Hulp in Birma komt langzaam op gang

Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties is gisteren begonnen met het distribueren van noodhulp aan het rampgebied in Birma, dat zaterdag getroffen werd door cycloon Nargis. Ook het Birmese leger is vandaag begonnen met het droppen van water- en voedselpakketten boven de zwaargetroffen Irrawaddy-delta.

Het militaire regime heeft gisteren het dodental weer verhoogd, naar zeker 22.000, terwijl er nog minstens 41.000 personen vermist worden. Het merendeel van de slachtoffers is gevallen in de vlakke rivierdelta, waar een vloedgolf vermoedelijk hele dorpen heeft weggevaagd. De Verenigde Naties vrezen dat een miljoen Birmezen dakloos zijn geworden.

De junta heeft het aanbod van internationale hulp geaccepteerd, maar heeft nog altijd geen visa verstrekt voor medewerkers van de Verenigde Naties en veel westerse noodhulporganisaties. Volgens een woordvoerster van OCHA, de noodhulporganisatie van de VN, wacht het team van rampenexperts die de behoeften in kaart moeten brengen nog altijd in Thailand om te mogen vertrekken.

De Thaise krant Bangkok Post berichtte vandaag dat er vanuit Thailand, waarmee de junta goede relaties onderhoudt, wel medische teams zouden vertrekken naar het rampgebied, in hetzelfde vliegtuig waarmee dertig ton medische hulpmiddelen en twaalf ton voedsel en andere basisbenodigdheden worden ingevlogen.

Tot vandaag was er in totaal 28 miljoen dollar aan donaties aangeboden. Grote donoren zijn het noodfonds van de Verenigde Naties, Groot-Brittannië, Australië, de Europese Unie.

De Amerikaanse president George Bush bood Birma gisteren drie miljoen dollar aan, bovenop de 250.000 dollar die het eerder al beloofd had. Ook bood hij de assistentie aan van de Amerikaanse marine. Dat maakte hij bekend tijdens de ceremonie waarbij het Amerikaanse Congres de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi de hoogste civiele onderscheiding toekende. (AP, Reuters)

Het nieuws over Birma is te volgen op: nrc.nl/birma