‘Wil je geen ruzie, dan moet je helder zijn’

Een op de twee familiebedrijven bereidt wegens de vergrijzing opvolging voor. Tweede aflevering in een serie bedrijfsportretten: Difrax uit Bilthoven.

Een jaar of vijf zal ze geweest zijn op de zwart-witfoto die Vivienne van Eijkelenborg laat zien. De foto staat in een boek met oud archiefmateriaal van Difrax, een handelsmaatschappij in babyproducten en het bedrijf van haar ouders. De kleine Vivienne staat op de trap van haar ouderlijk huis, een koetshuis in Bilthoven, tevens kantoor en magazijn. Op de foto draagt ze een kinderjurkje uit de collectie, als model in een reclamefolder.

Verderop in het boek: de strikslips voor kleintjes, die haar naam kregen en een afbeelding van een verpakking met de naam Vivienne erop. Daarna foto’s van het oude koetshuis, die mooie herinneringen oproepen. „Ik herinner me dat de kamer van mijn zusje soms volhing met slabbetjes, van die ouderwetse met gootjes. Mijn zusje werd dan naar mijn kamer verbannen. Tussen die dozen en waslijnen vol slabben was het altijd heel leuk verstoppertje spelen.”

Het moderne bedrijventerrein waarop Difrax’ huidige kantoor staat, ligt maar een paar honderd meter van het woonwerkhuis waaruit haar ouders de babyproducten jarenlang verhandelden, maar heeft een compleet andere uitstraling. Zakelijker, commerciëler, met een showroom vol kleurige producten. Het symboliseert de groei die het bedrijf doormaakte onder leiding van dochter Vivienne. Van 12 personeelsleden groeide Difrax de afgelopen tien jaar naar een bedrijf met 40 werknemers. De babyproducten zijn nu verkrijgbaar in een groot deel van Europa, Curaçao en Suriname.

Toen Dimphna en Frank van Eijkelenborg 41 jaar geleden hun bedrijf Difrax startten, een samenvoeging van hun voornamen en de x erachter als symbool voor een eventuele opvolger, hadden ze geen idee dat die opvolger hun dochter zou worden. Ook Vivienne van Eijkelenborg zelf, die na haar studie bedrijfskunde op de inkoopafdeling van V&D en later op de verkoopafdeling van DA werkte, was er nooit zo mee bezig. Tot ze op haar 29ste op een bezinningspunt in haar carrière belandde en besloot een jaar in het bedrijf van haar ouders te kijken. Van Eijkelenborg: „Babyproducten waren toen heel saai. Je had de kleuren lichtblauw, roze en wit. Verder dan een printje van een beer of een rammelaar ging het niet. Tijdens een inkoopreis in Azië liep ik tussen de flessen rond en dacht: dat kan zoveel leuker, mooier en beter. Het begon te kriebelen.”

Aan het einde van het verkenningsjaar laat ze haar ouders weten enthousiast te zijn. „Ik heb gezegd dat ik wilde blijven, maar dat ik het bedrijf dan wilde overnemen. Per januari 1999 was het bedrijf 100 procent van mij. Dat wilde ik zo. Ik zag geen heil in allerlei financiële constructies met mijn ouders. Wil je geen ruzie in de familie, dan moet je heel helder zijn. Mijn ouders zitten ook zo in elkaar. Ze hebben nooit aan leenconstructies en kindsdelen gedaan en zeiden ook: als je het doet, dan helemaal.”

Van Eijkelenborg besluit in gesprek te gaan met haar zus, en probeert haar zo ver te krijgen een baan op de inkoopafdeling van het bedrijf aan te nemen. Het is echt wat voor zus Caroline, denkt ze. Wel benadrukt ze dat Caroline zich goed moet realiseren wat het betekent om in dienst van haar oudere zus te werken. Dat gesprek vindt later opnieuw plaats, als Van Eijkelenborg haar zus vraagt om haar persoonlijke assistent te worden. Caroline accepteert de promotie, tot blijdschap van haar zus. Want samenwerken als zussen heeft een hoop voordelen. Van Eijkelenborg: „Ze kent mij als geen ander.”

Van Eijkelenborg voert daarnaast een aantal veranderingen in het voormalige bedrijf van haar ouders door. Een van de eerste veranderingen is de invloed van een medisch deskundig panel op de productontwikkeling. De melkflessen, spenen en badspeeltjes moeten – naast dat ze er aantrekkelijker uit moeten gaan zien – ook medisch verantwoord zijn. Uit deze filosofie ontstaat de S-fles, die een ergonomische houding van de baby bevordert. Dit product is een succes en inmiddels goed voor 45 procent van de babyflessen in Nederland.

Inspiratie voor nieuwe producten komt ook van Viviennes ouders die hun gemis aan bepaalde producten en ergernissen uit de dagelijkse praktijk kenbaar maken. Zo mailt haar inmiddels gepensioneerde vader soms nog wel eens. Hij stoort zich aan drinkpakjes, waarmee kinderen regelmatig morsen door er te hard in te knijpen. Het commentaar leidt tot de pakjeshouder, een plastic houder in drinkpakjesformaat die het kliederen onmogelijk maakt.

De familieopvolging lijkt bij Vivienne van Eijkelenborg te stoppen, want zelf heeft ze geen kinderen. Dit is volgens haar geen belemmering voor het leiden van een bedrijf in babyproducten. Integendeel. „Je kunt ook zeggen dat ik, juist doordat ik zelf geen kinderen heb, vanuit een ander, breder perspectief naar babyproducten kijk.”