Zwanger zijn en bevallen kan beter

De zorg bij zwangerschap en bevalling kan veel beter, vindt hoogleraar Koos van der Velden. Hij adviseert de overheid straks hoe de babysterfte in Nederland terug te dringen.

Hij ziet veel lankmoedigheid bij zwangerschap en bevallingen in Nederland. „De zorg is niet continu goed. Dat kan een stuk beter. Maar vrouwen kunnen zich ook beter voorbereiden”, zegt Koos van der Velden, hoogleraar Public Health aan het UMC St. Radboud in Nijmegen.

Van der Velden krijgt van minister Klink (Volksgezondheid, CDA) de opdracht plannen te bedenken die problemen bij zwangerschap en bevalling verminderen.

De afgelopen maanden kwamen enkele rapporten over sterfte bij pasgeboren baby’s uit die de politiek alarmeerden. Zo is het sterftecijfer in Nederland hoog, vergeleken met andere Europese landen. Twee maanden geleden bleek bovendien dat jaarlijks bij bevallingen zo’n 35 baby’s onnodig sterven omdat de verloskundige zorg in ziekenhuizen in weekenden en ’s avonds onvoldoende is.

Ander recent onderzoek toonde aan dat de zorg voor moeder en baby tijdens een bevalling in het ziekenhuis onvoldoende is. Hartslag van baby’s en weeën van moeders worden gemeten met een oude methode. Daardoor weten doktoren vaak slecht wat de weeënfrequentie is, hoe hoog de hartslag van het kind is en of er sprake is van zuurstoftekort, concludeerde de onderzoeker.

„Op veel fronten kan de zorg bij zwangerschap en bevalling beter”, meent Van der Velden. Minister Klink heeft hem gevraagd voorzitter te worden van de stuurgroep Modernisering verloskunde. Hierin zijn onder andere de kraamzorg vertegenwoordigd, kinderartsen, gynaecologen, verloskundigen, huisartsen, zorgverzekeraars, experts en ambtenaren van Volksgezondheid.

Van der Velden vindt de zorg rondom de zwangerschap „typisch Nederlands van aard”. „We leggen veel verantwoordelijkheid bij het individu. Het is liberaal en we willen niet discrimineren. Daardoor zijn we te voorzichtig.” Hij meent dat de begeleiding van zwangeren in bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Scandinavië actiever en alerter is. „Dat is belangrijk bij een toenemend aantal allochtone moeders.”

Allochtone moeders hebben een hogere kans op complicaties. Dat komt door hun gemiddeld slechtere conditie en genetische afwijkingen door onder meer het hoge percentage neef-en-nichthuwelijken. Weinig allochtone vrouwen slikken voor hun zwangerschap foliumzuur, dat de kans op open ruggetjes sterk vermindert. Ze komen bijna altijd pas in de tweede helft van hun zwangerschap voor het eerst bij een verloskundige voor controle.

Van der Velden vindt dat vrouwen zich te vaak slecht voorbereiden op de geboorte van hun kind. Thuis ontbreekt het dan aan goede spullen en de juiste omstandigheden.

Recent onderzoek in Rotterdam wees uit dat 10 procent van de allochtone vrouwen tijdens de zwangerschap wordt mishandeld. Turkse moeders roken vaak, Antillianen en Surinamers hebben vaak een hoge bloeddruk en suikerziekte. Dat laatste geeft vooral problemen met de moederkoek. Na een bevalling wijzen veel allochtonen kraamzorg af. Van der Velden: „En dat laten we allemaal gewoon gebeuren. Niemand doet iets.”

Een van de werkgroepen in zijn commissie zal zich daarom concentreren op verloskundige zorg aan allochtonen. Een andere werkgroep bedenkt een nieuw systeem om zwangeren met een hoger risico eerder op te sporen en te behandelen. Die zouden volgens Van der Velden bijvoorbeeld in een ziekenhuis moeten bevallen. Nu respecteren verloskundigen te vaak de wens van moeders om thuis te bevallen en artsen doen te weinig prenataal onderzoek. Vrouwen die thuis willen bevallen, moeten in de helft van de gevallen toch op het laatste moment naar het ziekenhuis. „En daar moet dus de kwaliteit, in het bijzonder de continuïteit, omhoog.” Dat wordt een taak voor de derde werkgroep.

De commissie zet geen vraagtekens bij het typisch Nederlandse fenomeen van thuisbevalling. Wel worden de voor- en nadelen ervan op een rij gezet. „Maar we gaan het niet a priori ontmoedigen”, zegt Van der Velden. „Veel te veel vrouwen, gynaecologen en onderzoekers vinden het een goed instituut. Thuisbevalling kan niet als schuldige worden aangemerkt van de hogere babysterfte.” In Nederland sterven weinig vrouwen doordat ze thuis bevallen.

Met betere indicatie en hulp kan mogelijk ook het grote aantal zelfmoorden bij vrouwen die een kind krijgen worden teruggedrongen. De afgelopen tien jaar pleegden tachtig zwangeren en jonge moeders zelfmoord, omdat ze in een psychose of een ernstige depressie raakten, schreven enkele artsen vorige maand in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Ze willen een richtlijn waardoor artsen zwangere patiënten altijd vragen naar hun psychiatrische voorgeschiedenis.

Van der Velden wil de zorg rond zwangerschap en bevalling strenger maken. „Dat is ook goed voor de overheid en degenen die zorgpremies betalen. Strenger zijn is beter en drukt de zorgkosten.”

Hij vindt verder dat allerlei aanbevelingen in richtlijnen en cao’s over werken tijdens en na de zwangerschap scherper moeten en in ieder geval wettelijk beter vastgelegd. Het gaat bijvoorbeeld om het recht op extra pauzes, werken in avond- en nachtdiensten en de mogelijkheid tijdelijk minder stressvol werk te doen.

De voorzitter van de stuurgroep Modernisering verloskunde vindt dat vrouwen en mannen meer vrije tijd moeten hebben rondom de bevalling. „We moeten leren genieten van die periode”, vindt Van der Velden. Hij is daarom voorstander van een forse uitbreiding van het aantal verlofdagen. Nu is het zwangerschapsverlof zestien weken en voor de partner twee dagen. Van der Velden wil uitzoeken hoeveel extra weken nodig en mogelijk zijn. „Meer verlof is in het belang van baby, vrouw, man en hele Nederlandse samenleving.”