Geweld in de steden inspireert filmmakers

Het LAFF in Utrecht weet vaak als eerste topfilms naar Nederland te halen.

De openingsfilm, Tropa de Elite, was in Brazilië al een hit voor hij in de bioscoop kwam.

Tropa de Elite is dit jaar de openingsfilm op het Latin American Film Festival (LAFF) in Utrecht.

In welke Latijns-Amerikaanse stad je ook rondkijkt op billboards van megabioscoopcomplexen en illegale dvd-marktjes: het is Hollywood wat de klok slaat. De bioscoopmarkt wordt er zo sterk gedomineerd door de grote Amerikaanse filmmaatschappijen, dat latinos vaak niet meer eens weten wat voor films er in eigen land gemaakt worden. Het aanbod bepaalt de vraag. Latijns-Amerikaanse films die prijzen winnen op prestigieuze festivals in Europa en Amerika, daar maandenlang in de filmhuizen draaien, halen in eigen land soms niet eens de bioscoop.

Ondanks de dominantie van Hollywood weten sommige filmmakers nog wel eens een hit te scoren. Het aardige van het Latin American Film Festival (LAFF), dat morgen in Utrecht aan zijn vierde editie begint, is dat het deze films – niet zelden als eerste – naar Nederland weet halen.

Goed voorbeeld hiervan dit jaar is de openingsfilm, Tropa de Elite (2007, José Padilha). Het is de verfilming van een boek waarin een ex-politieagent onthullend vertelt hoe zijn elite-eenheid met grof geweld drugsbendes opruimt in de sloppenwijken van Rio de Janeiro. De film won in Berlijn een Gouden Beer en beleeft morgen in Utrecht zijn Nederlandse première.

Het boek was in Brazilië een bestseller. De film was zelfs al een hit voordat hij in de bioscoop kwam. Weken voordat de film uitkwam, circuleerden al piratenversies op dvd. Volgens een opiniepeiling zagen ruim 11 miljoen Brazilianen de film voor de officiële première, vooral in de favela’s: voor de meest armen is een bioscoopkaartje kopen onbetaalbaar, maar een illegale dvd-kopie van een dollar, kan een gezin nog wel missen.

De film was wekenlang het gesprek van de dag. Vooral over de commandant van de elite-eenheid, kapitein Roberto Nascimento, had iedereen een mening. Sommige sloppenbewoners – die bijna allemaal wel eens een politie-inval hebben meegemaakt en weten wat het betekent als de politie eerst schiet en dan pas vraagt – hadden kritiek op Nascimento.

Anderen zagen hem juist als een voorbeeldfiguur. De kapitein trad dan wel snoeihard op, hij was tenminste niet corrupt – zoals een groot deel van de rest van het politiekorps. Een Amerikaanse krant vergeleek Nascimento treffend met de antiterreuragent Jack Bauer uit de populaire tv-serie 24. Ook hij martelt en doodt zijn tegenstanders met groot gemak, maar verliest de ‘goede zaak’ daarbij nooit uit het oog.

Tropa de Elite is dit jaar op het LAFF niet de enige goede film over het wijdverspreide geweld en criminaliteit in de grote steden van Latijns-Amerika. Zo draait Cidade dos Homens (2007) van Paulo Morelli, die mensen uit sloppenwijken zelf laat acteren.

In ditzelfde genre, want ook gedraaid met amateuracteurs, valt de film Querô (2007, Carlos Cortez) over het leven in de sloppen van São Paulo. De Argentijnse documentaire Estrellas (2007, Federico León en Marcos Martínez) gaat uit van eenzelfde concept. Een vrouw zet in een sloppenwijk van Buenos Aires een castingbureau op omdat in films over armen vaak acteurs worden ingehuurd, terwijl armen deze rol beter zelf kunnen spelen.

Overigens is de sloppenfilm – net als sloppenwijken zelf – geen nieuw fenomeen. De vermaarde Spaanse filmmaker Luis Buñuel maakte in 1950 met Los Olivados al een Oscarwinnende film over straatkinderen in een sloppenwijk van Mexico-Stad. Het LAFF heeft dit jaar als thema Mexico (zie kader) en brengt een eerbetoon aan Buñuel met films uit zijn ‘Mexicaanse periode.

Kijk wat er naast circa 50 films nog meer te beleven is aan lezingen, talkshows en een slotfeest: op www.laff.nl.