U bent niet uw auto, maar uw auto is u

Van acterende auto’s kijken we niet meer op.

Ze spelen sterrollen als accessoire voor de mens, of zijn vermenselijkt met ogen in plaats van koplampen.

Vergis je niet in de acteerkwaliteiten van de auto. Hij wordt weliswaar vaak getypecast om zijn pompende cilinders en piepende banden, zoals in Speed Racer van de gebroeders Wachowski die vanaf morgen is te zien, maar de auto bewijst ook steeds vaker dat hij minimalistisch kan acteren. Achter de onberispelijke lak schuilt een onvermoede diepgang.

Zwijgzaam maar net zo aanwezig zijn de auto’s in een nieuwe lichting films over zakenmannen in crisis, zoals de geweldige Franse film L’emploi du temps, waarin de auto het tweede huis is geworden van een zakenman die niet tegen zijn familie durft te zeggen dat hij ontslagen is. Hij doet net alsof hij op zakenreis is, maar slijt zijn dagen op parkeerterreinen en in lobby’s van steeds weer andere bedrijventerreinen. In zijn auto kan hij leven in zijn eigen leugen. Ook in verwante films over het moderne bedrijfsleven, zoals het Duitse Yella, is de auto een veilige cocon, een paar vierkante meter verplaatsbare lucht waarin je je vrij kunt wanen.

Dat is een veel killer beeld dan de romantische variant waarin het autoraam net een bioscoopscherm lijkt, zoals in Road Movies van Wim Wenders. Eén film heeft dat weemoedige imago van de auto definitief verbrijzeld: het controversiële Crash van David Cronenberg. De vrouwelijke hoofdpersoon uit Crash kickt op auto-ongelukken en gaat met een pin in haar been door het leven: autostaal en vrouwenvlees gaan heel goed samen bij Cronenberg. Als ze vanaf haar balkon uitkijkt over de stad, dan lijkt het krioelende snelwegennet net een levend organisme.

Auto’s zijn al door de fabrikanten zelf voorzien van menselijke karaktertrekjes, zodat je er een band mee kunt opbouwen. Niet voor niets lijken autolampen net ogen. De auto is een verlengstuk van onszelf, en dus bestaan er acterende auto’s in alle soorten en maten. Vermenselijkte auto’s zoals Herbie en de animatiefilm Cars spelen daarop in. Maar in veel films schopt de auto het niet verder dan figurant, pronkstuk of vehikel voor de zoekende hoofdpersoon die vooral in roadmovies maar al te graag het gaspedaal ingetrapt houdt om maar geen eindbestemming te hoeven bereiken. Sommige slimme wagens hebben de hoofdrol gegrepen, zoals de moordende Christine, de schattige Kever Herbie en de koele kikker KITT van Knight Rider, waarvan een bioscoopversie staat gepland.

In de Amerikaanse cult-roadmovie Two-Lane Blacktop wordt de auto weer teruggebracht tot zijn essentie: de bouten en de moeren. De hoofdpersonen heten simpelweg The Driver en The Mechanic, en ze praten zo droog over auto’s dat het gesprek vanzelf een mysterieuze lading krijgt. „369?”, zegt de één. „354”, antwoordt de ander. Identiteit ontleend aan autonummers.

Dat moet Brad Pitt doen gruwen. Hij hekelde in Fight Club het consumentisme en zei in een interview met Die Zeit: „De dingen die wij bezitten dreigen ons te gaan bezitten.” Om te vervolgen: „U bent niet uw auto.” Een wijsheid die zo op een bumpersticker kan. Gas terugnemen is het devies. Dat werd ter harte genomen door de oude man in The Straight Story, die bij gebrek aan een auto op een grasmaaier door het land tufte. Dat er vijf en zes versnellingen bestaan hoeft niet te betekenen dat je altijd maar moet doorschakelen.

Misschien komt het ultieme beeld van de auto niet van een filmregisseur maar van een fotograaf. Martin Parr maakte een fotoserie getiteld The Last Parking Space. Tussen 2002 en 2007 fotografeerde hij de felbegeerde laatste parkeerplekjes en toont daarmee in één oogopslag hoe de auto zelfs een ruimte kan domineren door er niet te zijn.