Vijfhonderd kilometer bloemetjesmotief per dag

Ivanovo, in het tsarenrijk al de textielstreek van Rusland, ging met de ineenstorting van het communisme ook zelf vrijwel teloor. Maar het leeft op en heeft verregaande ambities.

Light industry in Ivanovo city, Russia PHOTO BY OLEG KLIMOV FOR THE ARTICLE OF MICHEL KRIELAARS (ECONOMY SECCTION)

Uit een rij machines waaieren tientallen meters lange lappen ruwe katoen als dansende spoken. Ze vallen dood neer in houten karretjes. Vrouwen die naast de karretjes zitten, bevestigen de lappen met oude trapnaaimachines haastig aan elkaar. Daarna worden ze naar een andere machine gereden die ze op grote spoelen wikkelt. En dan volgt het hoogtepunt van het proces: de lappen worden in razend tempo door een verfmachine van het merk Stork getrokken, waarop printplaten ze met een patroon bestempelen en liggende, ronddraaiende cilinders ze als in een batikproces in acht etappes inkleuren.

Het gebouw waar de vrouwen werken dateert uit het begin van de twintigste eeuw. Nog ouder is de oude houten villa, de voormalige directiewoning, die op een verhoging staat. „Er bestaat al sinds 150 jaar textielindustrie op dit terrein”, zegt Lev Borisovitsj Petrov van textielfabriek Rode Talka, een naamloze vennootschap waarvan hij algemeen directeur is. Het complex bevindt zich aan de rand van het centrum van het stadje Ivanovo, op zo’n 300 kilometer ten noordoosten van Moskou.

Eenmaal beschilderd gaan de lappen naar een volgende afdeling, waar ze een nieuwe chemische behandeling ondergaan en wederom in houten karretjes waaieren. Daarna worden ze op balen gerold en in het magazijn klaargelegd voor de verkoop.

„Die vier oude Stork-machines zijn zoveel beter dan de nieuwe Chinese machines waarmee we alleen maar de makkelijkere processen kunnen doen”, zegt Petrov als hij door armoedige groene hallen loopt.

Hij schudt voortdurend handen van zijn werknemers. „Ik kom zelf van de productievloer, heb jarenlang als chemisch ingenieur gewerkt. Sinds ik directeur ben, loop ik hier toch iedere dag minstens twee uur rond om van het personeel te horen wat de problemen zijn. Ik eis vooral discipline van ze, met name op technologisch gebied. Want als die discipline niet goed is gaat dat ten koste van de kwaliteit van de productie.”

Petrovs betoog wordt overstemd door het oorverdovende lawaai van het verzamelde machinepark in de hallen van de 20.000 vierkante meter grote fabriek. Het is er als in een roman van Charles Dickens. Op de verfmachines na oogt alles er oud en vervallen. In sommige van de groen geverfde gangen is het schemerdonker. „Het is geen kwestie van duisternis, maar van zuinig zijn”, zegt de directeur, die als een mol overal zijn weg vindt.

Veiligheidsregels en een Arbowet lijken in Rode Talka niet te bestaan. De vloer bij de verfbaden is spekglad en nergens zijn brandblussers te zien. In de broeierige productiehallen ruikt het bovendien venijnig naar ongezonde chemicaliën waarmee het katoen wordt bewerkt. Ook dragen de arbeiders geen speciale werkkleding. Volgens directieassistent Jevgeni Rechter is er echter niets aan de hand en worden de veiligheidsregels wel degelijk nageleefd. „Dat iedereen hier in zijn gewone kloffie loopt is een gevolg van de hoge temperaturen in de fabriek”, zegt hij. „Bij die hitte kun je maar het best een dun jurkje of een T-shirt dragen.”

De textielstad, die nu zo’n 406.000 inwoners telt, werd aan het begin van de twintigste eeuw het ‘Russische Manchester’ genoemd. Het was er een broeinest van revolutionairen. Stakingen braken vrijwel dagelijks uit, want de arbeiders leefden er zoals overal in het tsarenrijk in mensonwaardige omstandigheden.

Aan de oevers van de Talka, het riviertje waaraan Rode Talka staat, werden in 1905 revolutionaire demonstraties hardhandig uiteengeslagen. Ook kwam in dat jaar de eerste sovjet ter wereld op die oevers bijeen om 72 dagen lang de baas over het stadje te spelen.

Tegenwoordig komt 60 procent van de Russische katoenproductie en 25 procent van de Russische linnenproductie uit een van de dertig textielfabrieken in de regio Ivanovo. En dat percentage zal alleen maar toenemen. Want de gouverneur van de regio Ivanovo wil in zijn gebied een ‘textielcluster’ oprichten met een gunstig belastingklimaat, dat zowel nieuwe Russische ondernemers als buitenlandse investeerders moet verleiden.

Vervolg Textiel: pagina 14

'De concurrentie met China kunnen we goed aan'

Vervolg Textiel van pagina 13

De erfenis van de revolutie is in het industriestadje nog overal aanwezig. De straten heten er Sovjetstraat, Plein van de Revolutie, Leninboulevard. Aan de gevels van de vele universiteitsgebouwen prijken hamers en sikkels, mozaïeken van dappere arbeiders en in brons gebeeldhouwde spreuken uit de verzamelde werken van Lenin. Rode sterren prijken op de fabriekstorens.

Rode Talka, onderdeel van het textielconcern TDL (Torgovij Dom L, Handelshuis L), is verantwoordelijk voor 10 procent van de landelijke textielproductie. „Wij produceren 140.000 kilometer textiel per jaar, 500 kilometer per dag”, zegt Petrov. „De productie gaat dag en nacht door, zeven dagen lang, in drie ploegen van acht uur elk.”

De directeur is zichtbaar tevreden over die productie. „Een jaar geleden zou ik geen journalist tot de fabriek hebben toegelaten”, zegt hij even later in zijn computerloze kantoor, waar hij gebogen zit over een veld aan papieren productiestaten. „Want het ging toen niet goed met ons.”

Van de dertig textielfabrieken in de regio Ivanovo liggen er vijftien in de stad. RodeTalka, gelegen aan de rand van een vervallen woonwijk, is er een van. Petrov: „Voor het ineenstorten van de Sovjet-Unie had de regio Ivanovo in totaal zo’n vijftig fabrieken. Ieder daarvan was een stad op zichzelf, waar de directie en de arbeiders samenwerkten en -woonden.”

Maar in de loop van de jaren tachtig, toen Gorbatsjovs perestrojka de inefficiëntie van het communistische productiesysteem onthulde, ging het mis met de textielindustrie in Ivanovo. „Veel grote fabrieken moesten hun poorten sluiten omdat ze als zoveel bedrijven in de Sovjet-Unie meer geld kostten dan ze opbrachten. Daarna brak de tijd aan voor kleinere fabrieken, met zo’n 800 man personeel, zoals de onze.”

Rode Talka overleefde de perestrojka ternauwernood, maar sneuvelde wel bijna tijdens de economische crisis van de jaren negentig. In 2001 ging het bedrijf alsnog failliet door de enorme schulden die het in die periode had gemaakt. Door te reorganiseren lukte het een ‘doorstart’ te maken. Sinds 2006 verzorgt Rode Talka, waar 800 mannen en vrouwen werken, alleen nog maar de afwerking van het productieproces en worden er geverfde stoffen voor dekbedovertrekken, gordijnen en lakens geproduceerd.

‘Tegenwoordig komen de inkopers van de grote detailhandelorganisaties naar ons toe”, zegt Petrov. „In de Sovjet-Unie was dat anders. Toen moesten we onze producten naar Moskou brengen om ze aan de detailhandel te verkopen. Nu hoeven we daar maar twee keer per jaar heen, wat veel efficiënter is. De concurrentie met China kunnen we heel goed aan, want we concentreren ons op kwaliteitsproducten. We hebben dan ook een uitstekend imago.” Hij wijst naar de muur, waar behalve een portret van Poetin een aantal officiële onderscheidingen hangt voor productie van hoge kwaliteit. Het jaar 2006, het eerste jaar van het nieuwe bedrijf, blijkt een hoogtepunt te zijn.

Rode Talka doet volgens Petrov alles om de belangen van de arbeiders te beschermen. „In de afgelopen twee jaar hebben we geprobeerd de salarissen van de arbeiders optimaal te beschermen en een sociaal pakket voor hen samen te stellen”, vertelt hij. „In 2007 betaalden we onze arbeiders een gemiddeld salaris van 11.700 roebel (317 euro) per maand, terwijl in de Russische textielindustrie een gemiddeld maandsalaris van 5.700 roebel heel gewoon is. De arbeiders die met de Stork-machines werken krijgen bij ons zelfs 20.000 roebel (541 euro) als maandsalaris. En maandelijks betalen we ons personeel ter stimulans 1.000 roebel meer, maar dan moet wel de productiekwaliteit goed zijn.”

De gestegen welvaart onder het personeel in de fabriek is in een bepaald opzicht duidelijk meetbaar. Waren er in Rode Talka een aantal jaar geleden van de 1.200 personeelsleden 14 vrouwen zwanger, nu zijn dat er 24 op een totaal van 800. „Het gaat goed met de economie”, zegt Petrov. „En daarom worden er in een gezin meer kinderen genomen. Het heeft niets te maken met Poetins plan om in het door hem uitgeroepen ‘Jaar van het Gezin’ het aantal geboorten per gezin te verhogen en daarmee de bevolkingsdaling te keren. Het is gewoon een kwestie van welvaart.”

Op de hightechafdeling van de fabriek staat een laserapparaat dat de prints die op de designafdeling zijn ontworpen op de printplaten lasert. Dankzij die techniek heeft Rode Talka zich, volgens Petrov, „op de markt kunnen positioneren”.

Irina Lapina, hoofd van de designstudio, probeert zoveel mogelijk met haar tijd mee te gaan. Trots toont ze de ontwerpen met romantische bloemmotieven en natuurtaferelen die voor dekbedovertrekken bestemd zijn. „Wij zitten hier met twee ontwerpers die op de computer hun designs tekenen”, zegt ze. „En we hebben ook nog aparte specialisten voor het mengen van kleuren. Regelmatig gaan we naar Frankfurt om de nieuwe designstromingen te bestuderen en die aan te passen voor de Russische markt.” Ze laat afbeeldingen zien van onder meer dolfijnen, verliefde paartjes, palmenstranden, bomen, in alle kleuren van de regenboog. Zoete romantiek overheerst.

„Voor onze oudere klanten hebben we klassiekere patronen”, voegt Petrov toe, waarbij hij wijst op lieflijke bloemmotieven die aan de vroegere Sovjet-Unie doen denken, maar het in de verste verte niet halen bij de fraaie motieven die vóór de revolutie van 1917 in Ivanovo werden geproduceerd. Dan houdt Lapina een vel papier omhoog en vraagt: „Kijk, wat vinden jullie van deze koalabeertjes?”

Petrov overweegt ieder jaar weer met pensioen te gaan, maar telkens als zijn contract afloopt tekent hij toch weer bij. Hij houdt van ‘zijn’ Rode Talka. „De situatie in de Russische textielindustrie is weer stabiel. Ik geloof dan ook in een stralende toekomst”, zegt hij met een glimlach, waarmee hij schertsend verwijst naar ‘de stralende toekomst van het socialisme’, een strijdkreet uit de hoogtijdagen van de Sovjet-Unie.