Ellende begon met renovatie van kerkorgel

Een ‘communicatiefoutje’ bij de restauratie van de Utrechtse Willibrorduskerk kostte de financierende stichting bijna de kop. De gemeente schoot te hulp.

Een ondeugend Frans liedje galmt door de gewelven van de Sint Willibrorduskerk in Utrecht. Het is afkomstig van de speciale koopzondag-act: een vijfkoppig ensemble, gespecialiseerd in laatmiddeleeuwse muziek. Hun kleurrijke klederdracht valt bijna weg tegen de overdaad van de kerk zelf, die van onder tot boven is beschilderd met rode, groene en gouden motieven.

De Sint Willibrordus, ruim veertig meter lang, met 27 meter hoge gewelven, is na de Domtoren de best bezochte kerk van Utrecht. Zij staat bekend om haar on-Hollandse kleurenpracht en goede akoestiek.

Als de klanken van de kromhoorn wegsterven, gaat het collectemandje rond. Alec Breunesse, secretaris van de Sint Willibrordus Stichting, spoort de concertbezoekers aan vooral gul te geven. De stichting, eigenaar van het kerkgebouw, heeft een schuld van 1,6 miljoen euro.

„De ellende begon met de renovatie van het kerkorgel”, zegt Breunesse. Hij wijst naar de ‘boosdoener’, een enorm Maarschalkerweerdorgel. „Het ziet er nu een beetje kaal uit.”

Vergeleken met de ‘blingbling’ van het vergulde altaar oogt het orgel wat pover. In plaats van een fraaie ombouw zit er een sobere kast om de pijpen. De houten, neogotische sierlijsten die de stichting in 2005 had besteld en betaald, bleken bij levering begin dit jaar niet te passen. Een communicatiefout tussen orgelbouwer en restauratiearchitect, aldus Breunesse. „Het werd al gauw een kip-of-eikwestie. En intussen liggen de sierlijsten op zolder te beschimmelen.”

De stichting betaalde vooruit. De gemeente Utrecht had immers beloofd de volledige kosten van de sierlijsten (30.000 euro) bij voltooiing van de renovatie te vergoeden. Een nieuwe begroting, voor sierlijsten die wel zouden passen, kwam uit op 90.000 euro. En dit bedrag had de stichting niet. Het orgelproject werd stopgezet, het recht op subsidie verviel en de stichting kon fluiten naar haar 30.000 euro.

Het orgelfiasco had rampzalige gevolgen voor de Sint Willibrordus Stichting, die er financieel gezien toch al niet florissant bijstond. De renovatie maakte namelijk deel uit van een enorm restauratieproject, dat 8 miljoen euro kostte. Zo is het dak van de kerk, die stamt uit het eind van de negentiende eeuw, vervangen en zijn alle muurschilderingen in originele staat teruggebracht. De restauraties, die van 1990 tot 2005 duurden, sloegen een groot gat in de financiën.

Door het wegvallen van de 30.000 euro orgelsubsidie kon de stichting de aflossingen van haar lening van 1,6 miljoen euro bij het Nationaal Restauratiefonds (NRF) niet meer betalen. Op 12 februari van dit jaar vroeg de stichting faillissement aan.

„Er stond voor ongeveer een ton aan achterstallige betalingen”, zegt penningmeester Jack Pheifer. „We hadden nog 54 euro op de bank. Daar konden we niet eens de waterrekening van betalen.”

De gemeente Utrecht schoot te hulp. Het monumentale kerkgebouw van de neogotische architect Teepe trekt jaarlijks immers 12.000 bezoekers. Gedurende een jaar heeft de gemeente zich garant gesteld voor de lening en de achterstallige betalingen. Op 1 april vernietigde de rechter het faillissement.

Toch kan de stichting nog niet opgelucht ademhalen. In het komende jaar gaat een organisatieadviesbureau onderzoeken hoe de kerk beter geëxploiteerd kan worden.

Hoewel Pheifer blij is dat de kerk uit handen is gebleven van projectontwikkelaars – „Die hadden er wel een discotheek van kunnen maken” – vreest hij de uitkomst van het onderzoek. „Als blijkt dat de kerk in de huidige organisatie niet rendabel is, wordt er wellicht een museum van gemaakt. Dan gaan de kerkbanken eruit en verdwijnt het sacrale karakter alsnog.”

Voor het Sint Willibrord Apostolaat, dat al 37 jaar de religieuze activiteiten van de kerk leidt, zou dit het einde betekenen.

Pheifer: „Geen enkele instantie gaat een religieuze groepering financieren.”