Werk tot 65 populairder

Steeds meer werknemers zijn bereid om door te werken tot hun 65ste jaar. Dat blijkt uit een onderzoek dat minister Donner (Sociale Zaken, CDA) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Eind vorig jaar werden 22.000 mensen ondervraagd over hun arbeidsomstandigheden. Eén op de drie deelnemers (34 procent) zei daarbij bereid te zijn om door te werken tot zijn 65ste jaar. Twee jaar eerder was dat één op de vijf werknemers (21 procent).

De animo is het grootst bij werknemers tot 20 jaar: 44 procent wil doorwerken. Bij werknemers van rond de 30 jaar en jonge vijftigers is de bereidheid het kleinst. Van deze groepen wil iets meer dan 30 procent doorgaan tot 65 jaar.

Uit de enquête blijkt verder dat de bereidheid om langer door te werken sterk verschilt per sector. In de bouw is die bereidheid het geringst (25 procent), terwijl de landbouw en visserij de meeste werknemers heeft die willen doorwerken (40 procent). Ook in de sectoren cultuur, overige dienstverlening en onderwijs willen verhoudingsgewijs veel werknemers doorwerken tot 65.

Minister Donner schrijft in een begeleidende brief aan de Kamer dat de enquête laat zien dat de discussie over langer doorwerken die het kabinet in gang heeft gezet, effect sorteert. Met het oog op de vergrijzing en krappe arbeidsmarkt, vindt het kabinet het belangrijk dat meer oudere werknemers aan de slag zijn en dat ze langer doorwerken. Donner komt binnenkort met een nota waarin hij maatregelen bekendmaakt om werknemers te stimuleren langer door te werken. Hij denkt onder meer aan een bonus op de AOW voor mensen die ook na hun 65ste jaar willen doorwerken.