Noodhulp voor Birma

Het militaire regime van Birma heeft de Verenigde Naties toestemming gegeven om de hulpacties te organiseren die nodig zijn om de door een cycloon getroffen bevolking van eerste levensbehoeften te voorzien. Dat klinkt bijna alsof de dictators in dit Aziatische land de wereldgemeenschap een gunst hebben verleend, terwijl het aantal doden na de vloedgolven die de cycloon Nargis heeft veroorzaakt, vele duizenden bedraagt; volgens de staatstelevisie alleen al tienduizend in de stad Bogalay. Tienduizenden Birmezen worden vermist; zij die de ramp hebben overleefd, moeten het veelal doen zonder drinkwater, energie en onderdak. Volgens schattingen gaat het om honderdduizenden mensen die in deze erbarmelijke omstandigheden verkeren.

De aarzeling bij de Birmese autoriteiten zegt veel over de situatie in hun land, waar pottenkijkers niet welkom zijn. Zo hanteert de regering de regel dat hulpverleners alleen met een reisvergunning en onder escorte op bezoek mogen komen. In de huidige situatie klinkt dat op zijn minst onpraktisch. Niettemin komt de hulpstroom, althans in financiële zin, op gang. Zo liet bijvoorbeeld de Europese Commissie maandag weten dat zij twee miljoen euro beschikbaar stelt voor directe hulp, omdat, zei commissaris Michel, deze catastrofe om een snelle en effectieve reactie vraagt. De Nederlandse regering komt met één miljoen euro over de brug. De donoren stellen het geld alleen beschikbaar aan instellingen als het Rode Kruis, VN-bureaus en niet-gouvernementele organisaties. Een logische restrictie; het wantrouwen in de Birmese autoriteiten is begrijpelijk.

Vers in de herinnering ligt het harde optreden van het regime tegen monniken en andere vrijheidsstrijders die opkwamen voor de mensenrechten, vorig jaar september. De demonstranten wisten kortstondig het oog van de wereld op Birma te richten, maar concrete resultaten zijn uitgebleven. VN-gezant Gambari bezocht het land in maart, maar al zijn democratiseringsvoorstellen werden afwezen en juntaleider Than Shwe vond het de moeite niet waard hem te ontmoeten.

Weliswaar heeft de regering een referendum op touw gezet, dat 10 mei zou worden gehouden, maar veel meer dan een wassen neus lijkt dit 194 pagina’s tellende document, dat in beperkte oplage is verspreid, niet te zijn. De nieuwe grondwet geeft het leger recht op een kwart van de zetels in het parlement én de macht om, als dat zo uitkomt, dezelfde constitutie tijdelijk terzijde te schuiven. Het hoeft dus geen verbazing te wekken dat de staatskrant Myanmar Ahin het als een vaderlandse plicht voor alle Birmezen omschreef om deze grondwet te steunen.

Intussen blijkt het regime nauwelijks in staat of bereid te zijn geweest om het land voor te bereiden op een ramp als de cycloon die er nu heeft gewoed. Het aantal slachtoffers, zo lijkt het, is veel groter dan bij een deugdelijke voorbereiding het geval zou zijn geweest. Noodhulp van buiten verdient nu inderdaad prioriteit; daarnaast en daarna blijft onverminderde druk nodig op de militaire dictatuur om plaats te maken.