‘De EU bindt mijn handen’

Twee nieuwe soorten genetisch gemodificeerd maïs en een genaardappel mogen voorlopig niet in de EU worden verbouwd. De Europese Commissie besloot gisteren dat er onvoldoende garanties zijn dat ze veilig zijn voor mens en milieu. De vrees is onder meer dat planten waaraan is gesleuteld, bijvoorbeeld door ze resistent te maken tegen insecten, ook ‘normale’ gewassen via bestuiving besmetten, wat het natuurlijk evenwicht verstoort. De EU laat sinds 1998 geen nieuwe gengewassen toe. Raoul Bino, directeur van de Plant Science Group bij onderzoeksinstituut Wageningen UR, is boos. „Europa raakt hopeloos achterop.”

Wat is hier zo erg aan?

„Er zijn heel veel studies die aantonen dat de producten van deze gewassen totaal veilig zijn. Honderden miljoenen mensen in de wereld eten al genmaïs. Ze krijgen er nog geen buikloopje van. Het is daarom heel raar dat dit in Europa nog niet mag.”

Vooral het risico van besmetting van andere gewassen wordt gevreesd.

„Wij onderzoeken wat de minimale afstanden zijn die je in acht moet nemen om kruisbestuiving te voorkomen. Als je je daar aan houdt, is de kans op besmetting nihil.”

Dus niet uitgesloten?

„Als onderzoeker kan je nooit iets uitsluiten.”

Volgens u is er ook een relatie met de wereldwijde voedselcrisis.

„Ja, absoluut. Het is toch ongelooflijk dat we in een tijd van voedselschaarste en honger niet deze kans op het vergroten van de voedselproductie aangrijpen? De opbrengst van gengewassen is veel groter omdat ze resistent zijn tegen schadelijke insecten, droogte, koude, of zout water. In Europa zouden we dat soort gewassen kunnen ontwikkelen en de opbrengsten van de oogst in Europa en erbuiten kunnen vergroten. Ik voel me door de EU echt met mijn handen op mijn rug gebonden. Dit gaat helemaal verkeerd zo.”

Greenpeace vreest dat de Commissie, op basis van industriegegevens, straks alsnog positief besluit. Wat vindt u?

„Als de industrie goed onderzoek doet, waarom zou je dat dan niet gebruiken.”

U heeft geen banden met de industrie?

„Hahaha, ach jee, nee, geen enkele.”