‘Heeft men Pim láten vermoorden?’ is de centrale vraag van zijn toespraak

De mevrouw uit Bussum met de Schots geruite pet staat opgewonden bij het plakkaatje dat de dood van Pim Fortuyn memoreert, bij een studiogebouw op het Mediapark. Op het plakkaatje ligt één bosje bloemen. Van haar. ‘Gelukkig heb ik die lelietjes-van-dalen vanmorgen van mijn balkon gehaald. Anders lag hier niks. Ze hebben hier toch showspullen in Hilversum? Pim was een showman! Waarom zetten ze hier niet een paar showspullen neer op 6 mei? Zo’n klein plakkaatje. Dit was Pim niet!’

De vrouw en ik moeten even wachten, maar dan arriveren de mensen die Pim middels een bustour herdenken. Ze zijn vertrokken bij zijn huis in Rotterdam, dan naar het Mediapark, dan naar de begraafplaats. Ongeveer twintig mensen stappen uit. Twee vrouwen – een met roze haar en een met bruin haar – dragen een struik rozen, papavers en bamboe. ‘Ze zeiden op de radio: De bus zit vol’, zegt een van de busgangers geagiteerd. ‘Maar de bus is half leeg. Dat is manipulatie van de linkse pers.’

De eerste spreker is de vrouw met het roze haar. Ze heet Corina en leest een zelfgeschreven gedicht voor, waarin een veenbrand een grote rol speelt. Ze heeft het gedicht geplastificeerd en legt het op het plakkaat.

Dan is Rudy Reker van de LPF Eindhoven aan de beurt. ‘Heeft men Pim láten vermoorden?’ is de centrale vraag van zijn toespraak. Hij is kwaad op de mensen die ten tijde van Pims dood ‘oostindisch doof de andere kant op keken’.

Daarna komt meneer Engel Vrouwe van de LPF Friesland. Een man die akelig veel op Fortuyn lijkt, en dat weet hij goed. Hij is kaal, hij heeft een streepjesdas, en hij beweegt precies zoals Fortuyn. Het enige verschil: hij draagt een slechtzittend pak met Mephisto’s eronder.

Meneer Engel Vrouwe heeft een speech geschreven met als thema het getal zes. Pim werd op 6 mei vermoord, om zes over zes, en zes is het getal van het beest, vertelt meneer Engel Vrouwe. ‘Het beest had de vorm van een groente-etende dierenvriend.’

Hij wijst naar het plakkaat. ‘Deze plek is vervloekt. Ik wil d’r eigenlijk op spugen. Maar die bloemen liggen hier.’

Corina stapt naar voren. Ze wil nog twee niet-geplastificeerde gedichten voorlezen. Een van de gedichten bevat de strofe ‘Op een keer dan ben je aan je laatste eindje toe.’ Wat deze mensen betreft is Pim dat nog lang niet.

Lees alle columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf