Hulp vragen is nachtmerrie voor junta ‘Straf van natuur in Birma mislukt’

Met tegenzin accepteren de Birmese militaire leiders buitenlandse hulp, nu duidelijk wordt dat zij zelf tekortschieten in de respons op cycloon Nargis.

Na ruim een etmaal stilte gaf het militaire regime van Birma de Verenigde Naties gisteravond toestemming om een hulpoperatie op te zetten voor de slachtoffers van cycloon Nargis. Het was „een voorzichtig groen licht”, meldde een woordvoerder van het Wereldvoedselprogramma. Drie dagen na de cycloon kon de junta er niet meer omheen dat zij buitenlandse hulp nodig heeft om de een miljoen daklozen van onderdak en schoon drinkwater te voorzien.

De voorwaarden voor VN-medewerkers en andere noodhulpverleners om het land binnen te mogen waren vanmorgen nog niet duidelijk. „We zijn er klaar voor om de inspanningen van de regering aan te vullen zodra we visa krijgen”, zei een woordvoerster van de VN-organisatie voor humanitaire hulp OCHA. Vanuit hun kantoren in Bangkok bereidden hulporganisaties transporten van voedsel, plastic zeil, waterzuiveringstabletten, medicijnen, klamboes en kookspullen voor, maar zolang er geen visa zijn kunnen zij de grens niet over. Ook het inventarisatieteam van de VN stond vanmiddag klaar om te vertrekken.

Voor de junta, die drie jaar geleden haar zetel verplaatste van Rangoon naar het hoog in de bergen gelegen Naypyidaw, moet het een nachtmerrie zijn om westerse hulpverleners toe te laten. Velen van hen komen uit dezelfde landen die het regime veroordelen en sancties opleggen wegens mensenrechtenschendingen en een gebrek aan democratie. Maar inmiddels is duidelijk dat zij totaal onvoorbereid was op een ramp van deze omvang.

„De militaire leiders hebben altijd de boodschap naar de buitenwereld gestuurd dat ze geen hulp nodig hebben. Van de mythe die ze hebben gecreëerd dat ze goed voorbereid zijn op rampen is niets meer over”, zei de gevluchte Birmese analist Aung Naing Oo tegen internationale persbureaus. De staatstelevisie toonde gisteren beelden van het rampenbestrijdingsteam onder leiding van premier Thein Sein, die een symbolisch dienblaadje met water en eten vasthield.

Van verschillende kanten klinken verwijten dat de junta de bevolking niet geëvacueerd of gewaarschuwd heeft, toen cycloon Nargis eind vorige week boven de Golf van Bengalen in kracht toenam. Maar na de gebrekkige preventie schiet nu vooral de respons tekort. Het 400.000 man sterke leger is niet massaal uitgerukt naar het rampgebied, er zijn geen reddingsoperaties opgezet. Pas vanmiddag stelde de regering 2,9 miljoen euro beschikbaar. De leiders „doen hun best” om de slachtoffers te helpen, zei minister van Informatie Kyaw Hsan tijdens een persconferentie in Rangoon. Hij erkende dat ze moeite hebben met de ramp. „De taak is groot en veelomvattend en de regering heeft de medewerking van het volk en sympathisanten in het buitenland nodig. We zullen niets verbergen. Vraag het volk alstublieft zich niet te laten leiden door geruchten en verzinsels.”

Gewone Birmezen durven nauwelijks te geloven dat er buitenlandse hulp komt. „Ze kunnen het niet alleen aan, maar ik ben bang dat ze te trots zijn om hulp van de internationale gemeenschap te accepteren”, aldus een inwoner van Rangoon tegen journalisten.

Stadsgenoten gaven gisteren blijk van hun onvrede met de militaire leiders. „Waar zijn de soldaten en de politie?”, vroeg een gepensioneerde ambtenaar terwijl hij puin ruimde in de straten. „Het regime had een uitgelezen kans om de harten van de mensen te veroveren door zodra de storm ging liggen militairen te sturen.”

Vervolg Birma: pagina 4

‘Straf van natuur in Birma mislukt’

Vervolg Birma van pagina 1

Die heeft het laten liggen”, concludeerde hij. „Bij de straatprotesten van vorig jaar waren ze snel en agressief”, zei hij, refererend aan de neergeslagen opstand van boeddhistische monniken in september. Het leger schoot toen met scherp op de menigten en arresteerde duizenden monniken en andere activisten, wat kwaad bloed heeft gezet bij de bevolking.

Analist Aung Naing Oo denkt dat de lakse respons „op de lange termijn een geweldige politieke impact” kan hebben en dat de bevolking de televisiebeelden van hoge generaals die in helikopters klimmen zal interpreteren als propaganda.

Hoewel de junta de onlusten vorig najaar heeft kunnen intomen, en de internationale gemeenschap het zwijgen heeft opgelegd door vruchteloze gesprekken met oppositieleidster Aung San Suu Kyi aan te gaan, is de woede onder het volk niet verdwenen. Veel Birmezen geloven dat de generaals slecht karma over zich hebben afgeroepen door monniken, die in Birma in hoog aanzien staan, te doden. Dat meldt tijdschrift The Irrawaddy, geschreven door Birmezen in ballingschap, vandaag. Nargis is een mislukte straf van de natuur: „Natuurlijk zijn de Birmezen kwaad op de militaire leiders omdat zij te traag zijn met de hulpverlening”, zegt Thanda, een inwoonster van Rangoon, in het blad. „Maar ze zijn ook kwaad op cycloon Nargis omdat die Naypyidaw niet heeft getroffen.”