Christen en onderzoeksjournalist

Geertjan Lassche (31) maakt onthullende reportages en documentaires voor actualiteitenrubriek Netwerk. De christelijke achterban van de EO is daar niet altijd even blij mee.

Op de EO-redactie van Netwerk vormt het bureau van Geertjan Lassche een soort eilandje, zegt hij: de afdeling langlopende projecten. Op dat eilandje werkt Lassche (31) met zijn research-assistent Eliza Bergman aan onderzoeksdocumentaires. Twee van die verhalen zijn nu genomineerd voor ‘De Tegel’, de jaarlijkse vakprijs voor de journalistiek die op 20 mei wordt uitgereikt.

Waarom maak je graag documentaires die zo veel tijd kosten om te produceren?

„Als het gaat om een goed verhaal bijt ik me er graag in vast. Op het ministerie van Defensie ging eens een mail rond waarin voorlichters waarschuwden voor „pitbull Lassche”. Toch ligt het anders, ik gebruik juist een soort tact. Ik heb geleerd dat mensen het waarderen als je hen niet onder druk zet. Ook nu probeer ik al twee jaar lang een bron over de streep te trekken, zo nu en dan informeer ik voorzichtig of hij wil meewerken. Het kost tijd, maar als het lukt, heb ik een megaverhaal.”

Je krijgt veel tijd en ruimte van de EO om lange reportages te maken.

„Daarom ben ik ook extra blij met de nominatie voor De Tegel: ik zie het vooral als een erkenning voor mijn werkgever, die onvoorstelbaar veel geld investeert in grote projecten, tegen de trend in. De overheid maakt een fout door de publieke omroep te dwingen om met goede kijkcijfers te komen: een boek is toch ook niet pas ‘goed’ als het goed wordt verkocht? Je kunt niet elke dag Joran-tv hebben.”

Je EO-collega’s van Netwerk raakten afgelopen maand in een handgemeen met een plastisch chirurg. Is de onderzoeksjournalistiek bij de EO harder aan het worden?

„Het is niet mijn stijl, dat is alles wat ik er over wil zeggen. Ik houd zelf van rustig interviewen; ik licht een tegel en dan ga ik door tot de ziel van het verhaal.”

Hoe is het om journalist te zijn bij een evangelische omroep?

„Ik ben zelf overtuigd christen. Hooguit zal mijn christelijke achtergrond me dwingen om integer te zijn. Ik geloof niet in christelijke journalistiek, ik voel me gewoon journalist die een christelijke achtergrond heeft.”

In 2007 maakte je een documentaire over zendingswerk bij de Papoea’s.

„Natuurlijk ben ik misschien wel extra geïnteresseerd in de verschillende aspecten van christendom. Ook in de extremen. Het leek me intrigerend een verhaal te maken over wat zendelingen doormaken als ze in een vreemd land hun boodschap willen verkondigen.”

Het idealistische werk dat zendingsechtpaar Van den Beek sinds 1996 in Irian Jaya verrichtte, liep uit op een fiasco: ze werden bedreigd en verjaagd door de Papoea’s. In de film vertellen ze over de nare ervaringen, die een interessant inkijkje geven in evangelisch zendingswerk.

Hoe viel dat bij de EO?

„Het lag best gevoelig. Sommige mensen vonden het irritant om te zien, omdat het onderwerp zo dichtbij jezelf komt. Ik vind dat je dat niet uit de weg moet gaan. Ik zou het prettig vinden als de EO transparant is over wat christenen fout hebben gedaan in het verleden, ook de extremen in beeld durft te brengen en durft te erkennen wie we zijn. Overigens was EO-directeur Henk Hagoort laaiend enthousiast, het waren vooral beleidsmensen bij zendelingenorganisaties die mijn film zagen als een aanval op hun werk.”

Speelt ijdelheid ook een rol als je dit soort verhalen wilt maken?

„Ik wil altijd met iets bijzonders komen, iets wat anders is dan andere documentaires. Natuurlijk wil je daar erkenning voor. Maar ik hoef niet de bevrediging van een snelle deadline; ik wil een verhaal bouwen. Het liefst ga ik aan de slag op een terrein dat in de schaduw ligt, dat niet zo veel aandacht krijgt.

Nu ben ik bezig met een spannend verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Een prachtige casus, waar ik een half jaar mee bezig ben en waarvan ik nu al weet dat het zeldzame televisie gaat opleveren.”