Pukkelig ongemak bij Cuarón

Een festival voor Latijns- Amerikaanse films is niet meer nodig nu Mexicaanse en Argentijnse films wereldwijd groot succes hebben. Maar het is een leuk cultureel uitstapje.

Zou Jonás Cuarón net zo goed zijn als zijn vader? Vader Alfonso, bekend van de Mexicaanse intense coming of age-film Y tu mamá también en de derde Harry Potter-film The Prisoner of Azkaban, vertrouwde zijn zoon al eens de regiestoel toe toen hij door Naomi Klein werd gevraagd haar boek The Shock Doctrine te verfilmen.

Die film over de economische shocktherapieën die Amerika wereldwijd toepast ging vorig jaar tegelijk in première op de filmfestivals van Venetië en Toronto en is te bekijken en bestellen op naomiklein.org/shock-doctrine. In Venetië was toen ook, veel minder uitgebreid in de publiciteit gebracht, Jonás’ echte regiedebuut te bekijken, Año uña, een fotofilm over de onmogelijke liefde tussen een Mexicaanse jongen en een Amerikaans meisje. En ja, de film, een van de hoogtepunten van de vierde editie van het Latin American Film Festival, bewijst inderdaad dat het vermogen om het gevoelsleven van jonge mensen onopgesmukt en direct, met inbegrip van alle tedere poëzie en pukkelig ongemak in beeld te brengen, de Cuaróns in de genen zit.

Het is een van die films die vroeger misschien te zien zou zijn geweest op het Filmfestival Rotterdam, maar die steeds meer hun natuurlijke habitat lijken te vinden op de speciale landenfestivals die elkaar in het festivalseizoen verdringen.

Mexicaanse en Argentijnse regisseurs hebben wereldwijd veel succes. Het bejubelde Mexicaanse driemanschap Alejandro González Iñárritu (Babel) Alfonso Cuarón en Guillermo del Toro (Pan’s Labyrinth) wordt dit jaar tijdens het LAFF in het zonnetje gezet. Van Argentijnse regisseurs belandden alweer twee films in competitie in Cannes. Het is dus eigenlijk niet meer nodig, een festival exclusief voor de Latijns-Amerikaanse film. Maar het Latin American Film Festival (LAFF) weet wel beter: filmliefhebbers duiken graag een weekje onder in een specifieke filmcultuur.

Het LAFF husselt daarvoor het hele Latijns-Amerikaanse taal- en cultuurgebied door elkaar. Zo kun je als openingsfilm het Braziliaanse Tropa de elite aantreffen, eerder dit jaar Gouden Beer-winnaar in Berlijn, een keiharde actiefilm over de corrupte politie in de favelas. Later deze maand komt Tropa gewoon in de bioscoop.

Net als andere interessante voorpremières, zoals de gastronomische satire Estômago (Brazilië/Italië), de weldadig gefilmde landschapsstudie La Léon waarin een boot in Noord-Argentinië de hoofdrol heeft, en het eveneens Argentijnse XXY over een jonge hermafrodiet.

En dan zijn er natuurlijk de inhaalfilms, films die Nederland net niet haalden, zoals Cidade dos homens, het vervolg op het succesvolle City of God, eigenlijk de voorloper van Tropa de elite, waarin wederom een kijkje in de sloppen van Rio wordt genomen. En zonder het LAFF was het werk van Chileen Matias Bize ook nooit in Nederland te zien geweest. Net als de LAFF juryprijswinnaar En la cama is ook Lo bueno de llorar een puur, minimalistisch gefilmd extract uit een adolescentenromance, als de liefde echt nog pijn kan doen.

Van de documentaires verdient Cocalero de aandacht. Dat portret van de campagne van de Boliviaanse president op gympen, Evo Morales, de eerste indiaan die ooit tot staatshoofd werd gekozen, is zeer actueel door zijn recent geuite kritiek op het gebruik van biobrandstof en door binnenlandse onlusten van voormalige aanhangers die zijn linkse hervormingen niet snel genoeg vinden gaan.

Van 7 tot en met 14 mei in Louis Hartlooper Complex, Utrecht. Daarna tournee, onder meer in Melkweg Cinema, Amsterdam. Voor meer informatie www.laff.nl