Spijbelaar zo snel mogelijk naar school

De minister van Justitie praat over snelle berechting van spijbelende jongeren.

Maar op veel plekken gebeurt dat al. Het is niet duidelijk of het effectief is.

Lijkbleek zit de zestienjarige jongen voor de rechter. Kringen rond zijn ogen. Gebogen hoofd. Roerloos hoort hij het relaas van de leerplichtambtenaar aan. Hij is leerplichtig maar gaat al een poosje niet meer. Omdat hij er niks aan vindt, op de speciale school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen.

Dus zit hij de hele dag thuis. Het enige waar hij nog naartoe gaat, zijn de wedstrijden van FC Twente. Verder leeft hij vooral ’s nachts, in een virtuele wereld – hij zit veel achter zijn computer. ’s Morgens is hij te moe om op te staan. Zijn ouders en de school weten zich geen raad meer. „En ik weet ook niet wat ik met hem aan moet”, verzucht de ambtenaar.

Het is een van de veertien zaken die officier van justitie Carlo Dronkers en kinder- en kantonrechter Jans Olthof vandaag behandelen tijdens hun maandelijkse spijbelzitting in Enschede. Er zitten een paar nieuwe tussen, maar de meeste zaken zijn eerder behandeld. „Wij vragen heel vaak of ze terug willen komen, soms wel drie tot vier keer”, zeggen Dronkers en Olthof. „Wij zijn niet keihard en straffen nooit meteen. We gaan na hoe het komt dat ze verzuimen, en proberen de problemen op te lossen.” Een problem solving court, noemt Dronkers het. Met de Raad voor de Kinderbescherming erbij en, als dat van toepassing is, de gezinsvoogd.

Zo proberen ze een jongen die weigert naar school te gaan, te plaatsen in een internaat van Commujon in Borculo. Dan woont hij bij de school en moet-ie wel gaan, is de gedachte. En voor een bijna achttienjarige jongen, die niet kan lezen en schrijven, wordt geregeld dat hij bij het Arbeids- en Trainingscentrum (ATC) terecht kan.

Olthof en Dronkers werken al vier jaar op deze wijze. Ze zien het als de beste manier om resultaat te boeken met spijbelende jongeren. „We vonden dat zaken te lang bleven liggen. Daar wilden we iets aan doen. Gelukkig kregen we die mogelijkheid.”

Almelo had de eerste „spijbelrechter” in Nederland. Of de werkwijze effect heeft, kan Olthof niet zeggen: „Als het goed afloopt, kun je nooit bewijzen dat het door deze zittingen komt. Maar ik blijf ervan overtuigd dat je er zo vroeg mogelijk bij moet zijn. Dan is de kans het grootst dat een kind weer naar school gaat.”

Volgens een berekening van een oud-hoofdinspecteur van de Inspectie voor het Onderwijs kost een jongere die geen diploma’s haalt, geen werk vindt en vervalt in criminaliteit, de samenleving 1,2 miljoen euro, vertelt Olthof. „Dus als we er ook maar één binnenboord houden, hebben we de samenleving 1,2 miljoen euro bespaard.”

In negen van de tien gevallen is het al genoeg dat jongeren de gang naar de rechtbank moeten maken. Dronkers: „Dan heeft dat zo’n impact, dat ze voortaan gewoon naar school gaan.” Het is essentieel dat de aangebrachte zaken snel worden opgepakt. „Je moet direct kunnen reageren. Als je een proces-verbaal van een leerplichtambtenaar een half jaar moet laten liggen, dan heeft het geen zin meer”, vinden de twee.