Kwetsbare justitie

De bestrijding van zware, georganiseerde criminaliteit in Nederland lijkt op een achterhoedegevecht. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in geruchtmakende zaken sterk aan publieke geloofwaardigheid ingeboet. Wie onbevangen terugblikt op de resultaten in het afgelopen jaar kiest vermoedelijk een ander adjectief dan ‘turbulent’ dat het OM vandaag boven z’n jaarverslag plaatst.

Het ging ronduit niet goed genoeg: ‘teleurstellend’ doet meer recht aan de feiten. Positief is dat het OM doordrongen is van de ernst van de toestand, op koers ligt met verbeterprogramma’s en schoon schip maakt met fouten uit het verleden. Niets te vroeg wordt een ‘programmatische aanpak’ aangekondigd van georganiseerde criminaliteit. Die wordt voortaan namelijk ook ‘georganiseerd’: van lokaal tot internationaal, van repressie tot preventie. Dat zo’n aanpak als ‘nieuw’ wordt aangeduid, zegt iets over de verouderde bestuurlijke verhoudingen waarin de 730 officieren van justitie moeten werken. Als het de politiek ernst was met bestrijding van criminaliteit, dan zou daar om te beginnen iets aan worden gedaan. Nu is het deze betrekkelijk kleine rijksdienst die van onderop moet trachten regiopolitie, gemeenten, rechtbanken, provincies en Rijk bij de les te krijgen.

De zaak tegen de Hells Angels in het afgelopen jaar valt in negatieve zin op. Begonnen als grootste politieactie ooit tegen een vermeende criminele vrijstaat in wapens en drugs, boekte het OM voor de rechtbank vervolgens alleen nederlagen. Deels door eigen, ernstige fouten: geheime tapverslagen van gesprekken met advocaten bleken niet vernietigd. Vorige maand werden alle hoger beroepen ingetrokken omdat de zaak het imago en het gezag van het OM begon aan te vreten.

Er waren in 2007 meerdere geruchtmakende vrijspraken, waarmee ongetwijfeld recht werd gedaan, maar die het OM toch over de eigen prestaties te denken moeten hebben gegeven. Is er lering getrokken uit de vrijspraken van Erik O.? Van Mink K.? Van zakenman Guus K.? Hoe wordt er teruggekeken op de vrijspraak van de gezinsvoogd van Savanna? Op het negatieve oordeel van het gerechtshof Den Haag over de ontbrekende ‘gezamenlijke ideologie’ van de Hofstadgroep? Behalve op de veroordeling van Holleeder, op welke successen kan het OM nog meer bogen bij zaken tegen georganiseerde criminaliteit? Dergelijke vragen zijn niet makkelijk te beantwoorden. Met name bij grote, ingewikkelde strafzaken blijkt het OM kwetsbaar.

Intussen leden politie en OM ook onder publiek gezichtsverlies. In de evaluatie van de strafzaken tegen Lucia de B., Ina Post en in de Enschedese ontuchtkwestie werden diverse zwakheden in opsporing en vervolging zichtbaar gemaakt. Dat het OM aan deze evaluaties begon valt overigens niet genoeg te prijzen. Na het debacle in de Schiedammer parkmoord was het een noodzakelijke stap om het publieke vertrouwen te herwinnen. Dat lijkt dan ook de grootste opgave voor komende jaren.