Isolde dreigt Tristan te overstemmen

Opera Tristan und Isolde van R. Wagner door de Nederlandse Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher. Gezien: 6/5 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 28/5. Inlichtingen.: 020- 6255455

Sinds het betrekken van het Amsterdamse Muziektheater heeft De Nederlandse Opera een reputatie hoog te houden in Wagners Tristan und Isolde; vooral orkestraal gezien. De legendarisch omstreden enscenering van Jürgen Gosch in 1987 – zwart-wit, symbolisch en tot op het bot uitgekleed – werd geweldig gezongen door George Gray en Deborah Polaski, met in de bak het Concertgebouworkest onder leiding van Hartmut Haenchen.

De wat herkenbaarder enscenering van Alfred Kirchner uit 2001, die deze maand wordt herhaald, werd op fenomenale wijze begeleid door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Sir Simon Rattle. De vocale prestaties van John Treleavan en Gabriele Schnaut waren wisselvallig, maar maakten de personages Tristan en Isolde wel erg menselijk.

Nu dirigeert de scheidende chef-dirigent Ingo Metzmacher Tristan und Isolde bij het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat dankzij Haenchen en onder andere Der Ring des Nibelungen is geëvolueerd tot een zeer ervaren en erg respectabel Wagnerorkest. Dat blijkt ook nu weer uit talrijke subtiel, genuanceerd, transparant en kleurrijk gespeelde passages. Anders dan in Metzmachers soms flodderige Mozartcyclus was daar nu ook voldoende exactheid, dankzij het dirigeerstokje.

Metzmacher heeft over Wagner wel zijn eigen ideeën, die deels voortbouwen op de helderheid die Pierre Boulez in 1976 in Bayreuth introduceerde. Deze Wagner over de drie-eenheid van leven, liefde en dood is geen onaantastbaar zwaar beeldhouwwerk met veel diepte en drama, maar een lichte en kwetsbare impressionistische schildering. Soms zelfs teder en roerend, erg zacht en zeer langzaam. En in de derde acte klinkt de althobo in de ‘oude melodie’ niet alleen pianissimo als uit de verte, maar ook als uit een ver verleden.

Dat gisteravond bij de eerste voorstelling in de tweede en derde acte langdurig een ongekende spanningsloze saaiheid toesloeg, kwam vooral door de statische en afstandelijke regie van Kirchner.

Zo gauw de indrukwekkend zingende Stephen Milling het podium opkwam als koning Marke, zakte alles in. De sterfscène van Tristan was even langdurig als realistisch. Stig Andersen, ooit in Amsterdam een gevierde Siegfried, had een zwakke avond en was al ver voor het einde van het concert volledig uitgeput.

Linda Watson, die in het Muziektheater eerder naast Andersen zong als Brünnhilde, behaalde nu vooral in de eerste acte een triomf als een kordate en vileine Isolde: krachtig, stralend en met veel wisselingen in de expressie. Later moest ze zich zeer inhouden om Andersen niet te overstemmen. Zo was de liefdesnacht vooral een bevangen affaire, vrijwel zonder extase. De Brangäne van de mooi zingende Heidi Brunner is met haar lichte stem eerder een alter ego van Isolde dan een tegenpool.

Deze door het publiek enthousiast onthaalde productie van Kirchner is volkomen op, en kan na de laatste voorstelling op 28 mei mee met de vuilnisman.

Dat grasmatje waarop Tristan en Isolde hun ‘Nacht der Liebe’ beleven, kan nog worden gerecycled in de Amsterdam ArenA.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Tristan und Isolde

De voorstelling van Wagners Tristan und Isolde door de Nederlandse Opera (‘ Isolde dreigt Tristan te overstemmen’, 7 mei, pagina 9) wordt op 10 mei vanaf 17.50 uur rechtstreeks uitgezonden op Radio 4.