‘Ik dank mijn man voor het maken van mijn computer’

Verrassende winnaar van de Libris Literatuurprijs is D. Hooijer, met haar bundel ‘Sleur is een roofdier’: „Ik kreeg een vermoeden toen ze voor de tweede keer werd geschminkt.”

De verhalenbundel Sleur is een roofdier van schrijfster D. Hooijer is gisteravond in Amsterdam bekroond met de Libris Literatuurprijs 2008. Het werd dus toch niet Marjolijn Februari en ook niet Jeroen Brouwers, de twee schrijvers die voor de uitreiking in het Amstel hotel veel genoemd werden als potentiële winnaars. Ook D. Hooijer zelf was enigszins verbaasd. „Ik had eigenlijk helemaal niet het gevoel dat ik met dit boek goud in handen had.”

Verguld was de jury naar eigen zeggen wel geweest met de andere boeken uit de shortlist, van Koen Peeters (Grote Europese roman), Marc Legendre (Verder), Marjolijn Februari (De literaire kring), Jeroen Brouwers (Datumloze dagen) en Louise O. Fresco (De utopisten), maar toch bleek al snel dat de bundel van D. Hooijer: „het boek was dat ons allemaal aangreep.”

Daarna was het heel eventjes zoeken voor de pers. Camera’s, bandrecorders en notitieblokjes weken uit naar de andere kant van de zaal toen bleek dat de 50.000 euro prijzengeld niet naar het vooraf veel getipte Februari- of Brouwerskamp ging, maar naar dat van D. Hooijer. Wat beduusd betrad de laureaat daarna het podium en richtte ze een kort dankwoord tot de mensen die haar steunden bij het schrijven. Naast de uitgeverij toch ook vooral haar man, die „altijd zo geduldig is en me zo goed helpt als mijn computer weer eens stuk is.” Bescheiden stond ze daarna de pers te woord, die zichtbaar ook nog aan de winst van D. Hooijer moest wennen. „En als ik het goed begrijp is dus sleur het roofdier?”, vroeg een radiojournalist haar, kennelijk in de veronderstelling dat ze een soort whodunnit schreef.

D. Hooijer (68): „Bij het schrijven van het laatste verhaal van de bundel bekroop me helemaal geen euforie, maar juist een heel naar gevoel omdat het zo eng was geworden. Toen ik er de laatste hand aan had gelegd, was ik vooral bekaf. Ik wilde eigenlijk alleen maar naar het zwembad om daar in het water te gaan liggen om uit te rusten.” Nieuw werk is volgens D. Hooijer op komst. „Met langere verhalen dan ik toe nu toe gewend ben te schrijven. Maar ik denk dat ik daar wel aan toe ben.”

Marjolijn Februari had vrede met de uitslag en zei zelfs een liefhebber te zijn van het werk van D. Hooijer. „Hoewel de namen op de shortlist laten zien dat de jury dit jaar niet tot een gemeenschappelijke keuze kon komen, is D. Hooijer wel degelijk een terechte winnares vanavond. Ze is een stilistisch goede schrijver met een nuchter, eigen geluid. Toen ik bij de Anna Bijns Prijs jurylid was heb ik zelfs erg voor haar werk gepleit.”

De keus voor D. Hooijer is niet alleen opvallend gezien de concurrentie, maar ook vergeleken met eerdere bekroningen. Allereerst omdat het pas de tweede keer is – na de bekroning van P.F. Thoméses Zuidland in 1991– dat een verhalenbundel en niet een roman wordt bekroond. Daarnaast is dit pas de derde keer dat de prijs (die de eerste zes jaar AKO Literatuur Prijs heette) naar een vrouw gaat. In 1992 won Margriet de Moor met Eerst grijs, dan wit, dan blauw. Twee jaar later, toen Libris voor het eerst de sponsor was, ging de prijs naar Frida Vogels voor het tweede deel van De harde kern.

Voor de uitgeverij van D. Hooijers werk, G.A. van Oorschot, is het een bewogen week geweest. Vorige week donderdag nog overleed zijn belangrijke schrijver J. J. Voskuil; winnaar van de Librisprijs 1998. Christiane Hardy van Van Oorschot: „Ik begon pas een vermoeden te krijgen dat ze zou kunnen winnen toen ze ineens voor de tweede keer die avond werd geschminkt. We waren behalve Wouter van Oorschot gisteravond met alle mensen aanwezig die haar hebben gekend vanaf het moment dat ze bij ons met een verhaal uit de post werd gevist.”

Recensent Janet Luis noemde de bundel eerder in deze krant ‘druistig’: „Hooijer laat uitsnedes zien uit verschillende levens. Een plot of een duidelijke ontwikkeling valt er meestal niet in te ontdekken. De langste verhalen zijn het meest geslaagd. Zoals dat over de kleuter Johnny, een wees die dagelijks door twee vrouwen uit het asielzoekerscentrum wordt opgehaald ‘om te voeren en voor te lezen’.”