Mensen, elites en patsers

Hans Wiegel is als ik het me goed herinner de uitvinder van ‘de mensen in het land’. Dat gebeurde ten tijde van het kabinet-Den Uyl waartegen de toenmalige leider van de VVD oppositie voerde namens, inderdaad, ‘de mensen in het land’. Wat iemand moet doen of laten om óók een mens in het land te mogen zijn, is mij nooit duidelijk geworden. ‘De mensen in het land’ was een nieuwe maar niet minder diffuse benaming voor wat voordien ‘volk’ of ‘massa’ heette.

Ik heb een hekel aan dat manipulatieve gebruik van het woord ‘mensen’. Op dit punt voel ik me wel eens verwant met J.J. Voskuil, de vorige week overleden schrijver die niet zo’n bijster hoge dunk van de mensen had en daarover sprak met een mengeling van vrees en verachting: „patsers en kapperbedienden.” Voskuil die om principiële redenen geen auto had, ging zelden met een taxi, „omdat ik het sociale contact met een taxichauffeur niet aankan”. Kwam hij een mens in het land tegen, dan heette het al snel: „Hij heeft een fel, fascistisch gezicht en draagt een oranje trui met een open kraag.” Voskuil had een sterke hang naar het eenvoudige landleven, maar als hij voor zijn Bureau naar Drenthe afreisde om bij boer Boesman een cursus ‘maaien met de zeis’ in Drents dialect te volgen, dan wist hij bij voorbaat over de boer te melden: ‘vast en zeker fout geweest in de oorlog.’

Hoe dan ook, inmiddels zijn ‘de mensen in het land’ in het populistische jargon kortheidshalve ‘de mensen’ geworden of, zonder lidwoord, gewoon ‘mensen’ die, in de woorden van de leider van de SP Jan Marijnissen, van oordeel zijn dat ‘ze in Den Haag’ er een potje van maken en vooral goed voor elkaar en zichzelf zorgen. „Het is”, schreef hij in de Volkskrant, „een werkelijkheid die mensen ervaren”.

Als ik zoiets lees of hoor over ‘mensen’, komt me altijd het embleem van de abolitionisten voor de geest van een geketende slaaf met de tekst: Am I Not a Man and a Brother? Ben ik geen mens dan? Maar het gaat niet over menskunde. Het achterliggende idee van het populistische beroep op de ‘mensen’ is, dat er een nieuwe klassenstrijd woedt tussen het volk, de massa, of de mensen aan de ene en een politiek-culturele elite aan de andere kant. „Het wantrouwen van de Nederlanders tegenover de politieke elite is niet verwonderlijk. Die elite is immers volstrekt ongeloofwaardig”, zo luidde de aanhef van het Volkskrant-artikel van Marijnissen.

Het gevaar van het ontstaan van een dergelijke tegenstelling werd al in de jaren dertig geconstateerd door denkers als Jacques de Kadt en Menno ter Braak. In Het democratisch verschil, Jacques de Kadt en de nieuwe elite (1993) merkte socioloog Dick Pels op dat bij beiden iets van de verdenking bleef bestaan „dat het parlementair-democratisch systeem het comfortabele speelterrein is geworden van een nieuwe geprivilegieerde klasse van politieke intellectuelen”. Pels maakte echter ook duidelijk dat het elitedenken van Ter Braak en De Kadt niet op gespannen voet stond met de parlementaire democratie. Juist de democratie maakt het bij uitstek mogelijk om capaciteit, talent en genie tot gelding te laten komen. Het is de enige maatschappijvorm waarin elites zich op natuurlijke wijze kunnen vormen. Maar de elite mag in deze visie geen klasse of oligarchie worden.

Het zou kunnen dat Marijnissen zoiets bedoelt, maar zijn elitekritiek is uiterst dubbelzinnig. Als het professionele politieke leiderstype is hij namelijk zelf de verpersoonlijking van de hedendaagse managerspartij en managersmaatschappij, gerund door beroepsbestuurders. Bovendien is het op zijn minst ambivalent dat de SP-leider zich met zijn systematische aanvallen op ‘de elite’ bewust op één lijn stelt met Verdonk en Wilders. Hij beklaagt zich erover dat ‘uitdagers van de elite’ (lees: SP, PVV en TON) worden weggezet als ‘populisten die het onbehagen voeden’.

Het begrip ‘elite’ zoals Marijnissen het gebruikt, is in mijn ogen al even manipulatief als het gebruik van de tegengestelde categorie ‘de mensen’. Het impliceert het verwijt van arrogantie en privilege en een verwijzing naar de nietzscheaanse Übermensch die neerkijkt op ‘gewone mensen’. Voskuil – om nog even op deze betreurde dode terug te komen – was allerminst elitair, integendeel, hij had ‘de pest’ aan lieden die status ontlenen aan geld of ambt. Die noemde hij in zijn boeken altijd parvenu’s en proleten. Hij was zelfs voor een radicaal egalitarisme, vertelde hij me eens, „een communistisch systeem zoals in China onder Mao, maar dan wel met een rechtvaardige en betrouwbare leiding. Dat bestaat natuurlijk niet. Ik zou het liefst willen dat iedereen precies evenveel had, dat ook de huizen rouleerden”.

De nieuwe klassenstrijd tussen ‘elite’ en ‘mensen’ wordt echter niet in sociaal-economische termen gedefinieerd en staat ver af van het marxistische begrip klassenstrijd. Het betreft veeleer een cultuurstrijd. Verdonk, Marijnissen en Wilders hebben gemeenschappelijk dat zij afgeven op de arrogantie van de ‘weldenkende elite’, een term die de plaats inneemt van voorheen ‘de linkse kerk’. Wee de weldenkenden, want de hersenlozen zullen het paradijs beërven.

Voor Marijnissen is het eenvoudiger zich van ‘de elite’ te distantiëren dan indertijd van ‘de linkse kerk’, de SP kon bezwaarlijk ontkennen links te zijn, maar beide kwalificaties, elite en linkse kerk, dekken natuurlijk dezelfde lading. In wezen is onder de noemer van een aanval op de elite een aanval gaande op het parlementair-democratische stelsel, dat niet het vertrouwen zou verdienen van ‘de mensen’ en dat ‘belofte na belofte’ schendt, liegt, bedriegt, zichzelf verrijkt, op kosten van ‘de mensen’. Wat is dat begrip ‘mensen’ in dit verband anders dan een wachtwoord voor demagogische Volksempfindlichkeit?

Een voorbeeld. De SP-leider identificeert ‘de elite’ met ‘de Grachtengordel’, die het domein zou zijn van Alexander Pechtold van D66 (woonachtig in Wageningen). Maar behoren de vastgoedhandelaren en de belastingvluchtelingen in Brasschaat, de patsers en parvenu’s ook tot de elite? Welnee, dát zijn ‘de mensen in het land’. Overigens: Voskuil woonde in de grachtengordel, een gewoner mens – in de zin van eenvoudig – kun je je niet voorstellen en hij stemde ook wel eens SP.

Reageren kan op nrc.nl/etty (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie)