Kritiek op OM in moordzaak-Pongs

De Limburgse hoogleraar H. Crombag laakt het optreden van het Openbaar Ministerie in Maastricht in de moordzaak van opticien Isabella Pongs.

„Het OM moet zijn aandacht richten op het vinden van de werkelijke moordenaar van de Limburgse en niet in hoger beroep gaan tegen het vonnis waarmee de twee verdachten van deze moord vorige week zijn vrijgesproken”, zegt professor H. Crombag, sinds zijn pensioen honorair hoogleraar gedrags- en maatschappijwetenschappelijke bestudering van het recht aan de Universiteit Maastricht.

Hiermee reageert hij op het besluit van het OM, vanochtend, om hoger beroep tegen de vrijspraak aan te tekenen. De rechtbank sprak de twee mannen vorige maand vrij wegens gebrek aan bewijs en uitte bovendien kritiek op de gebruikte verhoortechnieken. De twee kwamen twee jaar na de moord in beeld als verdachten na getuigenverklaringen over opmerkingen die zouden kunnen duiden op betrokkenheid van de twee.

De rechtbank meent dat de gebruikte verhoortechnieken onvoldoende rekening hielden met de kwetsbare positie van beide zwakbegaafde mannen. Daarbij baseerde de rechtbank zich onder meer op verklaringen van psycholoog en docente aan de landelijk rechercheopleiding, J. van der Sleen.

Zij oordeelde na bestudering van de bandopnames van de verhoren dat het risico van beïnvloeding door de verhorende rechercheurs groot is geweest, waardoor de afgelegde verklaringen waarschijnlijk vals zijn.

„Met die vrijspraak is het probleem niet opgelost”, aldus Crombag. „Want er is wel iemand vermoord zonder dat de dader bekend is. De rechtbank was in haar vonnis duidelijk in haar overtuiging dat er geen spoor voorhanden is waaruit de betrokkenheid van deze mannen zou blijken. Het Gerechtshof in Den Bosch zal daar waarschijnlijk niet anders over oordelen. Zoek dan de werkelijke dader.”

Het Openbaar Ministerie stelt dat de twee in hun verklaringen details hebben prijsgegeven die alleen de daders kunnen weten.