Geducht debater en liefhebber van confrontatie

Brian Cowen volgt morgen Bertie Ahern op als premier van Ierland. Als eerste klus wacht het werven van voldoende steun voor het nieuwe Europees verdrag.

Brian Cowen (Foto AFP) Irish Finance Minister Brian Cowen speaks to the media during a press conference in Dublin, on April 9, 2008. Brian Cowen was chosen by the ruling Fianna Fail party on Wednesday to succeed outgoing prime minister Bertie Ahern as party leader, party officials said. Cowen, 48, who is also deputy premier, looks certain to take over from Ahern as prime minister after he steps aside on May 6. AFP PHOTO/PETER MUHLY AFP

Floris van Straaten

De nieuwe Ierse premier Brian Cowen, die morgen aantreedt als opvolger van Bertie Ahern, geldt al jaren als een van de meest getalenteerde politici in het land. Toen Albert Reynolds in 1994 aftrad als taoiseach (de Ierse term voor premier), zei hij tegen de toen pas 34-jarige Cowen: „Ik hoop dat ik lang genoeg leef om jou nog eens op de stoel van de taoiseach te zien.” Cowen glimlachte slechts en antwoordde: „Dat is nog heel ver weg.” Morgen woont de bejaarde Reynolds de officiële verkiezing van Cowen tot premier in het Ierse parlement bij.

De Ieren zullen moeten wennen aan een andere stijl dan die van Ahern, de man die de Ierse politiek de afgelopen elf jaar heeft gedomineerd. Terwijl de beminnelijke Ahern van nature altijd op zoek was naar consensus, houdt Cowen juist van stevige confrontatie. Hij is een geducht debater, zoals menig parlementslid al aan den lijve heeft ondervonden.

Ook de coalitiepartners van Fianna Fáil, Cowens partij, hebben reden tot bezorgdheid. Toen Ahern aankoerste op een coalitie met de Progressieve Democraten, die nog steeds in de regering zitten, adviseerde Cowen: „Wanneer je twijfelt, laat ze er buiten”. Meer nog dan Ahern is Cowen altijd primair een partijpoliticus geweest, van zijn geliefde Fianna Fáil wel te verstaan, waarvan hij het roer inmiddels van Ahern heeft overgenomen.

De 48-jarige Cowen verklaarde vorig jaar in een interview dat hij min of meer in de pub is opgegroeid. Hoewel deze omgeving uit pedagogisch oogpunt wellicht niet ideaal was, ziet hij er met dankbaarheid op terug. „Als jonge vent in de pub leerde ik bij het bedienen veel meer over de menselijke natuur dan op school of op de universiteit.” Hij hield aan deze omgeving bovendien een voorliefde voor een goed glas en een sigaret over.

Vaak gingen de gesprekken in de pub over politiek, want Cowens vader was tevens parlementslid voor Fianna Fáil. Ook Cowen zelf raakte door de politiek gegrepen. Toen zijn vader dan ook in 1984 op 51-jarige leeftijd overleed, stelde Cowen – inmiddels met een advocatentitel op zak – zich in diens district kandidaat. Hij werd prompt gekozen.

In 1992 trad hij voor het eerst tot het kabinet toe. Als minister van Energiezaken brandde hij in 1994 zijn vingers, toen bleek dat hij aandelen bezat in een mijnbouwbedrijf dat op het punt stond een vergunning van zijn ministerie te krijgen. In allerijl verkocht Cowen de aandelen en bood hij nederig zijn excuses aan.

De affaire, tamelijk onschuldig naar de toenmalige Ierse maatstaven, belemmerde zijn opmars niet. In Aherns eerste kabinet werd hij in 1997 minister van Volksgezondheid. Zonder veel kleerscheuren of belangrijke wapenfeiten op zijn naam belandde hij in 2000 op Buitenlandse Zaken.

In die hoedanigheid maakte hij zij aan zij met Ahern de twee achtereenvolgende referenda over het Verdrag van Nice mee, dat Ierland binnen de Europese Unie in verlegenheid bracht. Beiden revancheerden zich met een succesvol EU-voorzitterschap in 2004. Cowen staat bekend als een man die volkomen overtuigd is van het belang van de EU voor zijn land. Naar verwachting zal hij meteen na zijn aantreden persoonlijk de leiding op zich nemen over de campagne om het nieuwe Europees verdrag aanvaard te krijgen bij het referendum op 12 juni.

Sinds 2004 was Cowen minister van Financiën. Aanvankelijk zat het economische tij nog mee voor Ierland, maar de groei is juist de laatste maanden verminderd en er viel kritiek op hem te horen. Zo dringt zich een vergelijking op met andere minister van Financiën die premier werd, zijn Britse collega Gordon Brown.

Cowen is echter minder houterig in zijn presentatie en maakt meer de indruk een man van vlees en bloed te zijn dan de nogal dorre domineeszoon Brown. Zijn ervaring in de pub is daaraan wellicht niet vreemd. Cowens vooruitzichten lijken daardoor beter.