Nog een herdenking

Door de dodenherdenking en het nationale feestgedruis is dit lustrum een beetje in het gedrang gekomen. Op 1 mei was het vijf jaar geleden dat president Bush op het vliegdekschip Abraham Lincoln landde om het einde van de ‘major operations’ in Irak aan te kondigen.

Waarom zou je dit feit herdenken? Omdat het niet zomaar een vergissing was, maar de voorlopige bekroning van een lange reeks, en het fundament voor de volgende lange reeks. De vergissing der vergissingen, waartoe ook het kabinet Balkenende II een steentje heeft bijgedragen. Goed beschouwd zou deze 1 mei niet zozeer de datum voor een herdenking moeten zijn, als wel de volgende aanzet om een poging te doen deze keten van vergissingen aan een grondig onderzoek te onderwerpen. Want tot op de dag van vandaag is het Westen verstrikt in de gevolgen zonder dat wie dan ook weet wie de schuldigen zijn en hoe we ons uit dit warnet kunnen bevrijden.

De oervergissing die aan alle andere ten grondslag ligt, is waarschijnlijk de neoconservatieve overtuiging dat het Irak van na Saddam Hoessein zich in een betrekkelijke oogwenk zou laten democratiseren waarna het met de inkomsten uit de olie zijn eigen wederopbouw zou kunnen financieren om op die manier tot voorbeeld te dienen voor de hervorming van het hele Midden-Oosten. In plaats daarvan kwamen de ongetelde doden, het puin, de volksverhuizingen, regelmatig begeleid door de berichten uit het Witte Huis dat het nu beter ging en dat er niet van de koers mocht worden afgeweken. Maar ook ‘the surge’, geleid door generaal Petraeus, heeft geen principiële verbetering gebracht.

Irak is geworden tot een moeras zonder uitgang. De twee Democratische presidentskandidaten willen er zo vlug mogelijk weg, ieder op een eigen manier, maar geen van beiden heeft een duidelijk plan. De Republikein heeft zich laten ontvallen dat ze er desnoods nog honderd jaar moeten blijven, zonder te vermelden of daarmee wel het gewenste resultaat zou worden bereikt. De Amerikaanse kiezers worden nu beziggehouden door hun directe economische problemen. Komt er een recessie of is die er al? Irak is naar de tweede plaats verdrongen.

Had het anders gekund? Stellen we ons voor dat Saddam Hoessein in containment was gehouden, zoals dat al sinds het eind van de eerste Golfoorlog het geval was, en dat alle kapitaal en energie in de oorlog tegen de Talibaan in Afghanistan was geïnvesteerd. Wat dan? Saddam had geen massavernietigingswapens kunnen maken, alle berichten daarover zijn als leugens ontmaskerd, en misschien was Afghanistan dan nu genaderd tot de status die de neoconservatieven zich van Irak hadden voorgesteld: Afghanistan als modelstaat in wording.

Zo’n scenario achteraf is niet alleen een oefening in een vrijblijvende verbeeldingskracht. Het vestigt ook de aandacht op een aspect van het drama waarin wij in het Westen ons zelden verdiepen. We beoordelen het drama in Irak westers-centrisch. In onze berichtgeving geven we voornamelijk ruimte aan de Arabische opinie als die min of meer met de onze overeenstemt (viering van de bevrijding van Bagdad in april 2003 bijvoorbeeld) of regelrecht daarmee in strijd is (een boodschap van Osama bin Laden, fundamentalistische rechtspraak, onthoofdingen). In onze media en in ons voorstellingsvermogen is geen animo om ons te verdiepen in de stemming van een volk dat vijf jaar na zijn bevrijding in een ontwricht land woont en in een soort burgeroorlog gewikkeld is.

In Nederland maken sommige politici zich zorgen over de dreigende islamisering. Ik denk dat het meevalt. Er zijn imams die je liever meteen zou zien emigreren. Misschien is er onder islamitische jongeren een zekere radicalisering gaande. Maar op het gevaar af dat ik voor politiek correct en als lidmaat van de linkse kerk zal worden versleten, wil ik me toch afvragen waardoor deze vijanden van onze democratie worden gemotiveerd. Kort gezegd: als je er vijf jaar lang getuige van bent dat ‘het Westen’ – vanouds een vreemde kracht in de Arabische wereld – met de nobelste bedoelingen erin slaagt om in je land van herkomst of bij je naaste buren voornamelijk verwoestingen aan te richten, ben je dan nog steeds bereid om je je met deze hervormers te vereenzelvigen? Zacht gezegd: ik twijfel.

Dan is het een historisch ervaringsfeit dat een volk dat lang onder een bezetting leeft (en laten we aannemen dat deze bezetters van de beste bedoelingen bezield zijn) automatisch in verzet komt. Zo is het nu in Irak en die kant gaat het op in Afghanistan. Het neveneffect van de niet eindigende oorlogen in deze twee landen, en in mindere mate in de rest van de Arabische wereld is, dat de wrok en de haat tegen het Westen toenemen. Dat is een onmeetbare politieke factor die in onze publieke opinie geen rol speelt. Maar het is niet absurd, aan te nemen dat de Arabische afkeer van het Westen dieper wordt naarmate de oorlogen langer duren. Dit te erkennen is geen appeasement. Het zou alleen een begin kunnen zijn van een nieuwe strategie, ter vervanging van de oude waarvan na vijf jaar proberen de mislukking wel bewezen is.

We voeren een oorlog tegen ‘het internationaal terrorisme’. De fronten in het Midden-Oosten zijn ingewikkelder geworden, sinds elf september 2001 hebben we binnen de eigen grenzen een samenleving van georganiseerd wantrouwen gebouwd, Osama woont kennelijk nog veilig in zijn grot. We doen het verkeerd.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/hofland(Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)