Voedseltermijncontracten voer voor speculanten

Zijn futures op voedsel verantwoordelijk voor de torenhoge voedselprijzen, zoals India vindt. Of verbeteren ze het lot van de lokale boeren?

Indiase arbeiders maken rijst klaar voor verpakking in een bedrijf op 150 kilometer van Hyderabad. Foto AFP Indian workers throw fine polished rice for final packing in the rice mill at Miryalaguda Mandal of Nalgonda District, which is some 150 kilometers from Hyderabad on April 3, 2008. India is the second-largest rice producer in the world and usually exports more than four million tonnes of rice a year. Farmers and rice merchants are concerned as the Indian government has banned the export of non-basmati rice to try and control soaring domestic food costs. AFP PHOTO / NOAH SEELAM AFP

Eind zestiende eeuw kochten of verkochten Hollandse vishandelaars al haring nog voor ze gevangen was. Zij handelden toen in futures avant-la-lettre. Die contracten waren voor hen, in tijden van gebrekkige aanvoerwegen en beperkte communicatie, de enige waarborg op een vaste opbrengst.

Termijncontracten voor voedsel ofwel food futures zijn niet nieuw. Maar anno 2008 – het jaar waarin de prijzen van voedsel overal ter wereld sterk zijn gestegen – wegen ze steeds zwaarder op de maag van politici uit arme landen en opkomende economieën.

Op de jaarlijkse vergadering van de Asian Development Bank begin deze week sprak de Indiase minister van Financiën, Palaniappan Chidambaram, zijn banvloek uit over dergelijke termijncontracten. Volgens hem zouden ze – in handen van speculanten – duivelse instrumenten zijn geworden die de prijzen van vitale voedselgewassen zoals rijst en tarwe explosief de hoogte indrijven.

Sinds 2006 steeg de speculatie op landbouwproducten met 30 procent. Internationale zakenbanken, hedgefondsen en pensioenfondsen zijn erg actief geworden in deze lucratieve markt. Voor financiële investeerders allerhande zijn ze namelijk een aantrekkelijk instrument om hun beleggingsportefeuille te diversifiëren. Het ideale tegengewicht voor de – dankzij de kredietcrisis – fors onderuit gezakte aandelenkoersen.

Het is niet de eerste keer dat India de handel in food futures aan banden wil leggen. Begin vorig jaar sprak het land al een verbod uit op futures in zaden, rijst en tarwe. India telt drie beurzen voor de verhandeling van landbouwgewassen en -grondstoffen. Maar wat Chidambaram nu voorstelt is de volledige sluiting van de lokale markt voor dergelijke termijncontracten.

India staat niet alleen in zijn kritiek. Zo weigert ook Ethiopië, een land dat sinds halverwege de jaren ’80 geregeld met hongersnood en mislukte oogsten te maken kreeg, food futures toe te laten op zijn recentelijk opgerichte beurs voor landbouwgrondstoffen. Die beurs is in de ogen van de overheid het geschikte middel om de lokale boeren uit de negatieve voedingsspiraal te helpen. Want een hogere liquiditeit in de markt voor hun producten levert meer geld op dat opnieuw geïnvesteerd kan worden in meststoffen, materieel en irrigatie – met betere oogsten tot gevolg.

Specialisten betwijfelen dat speculanten via futures een fundamentele invloed hebben op de prijs. Die wordt eerder opgedreven door consumenten uit opkomende landen als China en India, door weersomstandigheden en het toegenomen gebruik van biobrandstoffen. Wat volgens hen wel meespeelt is dat al die speculatie de volatiliteit van de markt verhoogt. Op korte termijn.

„Er vloeit erg veel geld in die markt en dat heeft een impact op de prijs”, zei Kimberley Tara, bestuursvoorzitter van FourWinds Capital Management, onlangs in de Britse zakenkrant Financial Times. Hij beheert een fonds dat munt slaat uit gerelateerde koersbewegingen van grondstoffen. „Investeerders doen nu allemaal hetzelfde op hetzelfde moment. De markt voor landbouwproducten is veel kleiner dan die voor olie of gas, en kan de toevloed dus niet aan.”

Zo maakten de prijzen van suiker en katoen in februari abrupte sprongen zonder dat daar fundamentele redenen voor waren. De prijzen belandden daarna terug op een normaal niveau. Een dergelijke speculatie wordt vaak aanzien als contraproductief en eerder schadelijk voor de boeren en de grondstoffenhandelaars zelf. Maar ze kneden ook de markt, stellen anderen, zij zorgen voor een soepeler marktwerking.

Door massaal allerlei termijncontracten te kopen en te verkopen, duwen speculanten op een brede schaal de liquiditeit in de markt omhoog: de geldvoorraad stijgt. En zonder die toestroom zou het veel moeilijker zijn voor handelaars of boeren om termijncontracten aan gunstige prijzen af te sluiten en te verhandelen.

Dergelijke food futures kunnen voor een Indiase of Ethiopische boer van levensbelang zijn om zijn tarwe of rijst voor een rendabele prijs op de markt te brengen, omdat die contracten hem beschermen tegen tegenslagen of onvoorziene omstandigheden waardoor de prijs in een latere fase kan dalen.

Rajat Nag, de topman van de Aziatische Ontwikkelingsbank, liet niet na India, na de uitspraken van zijn minister van Financiën, erop te wijzen dat beperkingen in de handel van food futures „een verkeerd signaal” zijn en weinig constructief. Waarnemers wijzen erop dat er ook politieke motieven meespelen bij de Indiase politieke klasse om deze termijncontracten als schuldige voor de voedselcrisis aan te wijzen.

Er zijn volgend jaar namelijk verkiezingen en een inflatie in India van 7,6 procent – ruim boven het ‘comfortniveau’ van 5 procent dat de Indiase centrale bank beoogt – dreigt de regerende Congrespartij de das om te doen. Dergelijke omstandigheden zijn niet van die aard om maatregelen op de lange termijn te nemen die het lot van de lokale boeren ingrijpend zouden verbeteren en de hoge voedselprijzen zouden afremmen. Investeringen in hogere oogstopbrengsten, minder energieverbruik en een efficiëntere transportinfrastructuur creëren slechts effect op de lange duur en zijn dus electoraal niet zo lonend.

Meer over voedselprijzen op nrc.nl/voedselprijzen