Even doorzetten, want deze taal is het waard

Geen woord over lerarenstakingen, urennormen of doorgroeimogelijkheden.

Vandaag deel 8 in een serie: ode aan het vak Duits

Maak een beetje reclame voor Duits, werd mij gevraagd, vertel eens, waarom zouden kinderen Duits kiezen? Wat is dat eigenlijk voor een vak?

Het eerste wat je te binnen schiet, zijn trefwoorden en clichés als: Duitsland is ons buurland, het is een vakantieland, het is de belangrijkste handelspartner die we hebben, er komen heel veel Duitse technische apparaten vandaan, de mooiste auto’s en natuurlijk miljoenen toeristen. En wij willen niets liever dan Duits met ze praten.

Duits kan je ook helpen vooroordelen af te bouwen. Want zijn er niet veel onzinnige uitspraken gedaan over de Duitsers en de Tweede Wereldoorlog? En over de Ossies en natuurlijk over König Fussball. Maar Hitler is al meer dan zestig jaar dood, alle fietsen zijn weer terug, de DDR bestaat niet meer en de WK-finale 1974 in München is nu meer dan een kwarteeuw geleden.

De tijd dat wij gespannen naar de zaterdagkrimi Derek uitkeken, waar we als enige zin: ‘Harry, fahr den Wagen vor!’ geleerd hebben, behoort inmiddels tot de verleden tijd. Duits zou je ook kunnen helpen om het in Duitsland zelf ver te schoppen. Denk maar aan de showbizz, aan Linda de Mol en Rudi Carrell of André Rieu. Zij hebben succes, niet alleen omdat ze vaklui zijn, maar ook omdat ze in de ogen van Duitsers heel schattig Duits spreken. Ook voetballers zijn geliefd, niet alleen maar om hun voetbalprestaties, maar ook om de interviews na de wedstrijd waarin ze heel charmant hun woordje doen.

Maar zo is het niet.

Duits is een van de moderne vreemde talen die we op school moeten leren. Maar Engels en Frans moeten we toch ook leren? Toch is Engels leren geen pré meer binnen de Europese landen: iedereen spreekt al Engels. En de Franse taal beperkt zich tot een redelijk klein gebied, bovendien spreken Franse zakenmannen gewoon Engels. Je leert een taal om te kunnen communiceren. Om een gezamenlijk platform te hebben. Wat is communicatie nu eigenlijk? Communicatie is wanneer twee personen zich onderling verstaanbaar kunnen maken, het is de iteratie tussen twee groepen, het uitwisselen van informatie tussen twee partijen. En juist niet tussen een persoon en een computer of tussen leerboeken en een persoon of andere media. Communicatie kan alleen plaatsvinden tussen de leerlingen en de leraar. Bij communicatie ligt de ingang om de leerlingen te benaderen.

Maar waarom nou Duits? Wat heb ik eraan en wat is er leuk aan?

Nou, Duits is niet leuk! De boeken niet, de methode niet en de grammatica al helemaal niet.

Er zijn heel wat onderwijskundige pogingen gedaan om de lessen in moderne vreemde talen op te vrolijken. Wij denken met heel veel plezier aan ADSL (activerende didactiek samenwerkend leren) terug. Een hele generatie leraren heeft dergelijke opleidingen gevolgd. Een mooie poging, maar de docenten en leerlingen zitten daar niet op te wachten. Leerlingen zeggen vaak iets als: ‘Oh mevrouw, u heeft zeker weer een cursus gevolgd? Leuk, maar kunnen we nu alstublieft weer normaal les krijgen?’ Docent ben je, dat heb je in je. Een cursus levert leerlingen of docenten niet veel extra op.

Het gaat om meer, het gaat om het enthousiasme dat van de docent op de leerling overspringt. Hij moet een klas kunnen aanvoelen. De leraar is een medium, een sterke schakel tussen de leerlingen en de bedreigende, vreemde Duitse taal.

Waarom zou ik nou echt Duits moeten kiezen?

Nou, vraag dat maar aan het einde van het schooljaar! Een jaar waarin je in Oostenrijk bent geweest voor de wintersport en waar je je skipas, je cola en andere dingen in het Duits moest bestellen. Een jaar waarin wij samen in Aachen (Aken) zijn geweest om ‘Taaldorp’ (een Duitstalige leeromgeving, goed voor je spreekvaardigheid) te beleven. Een jaar waarbij je in een uitwisselingsprogramma in Duitsland, Zwitserland of Oostenrijk met mensen van je eigen leeftijd bent omgegaan, bij hen hebt ingewoond en met wie je wellicht nog contact hebt gehouden. Omdat je tijdens het EK-voetbal langs een Duitstalige zender zapt, even blijft luisteren en merkt dat je de commentator ineens begrijpt. Omdat je op de Duitse televisie, of zelfs samen met je docent, films als Good Bye Lenin, Lola rennt of Der Untergang hebt gezien. Omdat je erachter komt dat die gasten van de poprockband Tokio Hotel interviews in het Duits geven. Omdat je anders naar je (eventuele) familie in Duitsland kijkt. Je hoeft je niet meer te schamen. En ook al heb je dit niet na één jaar, dan misschien wel na de uitreiking van je diploma, of na je eerste baan of je eerste vakantieliefde!

Duits moet inhoud krijgen, zodat je er iets aan hebt, zodat je er iets mee kunt. Woordjes leren, grammatica stampen, teksten lezen, dat zijn vaardigheden. Dingen die je leraar van je vraagt, dingen die een leraar toetst. Maar je moet wel zien wat er achter staat. En dat moet hij op een bepaalde manier doorgeven, sprankelend maken en je ervoor winnen. Hoe? Dat ligt aan de leraar zelf. Sommigen zijn heel charismatisch, anderen overtuigend, weer anderen heel creatief, grappig en afwisselend. Maar één ding kunnen ze allemaal. Inhoud geven aan al die lege oefeningen, het tot leven brengen van al die geschreven verhalen, je betrekken in de wereld van methodes, je laten zien en voelen, beleven dat het leren van het vak Duits iets goed is. Iets waarbij je de zin ervan niet meteen herkent, misschien.

Wat ik hiermee wil zeggen, is dat ik van tevoren niet kan zeggen wat iemand persoonlijk aan Duits heeft. Maar dat diegene het mij na afloop van het schooljaar of traject zelf kan vertellen.

En ook al is het je niet bevallen en kom je tot de conclusie dat je niets hebt opgestoken van de les, dat je het stom, saai en vermoeiend vond, dan weet je nog steeds iets. Namelijk, Duits is niets voor mij. Dat is ook een zinvolle ervaring. Maar ik zou het op zijn minst eerst proberen en de conclusie achteraf trekken, dan weet je tenminste waar je over praat. En je bent niet meer afhankelijk van de mening of het vooroordeel van de ander.

Nou mensen, ik geef jullie mee: ga er voor, toon inzet, vraag de leraar Duits de oren van het hoofd, haal alles eruit, leer, bloedt en zweet! En stel aan het eind je vraag nog een keer. Maar dan aan jezelf. Wat heb ik nou aan Duits?

Lucas Rosenfelder (40) heeft de Duitse nationaliteit. Hij volgde de lerarenopleiding in Duitsland en gaf les in Freiburg. Werkte ook in Antwerpen op de internationale en Duitse school. Sinds 2000 werkzaam op het Goese Lyceum in Goes. Rosenfelder is ook gymnastiekleraar.