Wordt het nou Blair of niet?

Tony Blair is al genoemd (en ook premier Balkenende) voor de nieuwe EU-topbaan.

Op zoek naar Mister of Miss Europe.

Het onlangs opgeleverde gebouw aan de Brusselse Wetstraat waar de nieuwe voorzitter van de Europese Raad kantoor zal houden. (Foto Ivan Put) gebouw van de nieuwe voorzitter van de raad van de europese unie in brussel foto ivan put Put, Ivan

Het kantoor staat er. Salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden van de baan zijn grotendeels geregeld. Een jaarinkomen van rond de 270.000 euro, auto met chauffeur, woontoelage en een persoonlijke staf van ongeveer twintig mensen.

Maar wat hij of zij nu precies te doen krijgt, dat is nog niet bepaald. En of er niet toch nog een opgetuigd ambtenarenapparaat bijkomt is op dit moment eveneens onbekend. Het gaat om de toekomstige voorzitter van de Europese Unie, de inmiddels veelbesproken functie die voortvloeit uit het Hervormingsverdrag, dat volgend jaar van kracht moet worden.

Voor de functie circuleren reeds vele namen en als het aan de Nederlandse oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot ligt kan hier ook die van premier Jan Peter Balkenende worden toegevoegd. „Als de weg open ligt, denk ik dat hij geen nee zegt”, aldus Bot, vorige maand in het weekblad Vrij Nederland. Maar de vraag blijft wat zo’n nieuwe mister of miss Europe, die de Europese Unie een herkenbaarder gezicht moet geven, nu precies gaat doen. In Brussel praten de vertegenwoordigers van de lidstaten er slechts in algemene termen over.

Jean-Luc Dehaene, ex-premier van België en invloedrijk christen-democratisch europarlementariër, wilde onlangs tijdens zijn ‘Schmelzerlezing’ in de Haagse sociëteit De Witte niet te veel woorden vuil maken aan de nieuwe Europese post. „U kan daaruit stellen dat hij niet belangrijk is. Het wordt geen president van Europa”, aldus Dehaene voor het gezelschap van voornamelijk CDA’ers, onder wie premier Balkenende.

Sinds de Franse president Nicolas Sarkozy de naam van Tony Blair liet vallen als prima kandidaat twijfelen veel Europese politici aan de beperkte invulling van het EU-presidentschap.

Het verdrag omschrijft weliswaar wat de plaats is van de voorzitter in de ingewikkelde bestuurlijke constructie die Europese Unie heet, maar het is natuurlijk wel de naam van de persoon die de functie een gezicht geeft en deze daarmee ook kan inkleden. En dan maakt het wel degelijk verschil of iemand met een staat van dienst als Blair zich voorzitter van Europa kan noemen of een veel minder geprofileerd politicus uit een kleinere lidstaat.

Volgens Dehaene zal de voorzitter een figuur zijn „zonder grond onder de voeten”. Meer iemand die „voor olie in de machine zorgt”, zei hij na afloop van zijn lezing in Den Haag. Als oud-vicevoorzitter van de Conventie die in 2003 de basis legde voor de Europese Grondwet weet hij precies hoe de functie tot stand is gekomen. „Het was een concessie aan Giscard d’Estaing, de voorzitter van de Conventie die voor Europa een president naar Frans model wilde.” Andere leden van de Conventie vonden het voldoende als de reeds bestaande voorzitter van de Europese Commissie werd opgewaardeerd. „Een permanente voorzitter van de Europese Raad (de vertegenwoordigers van de EU-lidstaten, MK) was toen het compromis”, aldus Dehaene.

In het Europees Hervormingsverdrag dat de omstreden Grondwet heeft vervangen, staat dat de voorzitter van de Europese Raad de werkzaamheden „leidt en stimuleert”. Verder dient hij de „samenhang en consensus” tussen de Europese regeringsleiders te bevorderen. Het zijn omschrijvingen die ruimte bieden aan zowel een minimale als een maximale invulling. Vandaar dat de functie niet los kan worden gezien van de persoon. Straks kent de Europese Unie drie gezichten: de voorzitter van de Europese Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger (die in de Europese Grondwet nog gewoon minister van Buitenlandse Zaken heette) en de voorzitter van de Europese Raad. Dehaene ziet de bui al hangen: „Als dat drie superego’s zijn krijg je catastrofe’’.

In de Eerste Kamer maakte staatssecretaris Timmermans (Europese Zaken, PvdA) twee weken geleden duidelijk dat de Nederlandse regering het vaste voorzitterschap van de EU beschouwt als een louter technische en dus geen presidentiële functie. In die constructie ligt een voorzitterschap van een figuur als Blair minder voor de hand. „De voorzitter moet faciliteren en niet kapen”, aldus Timmermans. Zijn of haar activiteiten mogen niet ten koste gaan van de positie van de voorzitter van de Europese Commissie, vindt hij.

Tweede Kamerlid Henk-Jan Ormel (CDA) acht het noemen van namen niet aan de orde. „Ik vind het echt verkeerd als er straks een functie om een persoon heen wordt geboetseerd.” Zijn PvdA-collega Luuk Blom vindt het allemaal „niet zo interessant”. Volgens hem is de tekst van het Verdrag helder. „Er moet gewoon een technisch voorzitter komen”. Iets voor Tony Blair? Blom: „Ik zou het niet doen als ik hem was”.