Dromen van die ene kans op Anfield Road

Jordy Brouwer (20) speelt vanavond met de reserves van Liverpool voor de titel.

Hij speelde al een paar keer met het eerste elftal. „Dan weet je niet wat je meemaakt.”

Jordy Brouwer wist zeker dat hij de speler in het shirt van Everton ergens van kende. De twintigjarige voetballer uit het tweede van FC Liverpool bestudeerde de speler met het kale hoofd en een nek vol tatoeages van dichterbij. En opeens schoot hem de naam te binnen. „‘Verrek dat is Andy van der Meijde’, dacht ik toen”, zegt Brouwer in een trendy restaurant in het Albert Dock van Liverpool. „Later in de wedstrijd zette een ploeggenoot van de voormalig international een zware tackle in. Van der Meijde schreeuwde in het Engels dat hij erbovenop moest blijven zitten. Ik draaide me om en zei tegen Van der Meijde dat hij beter even wat rustiger aan kon doen. Hij keek wel even vreemd op toen ik hem in het Nederlands toesprak. Daarna heb ik hem niet meer gesproken. Van der Meijde werd gewisseld en was direct vertrokken.”

Jordy Brouwer is sinds vorig jaar in dienst van Liverpool. De Engelse voetbalgrootmacht haalde de Nederlandse spits voor naar verluidt een bedrag van drie ton weg uit de jeugd van Ajax. Rafael Benítez bekommerde zich aanvankelijk hoogstpersoonlijk om de jeugdinternational. Uren achtereen sprak Brouwer met de Spaanse manager over zijn toekomst bij The Reds. Vol goede moed tekende de geboren Hagenaar een contract voor 4,5 jaar. Ruim een jaar later wacht hij nog altijd op zijn officiële profdebuut in het eerste elftal van Liverpool. Vanavond treedt Brouwer wel voor het eerst in zijn carrière aan op Anfield Road als hij met de reserves de strijd om de landstitel aan gaat tegen het tweede elftal van Aston Villa.

Brouwer heeft ondanks het gebrek aan speelminuten op het hoogste niveau nog geen moment spijt gehad van zijn overstap naar de Engelse havenstad. „Nee, toen Liverpool interesse in mij toonde heb ik niet getwijfeld. Via mijn zaakwaarnemer Søren Lerby begreep ik dat ze mij een paar wedstrijden hadden gevolgd. Ze wisten heel veel van mij. Dat gaf vertrouwen. Ajax deed niet zijn best om mij te behouden. Later heeft Martin van Geel [toenmalig technisch directeur van Ajax, red.] gezegd dat ik waarschijnlijk in Amsterdam toch geen contract zou hebben gekregen. Maar dat betwijfel ik. Ik was drie jaar achtereen topscorer bij Ajax. Dan moet je toch wel het een en ander kunnen lijkt me zo.”

Van de ene op de andere dag verruilde Brouwer een elftal met opkomende talenten als Mitchell Donald, Vurnon Anita en Siem de Jong, voor een plaats in de selectie met spelers als Steven Gerrard, Xabi Alonso en Dirk Kuijt. Brouwer maakte in enkele oefenduels zijn opwachting in het eerste elftal. Zo trad Brouwer bijvoorbeeld aan tegen Crewe Alexandra. „Dan weet je eigenlijk niet wat je meemaakt”, legt de rechtsbenige voetballer uit. „Ik maakte een loopactie en kreeg de bal direct in mijn voeten gespeeld door Xabi Alonso. Dat is echt heerlijk voetballen. Maar bij een club die in de zomer even voor tientallen miljoenen spitsen als Fernando Torres en Ryan Babel haalt, is het heel moeilijk om een vaste plek in het eerste elftal te veroveren.”

Brouwer kreeg een tegenslag te verwerken toen hij in de aanloop naar het huidige seizoen geen officieel rugnummer toegewezen kreeg. De voetballer, die als jong mannetje in de jeugd van ADO Den Haag speelde, moest zich noodgedwongen richten op het tweede plan. Brouwer vervulde dit seizoen de rol van afmaker in de reserves onder leiding van oud-voetballer Gary Ablett. „De manier van voetballen is toch wel wat anders dan ik in Nederland gewend was”, stelt Brouwer met een glimlach op zijn gezicht. „Als we een doelpunt maken, wordt daarna elk risico vermeden. Dan krijg je dat typische Engelse voetbal met lange halen naar voren. Dat is niet echt een ideaal spelletje voor mij. Maar ook op dit niveau is het resultaat heilig. Als ik terugkijk naar mijn eigen optredens dan heb ik wel veel geleerd. Ik ben vooral fysiek sterker geworden. En als persoon ben ik sneller volwassen geworden. En ik heb leren voetballen in een 4-4-2-systeem. Al met al zijn dat allemaal mooie ervaringen voor mij.”

Brouwer maakte van nabij mee hoe Kuijt en Babel zich bij Liverpool ontwikkelden tot vaste krachten. Op het trainingscomplex Melwood speelde hij meermalen tegen zijn landgenoten. „Vaak weten wij met de reserves de onderlinge ontmoetingen van twee keer twintig minuten ook nog te winnen. Wij zijn dan natuurlijk extra gemotiveerd, terwijl die gasten iets hebben van ‘daar heb je ze weer’. Ik kijk wel op tegen Kuijt en Babel. Dat lijkt me ook logisch. Ik trek iets meer op met Babel, hem ken ik nog van Ajax. Een paar keer wilde ik na een training samen met hem nog wat extra dingen doen op het veld, maar dat mag hier gewoon niet. We werden naar binnen geroepen. ‘Jullie hebben genoeg gedaan’, zeggen ze dan hier. In Nederland is dat toch wel anders. Pierre van Hooijdonk werkte ook altijd alleen nog even aan zijn vrije trap. Individuele trainingen krijgen we niet. Dat vind ik wel jammer.”

Brouwer hoorde de voorbije maanden niets meer van Benítez. De komende weken hoopt hij via Lerby meer duidelijkheid te krijgen over zijn toekomst bij de vijfvoudig winnaar van de Champions League. „Ik wil niet nog een jaar in het tweede elftal van Liverpool spelen. Want dan ben ik bang dat ik toch stil ga staan in mijn ontwikkeling. De omstandigheden waarin we spelen zijn niet echt ideaal. Onze thuisduels werken we af in het stadion van de Warrington Wolves. Een rugbyclub. Je kunt je dan wel voorstellen op wat voor soort veld we spelen. Dat is echt dramatisch. De laatste weken speelden we daarom vaak in Wrexham. Maar dat is in Wales. Voor een thuiswedstrijd moeten we dan een uur in de bus zitten. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat dit bij zo’n grote club mogelijk is.”

Brouwer zou het liefst zijn loopbaan voortzetten als werknemer van Liverpool. „Natuurlijk zou dat ideaal zijn. Maar dan moet ik wel een kans krijgen. Onlangs maakte Damien Plessis zijn debuut voor Liverpool in een wedstrijd tegen Arsenal. Hij is een vriend van me geworden. Ik gun hem het allerbeste, maar je denkt op zo’n moment ook wel even aan jezelf. ‘Shit, daar had ik eigenlijk moeten staan’, gaat er dan door je heen. Je collega’s zijn ook je concurrenten. Dat is op zich wel vreemd. Als ik geen kansen krijg voel ik er best voor om uitgeleend te worden. In de winterstop waren er een aantal clubs geïnteresseerd, maar ik mocht toen niet weg. Ik denk dat de situatie nu wel anders is. Waar ik volgend jaar speel? Ik heb eerlijk gezegd geen idee. Dat kan hier in Engeland zijn, maar een terugkeer naar Nederland is ook mogelijk.”