Zes jaar na de moord

De erfenis van de politicus Fortuyn, vandaag zes jaar geleden vermoord, is geen rustig bezit. Andere politici hebben zijn ideeën overgenomen. Hiervan zijn de twee meest opvallende de partijleiders Wilders (PVV) en Verdonk (Trots op NL). Wilders heeft vooral de gedachten die Fortuyn formuleerde in zijn boek Tegen de islamisering van onze cultuur (1997) tot de zijne gemaakt. Verdonk ontleent aan Fortuyn onder meer haar gerichtheid op directe democratie en haar kritiek op het ambtenarenapparaat. Wilders verwierf in één keer negen zetels in het parlement. En ook Verdonk heeft in potentie een ruime achterban, ervan uitgaande dat de opiniepeilingen een redelijke indicatie geven van electorale trends. Dit duidt erop dat kwesties die Fortuyn aanroerde, nog altijd wachten op een goed antwoord vanuit Den Haag.

Veel kwesties in de politieke actualiteit zijn te herleiden tot Fortuyns optreden. Wat zijn gedachten betreft over de modernisering van het Nederlandse systeem van representatieve parlementaire democratie, hebben de bestaande machten standgehouden. Het huidige kabinet is zelfs druk bezig met restauratie van oude verhoudingen. De meest sprekende voorbeelden zijn het terugdraaien van de initiatieven inzake het kiezen van de burgemeester en andere recente maatregelen, bedoeld om mogelijke directe invloed van burgers op het binnenwerk van de politieke machinerie te blokkeren.

Dit valt vooral te betreuren omdat het kortzichtig is uit te blijven gaan van de eeuwige houdbaarheid van het huidige stelsel. Het gevolg is dat verschillende actoren van het politieke spectrum zich hebben opgesloten in hun eigen gelijk. Dat leidt al gauw tot oververhitting.

Voorbeeld is het idee van staatssecretaris Bussemaker (Welzijn, PvdA) om voor kinderen van immigranten in het onderwijs over de Tweede Wereldoorlog te werken met figuren die hen aanspreken. Dat kan zinvol zijn maar de bijdrage van allochtonen aan het verzet moet niet worden overdreven. Evenmin is het zinvol daarover dan weer een spoeddebat aan te vragen, zoals de PVV heeft gedaan. Ook is er stellig sprake van corruptie onder Antilliaanse bestuurders. Maar het gaat niet aan om, zoals Kamerlid Brinkman (PVV) doet, allen over één kam te scheren. Net zoals het contraproductief is Curaçaose politici uit te maken voor „huilende kinderen”, zoals de afgevaardigde vanochtend deed op Radio 1.

Ook het kabinet kan wat meer de deugd van de temperantia, de gematigdheid, nastreven. Een Kamermeerderheid wil het antieke verbod op de smalende godslastering afschaffen. Dan heeft het geen zin om, zoals minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA), het tegenovergestelde na te streven, namelijk een totaal verbieden van alle mogelijk kwetsende uitlatingen over andere godsdiensten en levensovertuigingen. Dat jaagt tegenstellingen aan en brengt alleen meer instabiliteit.

Opgefokte emoties, generaliseringen en misplaatste trots brengen oplossingen niet dichterbij. De les van de episode-Fortuyn moet zijn dat democratie gebaat is bij een koel hoofd, een zakelijke benadering en een warm hart.