Onvrede over de Clintonites groeit

De Democraten houden vandaag voorverkiezingen in Indiana en North Carolina.

Veel partijleden danken hun baan aan de Clintons en stemmen dus op Hillary. Maar de afkeer tegen haar groeit.

Ook al staat Obama voor, Clinton kan in bijna elke staat rekenen op de steun van het partijapparaat. (Foto AFP) Former US President Bill Clinton (R) speaks as as his wife Democratic presidential candidate US Senator Hillary Clinton (2nd-L) and daughter Chelsea listen on April 09, 2008 in New York during a fundraising concert for the Clinton campaign given by British musician Elton John. AFP PHOTO/New York Daily News-Andrew Theodorakis/POOL AFP

Supergedelegeerde Baron Hill is in een openhartige bui. In New Albany, in het conservatieve zuiden van de Amerikaanse staat Indiana, heeft hij zojuist vrijwilligers van Barack Obama opgepept om een extra rondje langs de deuren te maken.

Vorige week verraste het Congreslid het partijapparaat in Indiana, waar vandaag, evenals in North Carolina, voorverkiezingen zijn. Hij gaf zijn steun aan Obama, de dag nadat deze opnieuw in problemen kwam door zijn dominee.

Hill, een voormalige topbasketballer (samen met de legendarische Larry Bird werd hij opgenomen in de Indiana Basketball Hall of Fame), vertelt dat Obama bijna op zijn knieën ging voor hem. „Barack belde mij en zei: ‘Baron, luister, ik heb het héél moeilijk door die dominee. Dit haalt mij neer. Jouw steun kan mij hier doorheen helpen’.”

De dankbaarheid van Obama stond in schril contrast met de reacties uit het kamp van Clinton. Honderden woedende e-mails trof Hill de volgende ochtend in zijn mailbox: hij had Hillary verraden, juist nu de kansen leken te keren. „Wij hebben in de staat nu eenmaal de situatie”, verzucht Hill, „dat het partijestablishment op de hand van Clinton is.”

Het is een patroon dat zich in de meeste grote staten voordoet. Hoewel Barack Obama ruim voorstaat in de race om de Democratische nominatie, kan Hillary Clinton nog bijna overal rekenen op de steun van het partijapparaat. Zo boekte ze haar laatste twee grote zeges, in Ohio en Pennsylvania, mede dankzij de actieve steun van de Democratische gouverneur. Niet alleen kon Clinton daardoor leunen op een winnende campagneorganisatie, ze beschikte zo ook over de adressen van alle Democratische stemmers. En die zijn cruciaal in een Amerikaanse campagne.

Via een techniek die micro targeting heet, kan met die adressen van elke burger het koop- en leefgedrag in kaart worden gebracht, zodat vrijwel exact is vast te stellen wat een individuele kiezer beroert. In Indiana en North Carolina heeft Clinton opnieuw dit voordeel. In North Carolina kan ze rekenen op de gouverneur, terwijl in Indiana, dat een Republikeinse gouverneur heeft, diens Democratische voorganger Clinton steunt.

Daaronder bevinden zich tientallen benoemde functionarissen die hun baan danken aan de Clintons, ook wel ‘Clintonites’. Het verklaart voor een groot deel de impasse in de strijd, zegt Baron Hill. „De benoemde functionarissen doen er alles aan om te zorgen dat Clinton wint: hun baan is ervan afhankelijk.”

Maar er is ook onvrede over het partijapparaat dat onder de Clintons is ontstaan. Joe Nelson (55) komt uit Kokomo, Indiana, een vakbondsstadje met veel oude industrie dat in de jaren negentig zijn hart verpandde aan Bill Clinton. Om die reden is Hillary er veel populairder dan Obama, zegt Nelson achter een beker slappe koffie in het lokale vakbondscafé, de Windmill Grill.

In de fabriek waar hij sinds 1986 werkte werd hij drie jaar geleden gekozen tot vakbondsvoorzitter. Eervol maar ondankbaar werk. Kokomo is ook een stad met een gruwelijke traditie: in 1923 werd er met 200.000 bezoekers de grootste bijeenkomst uit de historie van de Ku Klux Klan gehouden.

Nelson kreeg op zijn vakbondskamertje klachten van zwarte werknemers die via een truc minder betaald kregen dan hun blanke collega’s. Hij klaagde bij de directie. De periode daarna werd Nelson viermaal berispt wegens ondisciplinair gedrag. Drie seconden te laat, vlekken op zijn overall, dat werk. Hij werd ervoor ontslagen. Hij zocht steun bij de overkoepelende bond. Die gaf niet thuis. Hij vroeg hulp van Democraten, de partij die hij al zijn hele leven steunt. Ook niet thuis. Dezelfde mensen die je de laatste tijd overal ziet om campagne voor Clinton voeren, zegt hij, hadden toen geen belangstelling voor zijn zaak. „Zij werken voor de macht, niet voor de mensen.”

Nelson stapte naar de rechter, en won. Hij kon zijn vakbondswerk hervatten. Begin 2006 werd het hem duidelijk dat de eigenaar van de fabriek de productie wilde overbrengen naar China. Hij vroeg de vakbond extra steun. Het zat er niet in. Hij smeekte de partij in actie te komen. „Dat was hun werk niet, zeiden ze.” Eind vorig jaar sloten de poorten definitief. Joe Nelson raakte diezelfde dag zijn pensioen, levensverzekering en ziektekostenverzekering kwijt.

Toen duidelijk werd dat Indiana, voor het eerst in veertig jaar, van belang zou zijn in de voorverkiezingen, werd hij benaderd door de Democratische partij: wilde hij de Hillary-campagne helpen? Vooruit maar, dacht hij. „Alles beter dan Bush.”

Twee dagen later belde de Obama-campagne. Voor het eerst in jaren had iemand het geduld om zijn hele verhaal aan te horen, en na een uurtje praten zei de mevrouw: wil je soms samen met Barack optreden? Daarna kwam voor het eerst in Joe Nelson op, dat hij niet verplicht was op Hillary te stemmen. Dat Obama voor hem, als blanke man, ook een optie was. „Ik had er nooit bij stilgestaan.”

En zo gebeurde het dat Joe Nelson twee weken geleden met een gepassioneerd betoog Barack Obama introduceerde in een volgepakte zaal – 14.000 man – in Kokomo. Niet alleen nam Obama tijd voor hem, zijn mensen bleken anders dan de huidige partijelite: „De Obama-mensen willen weten wat jij denkt, de Clinton-mensen willen dat je doet wat zij willen.”

Als supergedelegeerde Baron Hill zijn gesprekje met deze krant heeft afgerond, komt Lee H. Hamilton bescheiden langslopen. Hier in New Albany is hij een halfgod, er is zelfs een stuk snelweg naar hem genoemd. Sinds hij in 1998 na dertig jaar uit het Congres vertrok, kreeg hij ook nationaal erkenning als staatsman: eerst was hij medevoorzitter van de 9/11 commissie, daarna van de Studiegroep Irak.

Met de Clintons bleef zijn relatie koel. Ze vonden hem te gematigd. En Clintonites verweten hem dat hij met zijn werk in de grote commissies Republikeins falen meehielp te verdoezelen. Hamilton kwam in de periferie van de partij terecht, zozeer dat hij niet eens de status van supergedelegeerde heeft. Zijn steun aan Obama is dan ook vooral hoop op een ander soort leiderschap. „Het gaat wat mij betreft om stijl, toon en beoordelingsvermogen.”

Maar de strijd met het oude partijapparaat is taai. „De Clintons hebben een formidabel netwerk opgebouwd toen Bill president was.” De snijdende kritiek die Baron Hill vorige week van het apparaat kreeg zegt alles. „Je moet moed hebben tegen het apparaat op te staan. Maar zijn steun aan Obama is ook een teken dat er verandering op komst is.”

Kijk maar om je heen, zegt Hamilton. Benoemde functionarissen vechten voor Clinton, volksvertegenwoordigers kiezen Obama. „Het partijapparaat heeft niet tegen kunnen houden dat bijna alle burgemeesters in Indiana achter Obama staan. Wie de kiezer onder ogen moet komen, heeft een voorkeur voor Obama. Dat zou de Clintons tot nadenken moeten stemmen.”

Lees het weblog van onze correspondent over de verkiezingen in de VS: nrc.nl/race08