Zelfstandig ondernemen zonder het te weten

Een eigen onderneming is aantrekkelijk, omdat het vrijer is dan werken in loondienst. Maar veel zelfstandigen worden uitgebuit en zijn zich niet bewust van de risico’s.

Het beeld van een zelfstandig ondernemer is vaak dat van de succesvolle adviseur, freelance journalist of loopbaancoach die als zelfstandige veel meer verdient dan in loondienst. Bijvoorbeeld Yvette le Noble (35), zij is ‘zelfstandige zonder personeel’ (zzp’er) in de ouderenzorg en wil niet meer terug naar een vast dienstverband. „Ik werk met mensen die stervende zijn. Dat is intensief werk, dus vind ik het heel prettig om af en toe een pas op de plaats te maken. Nu kan ik zelf bepalen wanneer ik dat doe, dat kan niet als je voor een baas werkt”, aldus Le Noble. Ze deelt graag haar eigen tijd in, om meer tijd vrij te kunnen maken voor haar cliënten.

Ze heeft geluk, want zelfs aan haar enige ergernis aan zelfstandig ondernemen komt een einde. Minister Donner heeft onlangs aangekondigd in een overleg met de Tweede Kamer dat de verklaring arbeidsrelatie (VAR), die iedere zelfstandige zonder personeel jaarlijks bij de Belastingdienst moet aanvragen, vanaf 2010 automatisch wordt verlengd. Nu moet iedere zzp’er jaarlijks een nieuwe VAR aanvragen. Voor zzp’ers die al drie jaar de zelfstandigheidsverklaring ontvangen, maakt het kabinet een einde aan een groot deel van de „rompslomp”, zoals Le Noble de VAR noemt.

Voor succesvolle zzp’ers is de VAR een ergernis, maar zij weten in ieder geval dat zij zelf hun belasting betalen, in tegenstelling tot werknemers in loondienst. Zij kiezen bewust voor een eigen onderneming: ze weten dat voor hen geen minimumloontarief geldt en dat ze zelf hun oudedagsvoorziening moeten regelen. En in 2004 werd op verzoek van de zelfstandigen de WAZ, de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen, afgeschaft. De zelfstandigen wilden hun eigen risico’s inschatten en dus geen verplichte verzekering voor arbeidsongeschiktheid.

Maar van de krap 1 miljoen zzp’ers is naar schatting een kwart gedwongen of ongewild zzp’er. Zij hebben niet de bedoeling zelfstandig te zijn en weten niet wat het zelfstandig ondernemerschap inhoudt. Hoe wordt die werknemer in loondienst zomaar zelfstandig? „De baas zegt: als je zelfstandig wordt, geef ik jou 25 euro per uur in plaats van 12 zoals nu. Nou, dan gaat ’s avonds de champagne open. Een jaar later valt de belastingaangifte op de mat en schrikt die timmerman zich kapot”, schetst bestuurder Han Westerhof van vakbond FNV Bouw.

Bovendien zijn gedwongen zelfstandigen zich minder bewust van de risico’s. Deze zzp’ers denken niet na over hun eigen verantwoordelijkheid voor arbeidsongeschiktheid: „Pas als ze van de trap aflazeren, worden ze zich bewust dat er een probleem is”, aldus Westerhof. De sectoren waar onbewust zzp’en voorkomt zijn bijvoorbeeld de post- en zorgsector – waar de overheid heeft geprivatiseerd en aanbesteders dus de kosten willen drukken. Een andere belangrijke zzp-groep is de bouw. Westerhof van FNV Bouw schat het aantal onbewuste zzp’ers op een kwart van het totale aantal zelfstandigen in de bouw.

Ongeveer 17.000 van de 69.000 zzp’ers in de bouw weten dus niet wat hun zelfstandig ondernemerschap inhoudt en hebben niet de bedoeling zzp’er te zijn. „Polen die hier komen werken, wíllen geen eigen bedrijf starten. Of zzp’ers zijn alsnog verkapt in dienst bij hun oude werkgever.” Hij schetst de voordelen voor werkgevers: „In één klap ontvlucht die het arbeidsrecht. Geen gedoe om iemand te ontslaan, geen minimumloon.”

De zzp’er heeft bij schijnzelfstandigheid als enige opdrachtgever zijn voormalige baas. Bijvoorbeeld de vrachtwagenchauffeur, die voor één bedrijf goederen vervoert. „Al heeft die chauffeur niet het idee een zielige zelfstandige te zijn”, zegt Marjan van Noort, directeur van FNV Zelfstandigen. Dat kan kloppen, want als het economisch goed gaat, is de schijnzelfstandigheid voor de ‘werknemer’ vaak nog geen probleem omdat er opdrachten genoeg zijn.

Maar Johan Marrink, oprichter van belangenorganisatie ZZP Nederland, kent genoeg voorbeelden waar het misging. „Bij een groot bedrijf waren 200 monteurs over. Ze kregen het aanbod zelfstandig te worden, dat leek aantrekkelijk omdat iedereen 8.000 euro meekreeg. Maar het bedrijf was vervolgens niet langer verplicht opdrachten te verstrekken.” Nu in de bouw en technische sector nog een tekort aan arbeidskrachten bestaat, zijn het „hosannatijden”, zegt Marrink. „Maar als de economie tegenzit, zijn opdrachtgevers na de klus direct van zzp’ers af.” Als de zzp’er bewaar maakt, is het tegenargument snel gemaakt: „Je hebt zelf ontslag genomen.”

Marrink signaleert nog een probleem: dat de koppelbazen terug zijn van weggeweest. Daar kan Cornelis van Genugten (50) over meepraten. Hij is al vijftien jaar zelfstandig timmerman, en heeft nu een rechtszaak lopen tegen een koppelbedrijf dat hem zijn loon niet betaalde. Hij kreeg een volledige maand werk niet uitbetaald. Nu verstuurt hij zijn facturen weer zelf: „Dan heb je tenminste in de gaten wat er openstaat.”

Wat is de oplossing voor schijnzelfstandigheid en koppelbazen? Betere controle door de Arbeidsinspectie, die moet checken hoeveel opdrachtgevers de zzp’er heeft, denkt Westerhof van FNV. En een betere voorlichting voor de zzp’er zelf. Bij de belastingaangifte zou het volgens hem helpen als zzp’ers bijvoorbeeld een bedrag moeten invullen voor de oudedagsvoorziening, „zodat de zzp’er die niet de bedoeling heeft zelfstandig te zijn, zich bewust wordt dat hij een eigen onderneming heeft”.