Het menselijke gezicht van de veiligheidsdienst

In opdracht van de AIVD sprak kunstenares Jill Magid met achttien AIVD’ers.

De codetaal bij de geheime dienst was soms erg poëtisch.

Zo zou een spion eruit kunnen zien: „Zijn roodbruine haar wordt in bedwang gehouden met gel. Hij rijdt in een oude donkergrijze Audi die hij zelf zwart noemt. Hij is 38 jaar oud, heeft grijze bakkenbaarden en een extreem groot voorhoofd. Hij heeft geschiedenis gestudeerd. Als hij telefoneert dan stottert hij.”

Maar een spion zou ook heel goed een vrouw met een puntneus en kort wijnrood geverfd stekelhaar kunnen zijn, zo blijkt uit de notities van de Amerikaanse kunstenaar Jill Magid (1973). Achttien omschrijvingen van geheim agenten hangen aan de muren van het Haagse kunstcentrum Stroom. En allemaal geven ze gevoelige details prijs van mensen die normaal gesproken juist zo onzichtbaar mogelijk willen blijven: de medewerkers van de Algemene Inlichtingen en Veiligheids Dienst (AIVD).

Jill Magid weet hoe spionnen ogen, praten en zich gedragen. In de afgelopen drie jaar voerde ze urenlange gesprekken met de achttien AIVD’ers. Ze deed dat, opmerkelijk genoeg, in opdracht van de AIVD zelf. In 2005 werd Magid gevraagd om een kunstwerk te maken voor het hoofdkantoor van de AIVD in Zoetermeer. Het pand moest ingrijpend worden gerenoveerd en dankzij de percentageregeling voor kunst bij rijksgebouwen was er een budget voor een kunstopdracht. Het kunstwerk moest de AIVD ‘een menselijk gezicht’ geven.

Dat de keuze op Jill Magid viel is niet zo vreemd. De Amerikaanse, die in 2001 en 2002 aan de Rijksakademie verbleef, heeft in korte tijd naam gemaakt met intelligente kunstprojecten die gaan over veiligheid en privacy. Zo werkte ze voor haar bekendste werk Evidence Locker (2004) samen met het beveiligingsbedrijf CityWatch uit Liverpool, verantwoordelijk voor het cameratoezicht in de stad. Magid liet zich een maand lang door de camera’s filmen en bouwde intussen een innige relatie op met de agenten die haar begluurden. Twee jaar later sloot de kunstenaar vriendschap met een New Yorkse politieman, om hem vervolgens vijf maanden lang te vergezellen tijdens nachtelijke patrouilles. Over die tochten publiceerde Magid in 2007 de novelle Lincoln Ocean Victor Eddy.

„In mijn werk ga ik intieme relaties aan met onpersoonlijke machtsstructuren”, legt Jill Magid uit. „Ik ben geïnteresseerd in de psychologische kant van machtsrelaties, en in de erotiek die daarbij hoort. De meeste mensen hebben een haat-liefdeverhouding met instanties als de AIVD. We staan er allemaal kritisch tegenover, maar tegelijkertijd heeft zo’n geheime dienst ook iets heel verleidelijks. Omdat je niet weet wat er gebeurt. Ik heb geprobeerd daar toch binnen te dringen.”

Magid deed de AIVD een ongebruikelijk voorstel. „Ik zei: ik ga geen kant-en-klaar kunstwerk in jullie gebouw neerzetten, maar ik wil dat jullie me inhuren. Ik zal de persoonlijke gegevens van jullie geheim agenten verzamelen en die door elkaar mixen, zodat ze niet herkenbaar zijn. Uit al die gegevens zal de menselijke kant van de organisatie rollen.”

De AIVD reageerde in eerste instantie terughoudend. Om in dienst te komen zou Magid volledig gescreend moeten worden, een duur proces dat tien maanden in beslag neemt. Maar Magid bleef aandringen en werd uiteindelijk ingehuurd, als consultant. Ze kreeg een contactpersoon binnen de AIVD, die de afspraken met de geheim agenten regelde. Magid: „Dan belde ze op en zei: ‘Jill, je moet zaterdag om vier uur in het Americain Hotel zijn en daar ontmoet je een man die Vincent heet’.”

Omdat het strikt verboden was de interviews op te nemen, verzamelde ze alle gegevens in dikke notitieblokken. Op de tentoonstelling liggen drie van die schriften veilig opgeborgen in een vitrine. Op de tabbladen zijn nog net de codenamen van de spionnen leesbaar: Miranda voor de vrouwen, Vincent voor de mannen.

Magid noemde haar tentoonstelling Article 12, refererend aan de wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarin staat dat er geen persoonsgegevens mogen worden verwerkt die te maken hebben met iemands religie, levensovertuiging, ras, gezondheid of seksleven. In de interviews vroeg Magid de AIVD’ers daarom specifiek naar deze vijf categorieën. „Het waren soms net therapeutische sessies. De meesten waren heel openhartig. Ik had het gevoel dat ze blij waren dat ze konden praten over dingen waar ze normaal gesproken over moeten zwijgen.

„Mijn opdracht was de organisatie een gezicht te geven. Maar zelf was ik vooral geïnteresseerd in een existentiëlere vraag, namelijk: wat is het gezicht van de macht? Is er iemand die alles overziet en alles weet? Op een gegeven moment heb ik gezegd: ik kan dit kunstwerk niet maken totdat ik van jullie leer hoe ik geheim agent moet zijn. Ik wilde voelen hoe het is om anoniem door het leven te gaan, om geheimen te hebben, om controle te hebben over iemands leven. Dat is namelijk het tegenovergestelde van mijn baan als kunstenaar.”

Dankzij haar doortastendheid slaagde Magid erin veel gesloten deuren te openen. Ze kwam door de screening en kreeg een B+ security clearance: geen toegang tot geheime dossiers, maar meer bevoegdheid dan iemand die op de luchthaven werkt. Ze kreeg een officiële AIVD-archiefdoos met haar eigen onderzoeksnummer #2485536/01. Ze werd zelfs uitgenodigd in het directiekantoor van de afdeling Bijzondere Inlichtingenmiddelen. Maar geheim agent worden ging de AIVD toch te ver.

Wel pikte Magid praktische tips op uit de gesprekken. Met name Vincent IV, met wie ze een hechte band ontwikkelde en die ze liefkozend ‘my guy’ noemt, leerde haar de kneepjes van het vak. Zinsnedes uit hun conversaties keren terug in het werk The Directives, een eindeloze rol papier met richtlijnen waaraan een spion moet voldoen. Afbeelden kon Magid de agenten niet, dus waren hun woorden het enige materiaal dat ze voor haar kunstwerk kon gebruiken. Ze was verbaasd, vertelt ze, over de prachtige terminologie die de AIVD hanteert. „De taal die de agenten gebruikten was vaak heel poëtisch. Iemand zei: ‘Je moet bewijzen dat de witte raaf niet bestaat.’ Ook sprak ik met een man wiens taak het is het web af te speuren naar gevaarlijke zaken. Hij zei tegen mij: ‘Jij doet als kunstenaar eigenlijk hetzelfde als ik. Jij maakt het onzichtbare zichtbaar.’ Dat vond ik heel mooi gezegd.”

Er was een moment dat de AIVD zich zorgen begon te maken over het lief uitziende Amerikaanse meisje dat ze hadden binnengehaald. Magid: „Ik kreeg te horen dat ik een beetje te gevaarlijk begon te worden, al snapte ik niet echt waarom. Het was niet zo dat ik wist wat er in Afghanistan gebeurde. Later begreep ik dat ik gevaarlijk was omdat ik achttien van hun mensen zou kunnen verlinken.”

Magid vertelt dat de opening van de tentoonstelling, vorige week zaterdag, door vijf van ‘haar’ spionnen is bezocht. Vooral de notitieblokken in de vitrines, baarden de AIVD zorgen. Zo bloot wilde de dienst zich blijkbaar ook weer niet geven.

Of ze zelf de afgelopen jaren is afgeluisterd of gevolgd weet Magid niet. „Maar ik hoop het wel. Mijn grootste angst was dat het ze niets zou kunnen schelen. Wat als de AIVD dit allemaal als een grapje zag, en me nepfiguren met nepinformatie had toegestopt? De agenten die ik heb gesproken leken me allemaal ongelofelijk integer, maar ze hebben me ongetwijfeld regelmatig voorgelogen om zichzelf te beschermen. Ik wist vaak niet wat ik moest geloven en wat niet. En dat was tegelijk ook het verleidelijke: wie weet wat? Wie heeft de kaarten in handen?”

Jill Magid: Article 12. T/m 15/6 in Stroom, Den Haag. Inl: www.stroom.nl, jillmagid.net