Een rechtszaak als luguber theater

In de grootste zeden- en moordzaak sinds de affaire-Dutroux sprak Michel Fourniret gisteren voor het eerst in het openbaar. ‘Met andere kinderen heb ik veel ergere dingen gedaan.’

Een „bevel” om in het openbaar te spreken, daar vraagt de gedrongen, moeizaam bewegende gestalte in de glazen beklaagdenkooi om.

De 66-jarige Fransman Michel Fourniret zoekt zichtbaar naar een manier om te gaan spreken over de ontvoeringen, verkrachtingen,en moorden die hij tussen 1987 en 2003 met zijn derde echtgenote Monique Olivier heeft uitgevoerd. Daar wachten Frankrijk en België al weken op, in het grootste proces tegen een zedendelinquent annex seriemoordenaar sinds de affaire-Dutroux.

Maar Michel Fourniret geeft pas uitleg, als zijn tweede ex-echtgenote het wil, zegt hij. Vandaag verschijnt zij als getuige in de rechtbank in Charleville-Mézières. Is het goed dat hij spreekt?

„Misschien wel”, zegt de gezette vrouw, die in 1984 van Fourniret scheidde toen zij voor het eerst geconfronteerd werd met een rechtszaak tegen hem wegens een zedenmisdrijf tegen een jong meisje. Fourniret werd veroordeeld tot zeven jaar, waarvan hij er drie uitzat.

Misschien. Maar is het een bevel?, wil hij weten.

„Ja, het is een bevel”, zegt zij.

Nog een voorwaarde heeft Fourniret dan: zijn dochter Anne moet het goed vinden.

Ja, je kunt spreken, zegt de 35-jarige moeder iets later.

„Dan zal ik vanaf nu antwoord geven op de vragen van de familie van de slachtoffers, en hun advocaten”, zegt Fourniret.

Daar wachtten de families van de vermoorde Isabelle (17), Fabienne (20), Jeanne-Marie (21), Elisabeth (12) , Natacha (13), Céline (18) en Mananya (13) zes weken op. En de spanning houdt nog even aan. Fournirets belofte kwam pas kort voordat de zitting tot volgende week werd verdaagd. Een cliffhanger.

Een rechtszaak als luguber theater. De affaire-Fourniret begon in 2003 onopvallend. Na een mislukte poging een 13-jarig meisje te ontvoeren in België werd Fourniret gearresteerd in zijn woonplaats in de Belgische Ardennen. De eerste vergelijkingen met de affaire-Dutroux doken op toen duidelijk werd dat Fourniret zich jarenlang te buiten was gegaan aan een „maagdenjacht” met hulp van zijn echtgenote.

Maar de affaire-Fourniret kreeg niet hetzelfde verloop als die van Marc Dutroux. Geen wilde verhalen over bescherming door hooggeplaatsten, maar indicaties over een sluwe werkwijze van een pervers koppel dat zich jarenlang ongrijpbaar wist te maken door over de landsgrenzen heen te opereren, in tamelijke afzondering. Geen witte marsen met duizenden Belgen, maar Europese afspraken over betere samenwerking in de opsporing en het aanleggen van gezamenlijke registers van veroordeelde zedendelinquenten.

Het proces tegen het echtpaar Fourniret wordt tot nu getekend door een vergelijkbare mengeling van discrete afschuw en internationale samenwerking. Het proces heeft plaats in Charleville-Mézières in de Franse Ardennen, nadat de Belgische politie in 2003 in verhoren Monique Olivier en Fourniret aan het praten kreeg. Die op video vastgelegd bekentenissen (de Franse politie mag zelf niet filmen) spelen nu een belangrijke rol in het proces.

Want eind maart begon Michel Fourniret zijn proces provocerend. „Zonder beslotenheid, mondje dicht”, stond er op een karton dat hij omhoog hield. Rechtbankpresident Gilles Latapie gaf hem niet zijn zin. Sindsdien doen talrijke Franse en Belgische media verslag van pogingen van Fourniret het proces naar zijn hand te zetten met zwijgen en mysterieuze formules en later ook met denigrerende aanvallen op getuigen en advocaten.

De families van de slachtoffers zetten hem samen onder druk. De één bedankte hem in de getuigenbank voor zijn zwijgzaamheid, de ander provoceerde hem met een tirade. De Belgische politievideo’s spraken voor zichzelf, evenals de brieven die Fourniret vóór 1987 vanuit de gevangenis aan Monique Olivier schreef. De twee zouden een „monsterlijk pact” hebben gesloten om haar ex-echtgenoten te vermoorden en aan Fournirets obsessionele zoektocht naar maagden te voldoen.

Fourniret vertelde deze obsessie te hebben opgedaan toen hij in 1963 ontdekte dat zijn eerste echtgenote geen maagd was. „Ik had nooit vermoed dat mijn maagdelijkheid zo belangrijk was”, vertelde de nu bijna 70-jarige vrouw gisteren tegen de rechtbank – 42 jaar na hun scheiding.

Voor Fourniret werd het de afgelopen weken steeds moeilijker zijn zwijgzaamheid te bewaren. Zijn dochter, wiens tweelingzus zelfmoord heeft gepleegd na zijn bekentenissen, vertelde over haar vaders woede toen zij en haar zus als kind eens door een onbekende automobilist werden aangesproken. Fourniret reageert: „Met andere kinderen heb ik veel ergere dingen gedaan.”