Geef de natuur niet de schuld

In Birma zijn de slachtoffers slecht af in vergelijking met andere rampgebieden.

De militaire regering lost alles het liefst zelf op.

Na ruim een etmaal van stilte gaf het militaire regime van Birma gisteravond toestemming aan de Verenigde Naties om een hulpoperatie op touw te zetten voor de slachtoffers van cycloon Nargis. Het was „een voorzichtig groen licht”, meldde een woordvoerder van het Wereldvoedselprogramma. De nood is er dan ook naar: gisteravond schatte de junta het dodental op 10.000, met zeker 3.000 vermisten. Honderdduizenden Birmezen zijn dakloos geworden en zitten zonder schoon drinkwater.

Natuurgeweld leidt in arme landen vaak tot erbarmelijke omstandigheden, maar in Birma zijn de slachtoffers bijzonder slecht af. Rampenexperts omschrijven de omvang van een ramp met een pseudoformule: risico = gevaar x kwetsbaarheid. En zoals dat gaat met een vermenigvuldiging: als een van de factoren groter wordt, heeft dat een evenredig gevolg voor de uitkomst.

Vergelijk bijvoorbeeld de aardbeving van 1995 in Japan met die in Kashmir tien jaar later, zoals hulporganisatie Oxfam onlangs deed. Beide hadden een kracht van ruim 7 op de schaal van Richter, het gevaar was dus ongeveer even groot. Maar in Japan kwamen 6.000 mensen om, en in Kashmir 75.000, hoewel het gebied dunner bevolkt was. De verklaring: de Japanners waren veel minder kwetsbaar voor aardbevingen omdat ze erop voorbereid waren. Daar worden huizen aardbevingbestendig gebouwd, terwijl in Kashmir drie miljoen mensen dakloos raakten. „Stop met de natuur de schuld te geven”, concludeerde Oxfam, rampen zijn vooral het gevolg van menselijk falen.

Vergeleken met andere landen is het gevaar dat cyclonen voor Birma vormen klein. Bangladesh, China, de Caraïben en de Verenigde Staten worden vaker getroffen. Maar de kwetsbaarheid van Birmezen is groter, ook groter dan in veel andere ontwikkelingslanden. Dat komt vooral door de manier waarop de junta – die het land sinds 1962 met harde hand regeert – met haar burgers omgaat, en de beperkte ervaring die zij met rampen heeft.

De junta zou de ellende die cycloon Nargis heeft veroorzaakt het liefst zelf oplossen. Westerlingen die bezwaar maken tegen de mensenrechtenschendingen en het gebrek aan democratie, zouden ze graag buiten de deur houden. Inwoners van Rangoon voelden zich gisteren in de steek gelaten door hun leiders. „Waar zijn de soldaten en de politie?”, vroeg een gepensioneerde ambtenaar retorisch, terwijl hij begon aan het opruimen van de puinhopen. „Bij de straatprotesten van vorig jaar waren ze snel en agressief”, zei hij tegen persbureaus. Hij refereerde aan de neergeslagen opstand van boeddhistische monniken. De staatstelevisie liet beelden zien van militairen die hielpen met het vrijmaken van de wegen, maar volgens boze inwoners werkten zij alleen in de rijke buurten van de voormalige hoofdstad.

Uit de woede van de burgers blijkt dat het zelfs in Rangoon (5,5 miljoen inwoners) niet lukt om orde op zaken te stellen. De junta blijkt geen draaiboek klaar te hebben liggen voor rampen, en is ook niet in staat gemakkelijk te improviseren.

In buurlanden China en Bangladesh – twee uitersten van rampencoördinatie – is de bevolking beter af. In eenpartijstaat China worden bij de aankondiging van een cycloon soms miljoenen mensen gedwongen door het leger geëvacueerd. Bij cycloon Nargis gebeurde dat niet, hoewel Birma een 400.000 man sterk leger heeft. Waarschijnlijk komt dat mede doordat het er vrijdagochtend nog naar uitzag dat Nargis pas vlak voor de kust de koers definitief verlegde van de Bengaalse zuidoostkust naar Birma.

In Bangladesh ontbreekt het strenge centrale gezag, maar het land heeft veel geleerd van rampen uit het verleden. Daar heeft de regering na cycloon Gorky, die in 1991 ruim 140.000 doden maakte, een waarschuwingssysteem opgezet. Via dorpsomroepers, radio en sms kunnen inwoners van de kuststrook daar op de hoogte gebracht worden van een naderende cycloon. Ook zijn op dorpsniveau teams samengesteld die bij rampen de leiding nemen en zijn er op hoger gelegen plaatsen zogeheten safe havens met water- en voedselvoorraden ingericht. Zo gebeurde het dat bij cycloon Sidr, afgelopen november, duizenden doden vielen, maar honderdduizenden mensen een veilig heenkomen vonden.

Birma heeft vergeleken bij de twee buurlanden weinig ervaring met cyclonen. De laatste keer dat er meer dan duizend doden vielen was in 1968. „Oudere inwoners van Rangoon hebben in hun leven niet zoveel schade gezien”, meldde gisteren het onafhankelijke tijdschrift The Irrawaddy, dat in Thailand wordt gemaakt maar wel met verslaggevers in Birma werkt. Een collectieve herinnering aan voorgaande rampen is erg bevorderlijk voor een adequate respons op een nieuwe dreiging. In veel landen worden na een overstroming bordjes opgehangen met de piekhoogte van het water: let op, het water kwam tot hier, dat kan weer gebeuren.

Omdat er maar weinig ontwikkelingswerkers gevestigd zijn in Birma, is een hulpoperatie moeilijker in gang te zetten dan in bijvoorbeeld Bangladesh. Twee jaar geleden besloot de junta dat hulpverleners een reisvergunning en een officiële escorte nodig hebben als zij op veldbezoek willen. Ook werden de regels voor hulptransporten aangescherpt. Per hoofd van de bevolking ontvangt Birma jaarlijks 1,61 euro aan internationale hulp, tegenover 30,35 euro in Cambodja en 40,69 euro in Laos.

Doorslaggevend voor alle hulp blijft media-aandacht. Als stelregel is die uitgebreider en langduriger voor onheil in ontwikkelde landen. Hét voorbeeld is orkaan Katrina, die in 2005 ruim 1.800 levens kostte aan de Amerikaanse zuidkust. In New Orleans bouwt Brad Pitt nu huizen voor de inwoners van de Lower Ninth Ward en verkocht U2-gitarist The Edge zijn instrumenten ten behoeve van jazzmuzikanten die alles kwijtraakten. De Amerikaanse regering zegde 11,5 miljard dollar steun toe.

Over de nasleep van Sidr in Bangladesh wordt nauwelijks meer bericht, terwijl er nog 260.000 families in noodonderkomens wonen. De moesson staat alweer voor de deur. Het Internationale Rode Kruis meldde twee weken geleden dat velen onder een plastic zeiltje slapen of huizen bouwen met materialen die een volgende cycloon niet zullen doorstaan.

De aandacht voor Birma, waar buitenlandse journalisten met grote moeite binnenkomen, zal waarschijnlijk nog slechter worden vastgehouden.