Een goedmoedig man met te weinig erkenning

Vorige week overleed oud-Feyenoord-trainer Ben Peeters. De bescheiden coach effende in Rotterdam het pad voor Ernst Happel.

Ank Swinkels

Vandaag 38 jaar geleden won Feyenoord de Europa Cup. De vorige week op 88-jarige leeftijd overleden oud-trainer Ben Peeters stond aan de basis van het grootste succes van de Rotterdamse club.

Peeters werd geboren in Loosduinen en voetbalde jarenlang bij het plaatselijke GDA. Hij werd trainer van deze amateurclub en stapte over naar Quick. Zijn debuut in het betaalde voetbal was bij Haarlem, dat hij leidde in de periode 1956-1959.

In 1960 ging Peeters als jeugdtrainer bij Feyenoord aan de slag, waar hij zeven jaar later benoemd werd tot hoofdtrainer van het eerste elftal. Zijn benoeming was opmerkelijk, omdat hij de eerste Nederlandse trainer was bij de Rotterdammers na een reeks buitenlanders: de Tsjech George Sobotka, de Oostenrijker Franz Fuchs, de Roemeen Norberto Höfling en de Oostenrijker Willy Kment.

Toenmalig manager Guus Brox zei bij de aanstelling alle vertrouwen in Peeters te hebben. Peeters zelf beschouwde dat als een compliment. Hij voelde zich, na zeven jaar als jeugdtrainer bij de club uit Rotterdam-Zuid gewerkt te hebben, al een beetje Feyenoorder. „Ik beschouw het als een promotie”, zei hij in het Algemeen Dagblad over zijn benoeming.

Het seizoen 1967-1968 begon succesvol voor Peeters. De eerste acht wedstrijden bleef de ploeg ongeslagen. „Dit is natuurlijk niet het werk van één man”, reageerde Peeters in het AD met de bescheidenheid die hem typeerde. „Vanaf het begin heeft iedereen volledig achter me gestaan. Ook de spelers. Het belangrijkste was dat we de jongens moesten proberen te overtuigen dat ze wel goed konden voetballen.”

In 1969 werd het werk van Peeters bekroond met de ‘dubbel’, Feyenoord veroverde zowel de landstitel als de beker. Dit succes betekende echter ook het einde van Peeters als trainer van het eerste elftal. Vreemd misschien, maar niet volgens Peeters. „Het hoort bij ons vak. Het is in prettig overleg gebeurd. Je moet het gewoon als een zakelijke kwestie zien.”

Peeters werd opgevolgd door de Oostenrijker Ernst Happel, onder wie Feyenoord in 1970 de Europa Cup en de wereldbeker won. Peeters vertrok echter niet direct bij de club, maar ging als assistent van Happel bij de jeugdopleiding aan de slag. „Wie mij kent weet dat ze me pijn hebben gedaan, maar zelfs toen wilde ik nog niet naar een andere club”, reageerde Peeters jaren later in een interview in het AD. Hij bleef nog twee jaar bij Feyenoord en trainde daarna nog NAC en Excelsior voordat hij het afscheid nam van het voetbal.

Peeters werd vaak omschreven als een goed en vriendelijk mens. Toch irriteerde het hem ook wel eens dat zijn goedmoedigheid altijd werd benadrukt. „Bij mij praten ze altijd over de manier waarop ik werk en nooit over de dingen die ik ermee bereik. Er is te zelden erkenning voor de prestaties die ik heb geleverd.”