Black Mountain speelt onalledaagse mix

Popmuziek Black Mountain. Gehoord: 7/5, Vera Groningen. Herhaling 4/6, Melkweg Amsterdam.

Natuurlijk, Black Mountain is onbeschaamd retro. Van de baard van zanger-gitarist Stephen McBean tot de bloemetjesjurk van zangeres Amber Webber, van de primitieve hardrockriffs tot de psychedelische geluidsbombardementen: alles ademt de jaren zestig.

Toch stijgt de groep uit het Canadese Vancouver door de combinatie van diverse stijlen uit boven de status van tijd- en kopieermachine. Hardrock, psychedelica, de fascinatie voor dreun en monotonie van de Krautrock en zelfs de ritmes, dynamiek en versobering van de dance: het is al met al geen alledaagse stijlenmix.

Af en toe nemen de muzikanten van Black Mountain flink de tijd om hun nummers op een vertrouwd ouderwetse manier uit te spinnen. Op zulke momenten blijkt de kracht in het collectief te liggen, in de gezamenlijke wil om buiten de geijkte kaders te treden. De verzameling tamboerijnen, maracas en ander klein slagwerk van Webber liegt er ook niet om, al bepalen de kristalheldere, naar minimal overhellende lijnen uit de toetseninstrumenten van Jeremy Schmidt het groepsgeluid meer.

In de zang van Webber schuilt een onderhuidse spanning. Krachtig en schel, maar ook kwetsbaar en lieflijk. Haar zang wordt net zo gemakkelijk omvergeblazen door het decibellenoffensief van een rockband in volle gang, maar geeft tegelijk ook een eigen kleur aan de muziek.

Zo is Black Mountain live een overrompelende ervaring die de pracht van de twee tot nu toe verschenen albums overtreft. Met gepast gevoel voor perversie wordt Bright Lights, het zeventien minuten durende, schitterend gelaagde prijsnummer van de laatste cd In The Future, voor de toegift gereserveerd. Het zomerfestival dat Black Mountain laat lopen, is ronduit dom.