelijk had opoe haar fiets terug.

Dinsdag 21 juni 1988 ontaardde in een bevrijdingsdag. De mensen konden niet binnenblijven, niet in hun huiskamers en niet in de kleedkamer van het Volksparkstadion. De straat op moesten ze, de open lucht in, iedereen omarmen. Oudere generaties hadden het idee dat mei 1945 werd overgedaan. In de roes van de overwinning liet het Nederlandse volk zich gaan in een blijdschap met een kwaadaardig randje. Koemans rancuneuze daad symboliseerde die stemming wonderbaarlijk goed, of hij dat nou leuk vond – en vindt – of niet. Toen meenden Nederlanders zich alles te kunnen veroorloven tegenover Duitsers, de zowel economisch als sportief jaloersmakend succesvolle buren met hun duistere verleden.

De als vervelend beschouwde Mannschaft van 1988 vormde ook nog eens het perfecte excuus voor de handeling die Barbara Rzepka deze avond in Hamburg pardoes vastlegde. Ze deed maar wat, net zoals de voetballers op het veld vaak maar wat doen, intuïtief. Het doelpunt vlak voor tijd van Marco van Basten was een combinatie geweest van vakmanschap, instinct en geluk, deze foto was dat ook. Norbert en Barbara Rzepka fotografeerden al twaalf jaar als freelancers, ze hadden ervaring op tal van sportevenementen, van voetbaltoernooien tot de Olympische Spelen. Pas de volgende dag bij het ontwikkelen van de rolletjes zag de 38-jarige Barbara Rzepka wat ze had gedaan: een tafereel vereeuwigen waarover veel mensen het hadden. Niet alleen in Nederland, ook in Duitsland. Jaren later was Olaf Thon er nog steeds vol van. Toen hij teamgenoot werd van Jan Wouters, bij Bayern München, deed Thon nogmaals zijn beklag. Wouters antwoordde dat Ronald Koeman het vast niet zo persoonlijk had bedoeld. Wat ook zo was; Thon was een vriendelijke en kleine middenvelder die Koeman niets had misdaan.

Maar juist het ontbreken van persoonlijke bedoelingen onderstreepte de symbolische waarde van het gebaar. Het ging Koeman natuurlijk niet om Thon, het ging om dat gehate witte shirt van hem. Om het team, om Lothar Matthäus en al die andere aanstellers, om de Duitse supporters met hun opgestoken middelvingers. En om – mogen we zo vrij zijn – het Duitse volk? Nee, dat ontkende hij. Wel sprak hij onomwonden van ‘haatgevoelens’. Vier dagen, na de gewonnen finale tegen de Sovjet-Unie, zei hij: „Ik geef toe, ik mág zoiets niet flikken. Maar om nou te zeggen dat ik er veel spijt van heb. Nou, nee.”

Omdat het incident hoe dan ook iets zei over de verhouding tussen de twee naties, nodigde de burgemeester van Aken hem uit voor een gesprek. De burgemeester schreef dat de relatie tussen beide landen te lijden had onder zulke provocaties en dat grensgemeenten als Aken daarvan de dupe werden. Of Lieber Herr Koeman eens wilde langskomen. Maar daar ging Koeman niet op in. „Het is eigenlijk voor mij onvoorstelbaar dat die gebeurtenis zo naar buiten is gekomen”, zei Koeman vorig jaar tegen mij, als reactie op het bestaan van de foto. „Door zo’n jubelstemming op het veld denk je even niet normaal. Aan de andere kant: een domme actie op één moment moet je niet opblazen. Maar goed, als ik weer eens in Duitsland speelde, waren er meteen fluitconcerten en dergelijke. En het betekent wel dat ik nooit voetbaltrainer in Duitsland zal worden. Even los van de vraag of ik dat wel wil. Trainen in Duitsland trekt me niet zo.”

Vandaag publiceert Auke Kok zijn nieuwe boek 1988, Wij hielden van Oranje (Uitgeverij Thomas Rap).