Hoe spaar ik voor mijn kleinkind?

Danny Ruevekamp (68) en haar man André Roelofs (76) uit Amsterdam willen weten wat de beste manier is om geld te sparen voor de studietijd van hun nu zesjarige kleindochter. „We willen graag 2.000 euro sparen, en dat na een tijd aanvullen met extra stortingen. Wat is de slimste manier?”

„De Postbank biedt een groeirekening met op dit moment een rente van 3,4 procent. Nauwelijks groei dus”, schrijft Danny Ruevekamp. Dat klopt, en sterker nog: dat rentepercentage geldt alleen het eerste jaar, daarna wordt het 2,4 procent. Vrijwel alle spaarrekeningen voor (klein)kinderen kennen een rente van rond de 2,5 procent.

En dat levert op lange termijn bar weinig op. Om een voorbeeld te geven: voor de Pardoes Spaarrekening van ABN Amro geldt een rente van 2,5 procent. Als je nu voor je zesjarige kleinkind een dergelijke rekening opent met een eenmalige storting van 2.000 euro, heeft het kind, uitgaande van het huidige rentepercentage, op zijn achttiende verjaardag 2.849 euro. Als je bovenop die 2.000 euro elke maand een tientje stort, is de opbrengst aan het einde van de rit 4.599 euro. Je hebt dan in twaalf jaar tijd 3.430 euro ingelegd, de renteopbrengst is 1.169 euro.

De verwachting is dat de inflatie dit jaar oploopt tot 2,5 procent of nog hoger. Tegen een renteopbrengst van 2,5 procent weegt dan geen leuke knuffel, spaarleeuw of rugzak bij het openen van de rekening op. Er zijn een paar gunstige uitzonderingen, waaronder de ouderwetse Zilvervloot, in ere hersteld door de DSB Bank, met een rente van 3,5 procent en een bonusrente van 10 procent over het eindbedrag.

Toch zou Rob van Eeden van de website spaarwinstcalculator.nl niemand adviseren een kinderspaarrekening voor zijn (klein)kind aan te schaffen. „Iedere Nederlander mag een spaarrekening openen”, zegt Van Eeden. „En gewone spaarrekeningen leveren meer op.”

Ook verstandig is om geld op een deposito te zetten. Je zet het dan voor bijvoorbeeld drie of vijf jaar vast. De rente kan afhankelijk van de looptijd oplopen tot boven de 5 procent. Je moet dan alleen wel elke paar jaar opnieuw beslissen wat je met het geld wilt doen. Wie voor een optimaal rendement gaat, kan kiezen voor beleggen. De risico’s zijn daarbij echter een stuk groter: theoretisch is het mogelijk dat je kleinkind aan het eind met lege handen zit.

Vergeet bij dit alles niet om rekening te houden met de Belastingdienst. Je kunt ervoor kiezen geld dat je wegzet voor je kleinkind, zelf te beheren of de beschikking erover aan het kleinkind (zijn ouders) over te dragen. Daarbij is het bedrag van belang: grootouders mogen hun kleinkinderen jaarlijks belastingvrij een bedrag schenken (2.688 euro), bij een hoger bedrag kan het schenkingsrecht in werking treden. Grote spaarders moeten zich bovendien realiseren dat het vermogen van hun kleinkind bij daadwerkelijke overdracht wordt opgeteld bij dat van de ouders. Als het vermogen (box 3) een bepaald bedrag overstijgt (20.014 euro in 2008), moeten de ouders 1,2 procent aan vermogensrendementheffing betalen over het bedrag dat boven de vrijstelling uitkomt.

Marike Kerbert