Hopelijk is uw dokter gewoon een watje

Een goed onderwerp hebben ze bij Radar te pakken: de invloed van de farmaceutische industrie op de geneeskunde. Van artsen hoor je er wel eens wat over, hoe onderzoek en commerciële belangen verbonden zijn, hoe artsenbezoekers artsen proberen te beïnvloeden, hoe overweldigend de macht is van de grote farmaceutische concerns. Bij Radar lieten ze iets zien van wat dat betekent in de praktijk.

Op de opleiding tot artsenbezoeker was, in het geheim, gefilmd. De zelfgenoegzame leraar was met een vlek onherkenbaar gemaakt en hij voelde zich duidelijk helemaal vrij om te spreken. Waar sprak hij dan over? Over geld verdienen. Dat was de inzet, het uitgangspunt en het doel, daarmee motiveerde hij de toekomstige artsenbezoekers: „We leven er goed van”; „Het zou misschien hier en daar íets goedkoper kunnen, maar hé, die auto’s kunnen ook goedkoper, hoor”; „We moeten niet roomser zijn dan de paus.” Duidelijke taal: medicijnen zijn veel te duur en dat is omdat jij, aanstaande artsenbezoeker, en ik, succesvol farma-man, goed willen leven.

Over zoiets als patiënten, ziekten en genezen ging het in het geheel niet, dit was een verkooptraining, geen paramedische cursus in de zorgsector.

Dat is niet heel prettig als het over medicijnen gaat, maar ook niet héél verrassend. Dat heb je nu eenmaal in een vrije markt, alles draait om concurrentie en dus om verkoopresultaten. Dan leer je dit: „Als er meer patiënten zijn, verdienen we meer. Want we zijn nu aan ’t voorschrijven. We zijn aan ’t geld verdienen.”

Wat aanstootgevend was, was de manier waarop de cursusleider sprak over artsen. Die móeten je ontvangen. Een arts die dat niet doen „vind ik eigenlijk gewoon een watje”. Zo iemand is bang en „verschuilt zich” achter de NHG-standaard. De NHG-standaard is de standaard van het Nederlandse Huisartsen Genootschap, dat artsen informatie geeft over behandelwijzen bij specifieke klachten. Die standaarden zijn opgesteld door artsen, op grond van bekend onderzoek en ervaring.

De vraag is wel hoe onafhankelijk dat onderzoek dan precies is of kan zijn – daar ging het programma verder niet op in en dat is logisch, Radar is een consumentenprogramma. Maar in een documentaire zou je nog wel graag een paar dingen uitgezocht willen zien: als de nascholingscursussen die artsen krijgen géén van alle door een onafhankelijk instituut worden gegeven, zoals nu werd verteld, maar allemaal door de farma-industrie, hoe weten artsen dan nog van onafhankelijk onderzoek op de voor hen relevante gebieden? En waar wordt dat onderzoek gedaan, als de farmaceutische industrie de grote bron is van de ‘derde geldstroom’ die aan universiteiten onontbeerlijk is om onderzoek te kunnen doen? Op welke manier wordt de werkzaamheid, de bijwerking en de prijs van een middel getest in vergelijking met de concurrerende middelen? Of gebeurt dat niet?

Een Radar-medewerkster was een dagje op stap geweest met een artsenbezoekster, ook weer met (geheime?) camera. Radar was niet erg openhartig over hoe ze gefilmd hadden, of wat ze de mensen hadden voorgespiegeld. De artsenbezoekster had uiteraard maar één doel: zorgen dat de arts haar medicijn voorschrijft, hoe vaker hoe beter. Dat deed ze ontzaglijk handig en vooral heel goed gedocumenteerd: alles wat ze te weten komt over het voorschrijfgedrag van de arts schrijft ze meteen op na een bezoekje. In het programma werd door deskundigen gezegd: je kunt daar als arts nooit tegen op. Het advies was dan ook: ontvang ze niet.

Wat wij als consumenten nu precies moeten doen, weet ik nog niet. Goedkope medicijnen eisen? De patiënt is, in de termen van een consumentenprogramma, de sukkeligste consument die er is. Kunnen we in de supermarkt kiezen tussen de verschillende koekjes, bij de dokter zijn we meestal tevreden met de medicijnen die we krijgen. Omdat we er vanuit gaan dat de dokter die onafhankelijk voorschrijft. Dat denkt de dokter zelf meestal ook. Maar of het waar is, dat is de vraag.