Vermeerdering van kennis over pubers

Wat een hoop tieners en jong-volwassenen zie je toch op de televisie. Je zou er een studie van kunnen maken. De BBC heeft dat ook gedaan, dat wil zeggen, geen studie naar jongeren op de televisie maar naar de Teen species, het verschijnsel puber. Ze wisten er allerlei wetenswaardigs over te zeggen, over de ontwikkeling van de hersenen in de puberteit, en in welke fasen dat verloopt. Het verloopt zo, weet ik nu, dat het verklaarbaar is dat pubers zo emotioneel reageren en zo onevenwichtig zijn. Sommige hersenverbindingen zijn nog niet stevig en betrouwbaar, sommige delen nog onderontwikkeld. Daardoor kunnen ze bijvoorbeeld heel slecht beoordelen hoe anderen zich voelen – foto’s waar je mensen met duidelijk afgrijzen en opengesperde angstogen zag kijken, werden door pubers niet herkend als foto’s van angstige mensen. Ze keken boos, zei een proefpersoon, of verdrietig.

Ze voelen wel heel veel, pubers. Maar, kun je concluderen, dat zijn wel vooral gevoelens die henzelf betreffen.

De meeste jongeren die we op de televisie zien zijn al geen pubers meer, behalve natuurlijk die in Puberruil XL, in het genre ‘ruilprogramma’s’ verreweg het aardigste. Voor pubers lijkt het niet zo vreemd om eens een poosje van plaats te ruilen, veel minder bizar dan voor getrouwde vrouwen bijvoorbeeld. Er wordt altijd moeite gedaan om de omstandigheden waaruit de pubers komen zoveel mogelijk van elkaar te laten verschillen: stad versus platteland, bovenmodaal versus eronder, immigranten versus autochtonen, een hardrockliefhebber versus een hiphopfan.

Gisteren was dat allemaal zo: Congolese Aimé uit Almere ruilde met Hans die ergens in een groot huis op het platteland woonde. Het is vaak roerend om te zien hoe aardig de jongens en meisjes zijn, hoe ze zich aanpassen aan heel ander omstandigheden. Hans werd door de schuchtere, slecht Nederlands sprekende moeder van Aimé ontvangen en naar de wat afgetrapte slaapkamer gebracht waar het hele gezin sliep, maar hij zei toch manmoedig: „’t Wordt vast leuk”. Aimé met zijn hippe schoentjes en stadse cultuur bevond zich ineens tussen jongens op klompen – „Het is net of je een hele grote kaas aan je benen hebt” zei hij vol afkeer tegen een van hen. In de schuur waar de boerenjongens uitgingen ondernam hij pogingen om de meisjes zijn manier van dansen te leren, wat de meisjes, met rode blosjes op de wangen, wát leuk vonden.

Eigenlijk zag je niets van al die puberale onevenwichtigheid. Beide jongens waren wonderen van aanpassingsvermogen en sociale vaardigheden, die tienerjongens volgens de BBC nog maar heel beperkt hebben.

Algemene theorie versus individu.

Nog meer jongeren waren te zien in Roes, de serie van de VPRO die tegen drank en drugs waarschuwt met korte filmpjes waarop we zien hoe slecht het kan aflopen als je te veel gebruikt. Deze keer hadden ze daar het lollige idee gehad de Joran van der Sloot-affaire te verfilmen, maar dan in de Nederlandse duinen. Het meisje dat onwel wordt op het strand na veel drank en coke, de jongen die in paniek een vriend met een boot belt en de Joran-tekst zegt: „Ineens deed ze het niet meer, die chick”. Maar dan is alles de volgende dag ineens anders: daar komt het meisje aanlopen en ze bedankt Floris dat hij een ambulance heeft gebeld. Dat heeft de vriend dus gedaan.

Een merkwaardige vertoning, die – inclusief het lichtelijk houterige spel – het meest leek op een ideële spot voor het bellen van hulpdiensten. En waarbij je als kijker het gevoel kreeg dat pubers dus vaak hebben: dat je je niet echt kunt inleven in een ander.

Gelukkig zagen we ook nog een oudere, een heel leuke: D. Hooijer die de Libris literatuurprijs kreeg. Twan Huys stelde haar de zotste vragen, waar haar man was bijvoorbeeld (heeft ooit iemand dat gevraagd aan een schrijver die zojuist de Librisprijs had gekregen?) maar zij gaf verrukkelijk geformuleerde antwoorden. Waardoor iedereen hopelijk veel zin heeft gekregen om haar bijzondere verhalen te gaan lezen.