Alles heeft er rondgevlogen

Nrc-popjournalist Hester Carvalho (42) kwam als kind al in Paradiso.

„De opwinding, de muziek, de drommen publiek dat wilde ik vaker.”

Ik kwam voor het eerst in Paradiso toen ik acht was. Op woensdagmiddag was daar kinderknutselmiddag, met taarten zo groot als tafels en films van de Dikke en de Dunne op de muur geprojecteerd. Er werd gekleid, gescheurd en geverfd. De middagen eindigden steevast in een dwarreling van zelfgevouwen vliegtuigjes.

Na afloop gingen we eten in de kelder. In de gewelven van Paradiso, via de achterkant te betreden, zat een restaurant dat, geheel in hippiestijl, een biologisch dynamische keuken voerde, met veel gierst en rauwe groenten. Lekker was anders, maar revolutionair was het wel.

’s Avonds liepen we naar het Vondelpark om de mensen in slaapzakken te bekijken die daar bivakkeerden. Het was begin jaren zeventig, de tijd van de Dam-slapers, lang haar en ban-de-bom-tekens.

Later zat ik op school tegenover Paradiso. We hingen uit het raam bij natuurkunde en zagen muzikanten hun apparatuur uit vrachtwagens en busjes de zaal in dragen. Mijn eerste Paradiso-concert was tijdens de opnamen van de speelfilm Cha Cha, met Herman Brood in de hoofdrol. Wij scholieren werden geronseld als publiek bij de optredens van Golden Earring, Brood en Nina Hagen. En daar gebeurde het: de opwinding, de muziek, de drommen publiek – dat wilde ik vaker.

Het was begin jaren tachtig, de tijd van leren jacks, T-shirts met scheuren en zwartgeverfd haar. Van een knutselhonk, en een toevallige overbuurman werd Paradiso een plaats van belofte. Hier kwam de muziek tot leven.

Rondvliegende objecten bleken daarbij een vaste waarde. Bier, schoenen, mensen, bekertjes – ze hebben een functie bij het uitdrukken van enthousiasme. Toen een paar weken geleden Claw Boys Claw optrad, en het zaallicht even aanging, was het alsof er een hagelbui bezig was, zoveel plastic bekertjes vlogen door de lucht. Soms gaat het mis. Nick Cave liep ooit boos weg nadat een (leeg) plastic bekertje op zijn hoofd was gegooid terwijl hij stond voor te lezen. Courtney Love werd geraakt door een (volle) bierbeker en klom prompt via een paar snoeren, en dankzij een ‘kontje’ van een roadie, naar het balkon om de biergooier in elkaar te slaan. Dat zijn – net als de crowdsurf-actie van Kaiser Chief Ricky Wilson die zich op de handen van zijn fans naar de bar achter in de zaal liet vervoeren, op de bar een biertje dronk en zich weer terug liet dragen – escapades die je in Paradiso vaker meemaakt dan elders.

In de loop van de afgelopen decennia is het gebouw meer keren van uiterlijk veranderd. Eerst was de buitenkant wit-rood-blauw met ‘Paradiso’ in roze letters tegen de gevel, later werd het zwart geverfd, en nu is het baksteenkleurig. Er werd verbouwd en uitgebreid. Vroeger gebeurde er wel eens een avond niets in Paradiso; nu zijn er vier tot vijf programma’s per dag.

Maar een extra balkon of een opgeknapte kelder veranderen niets aan de magie van het gebouw. De gebrandschilderde ramen, de balkons, het lindegroene houten plafond waar zich de condens van duizenden zwetende muzikantenlichamen heeft verzameld, ze zijn historisch beladen. Net als de trap achter het podium, onzichtbaar voor het publiek, waar de edelste voetzolen uit de geschiedenis overheen gingen: die van Johnny Rotten, James Brown, Patti Smith, Kurt Cobain, Huub van der Lubbe, Eminem, Herman Brood, Candy Dulfer, Ian Curtis, Debbie Harry, Peter TeBos, Joe Strummer, Jack Johnson, Angie Stone, Pete Doherty, Lucky Fonz III, Elvis Costello, Bowie, Bono... Allemaal liepen ze die trap op, pauzeerden even op de drempel en schoven het gordijn opzij, om oog in oog te staan met een verwachtingsvolle menigte.

Eén keer heb ik er zelf opgetreden, dat wil zeggen: bijna. Het was op een avond rond Mike von Bibikov, een verward orakel dat ergens in de jaren tachtig een gooi deed naar een gemeenteraadszetel. Vóór mijn band – een Joy Division-achtig doemgezelschap – speelde Soviet Sex, de band van kunstenaarsbroers Van der Ploeg en Peter Klashorst, nu bekend als schilder. Soviet Sex gaf een woest optreden waarbij bussen verf, vla en yoghurt door de zaal werden geslingerd.

Na afloop zat de vla tot in de stopcontacten. Ons optreden werd afgelast wegens kortsluitingsgevaar.

Met wat minder rondvliegende zuivel, wie weet hoe het leven dan gelopen was.