Barack Obama’s taaie strijd met de ‘Clintonites’

De campagne van Hillary leunt sterk op de hulp van het Democratische partijapparaat. Maar de afkeer van de ‘Clintonites’ groeit: ervaringen van een staatsman in Washington en een werkloze in Indiana.

Aanhangers van Barack Obama gaan langs de deur met folders van hun kandidaat. De staten North Carolina en Indiana houden vandaag Democratische voorverkiezingen. Foto AFP Supporter Democratic presidential hopeful Sen. Barack Obama (D-IL) Harvey Cannon canvasses neighborhoods on May 5, 2008 in Wilmington, North Carolina. Voters in Indiana and North Carolina go to the primary polls May 6. Logan Mock-Bunting/Getty Images/AFP =FOR NEWSPAPERS,INTERNET,TELCOS AND TELEVISION USE ONLY= AFP

Supergedelegeerde Baron Hill is in een openhartige bui. In New Albany, in het conservatieve zuiden van Indiana, heeft hij zojuist vrijwilligers van Barack Obama opgepept om een extra rondje langs de deuren te maken.

Vorige week verraste het Congreslid het partijapparaat in Indiana – waar vandaag, net als in North Carolina, voorverkiezingen zijn. Hij gaf zijn steun aan Obama, de dag nadat Obama opnieuw in problemen kwam door zijn dominee.

Hill, een voormalige topbasketballer (samen met de legendarische Larry Bird werd hij opgenomen in de Indiana Basketball Hall of Fame), vertelt dat Obama bijna op zijn knieën ging voor hem.

„Barack belde mij en zei: ‘Baron, luister, ik heb het héél moeilijk door die dominee. Dit haalt mij neer. Jouw steun kan mij hier doorheen helpen’.”

De dankbaarheid van Obama stond in schril contrast met de reacties uit het kamp van Clinton. Honderden woedende e-mails trof Hill de volgende ochtend in zijn mailbox: hij had Hillary verraden, juist nu de kansen leken te keren. „Wij hebben in de staat nu eenmaal de situatie”, verzucht Hill, „dat het partijestablishment op de hand van Clinton is.”

Het is een patroon dat zich in de meeste grote staten voordoet. Hoewel Barack Obama ruim voorstaat in de race om de Democratische nominatie, kan Hillary Clinton nog bijna overal rekenen op de support van het partijapparaat.

Zo boekte ze haar laatste twee grote zeges, in Ohio en Pennsylvania, mede dankzij de actieve steun van de Democratische gouverneur. Niet alleen kon Clinton daardoor leunen op een winnende campagneorganisatie, ze beschikte zo ook over de adressen van alle Democratische stemmers, die cruciaal zijn in een Amerikaanse campagne.

Via een techniek die micro targeting heet kan met die adressen van elke burger het koop- en leefgedrag in kaart worden gebracht, zodat vrijwel exact is vast te stellen wat een individuele kiezer beroert.

In Indiana en North Carolina heeft Clinton opnieuw dit voordeel. In North Carolina kan ze rekenen op de gouverneur, terwijl in Indiana, dat een Republikeinse gouverneur heeft, zijn Democratische voorganger Clinton ondersteunt.

Daaronder bevinden zich tientallen benoemde functionarissen die hun baan danken aan de Clintons, ook wel ‘Clintonites’. Het verklaart voor een groot deel de impasse in de strijd, zegt Baron Hill. „De benoemde functionarissen doen er alles aan dat Clinton wint: hun baan is ervan afhankelijk.”

Maar er is ook onvrede over het partijapparaat dat onder de Clintons is ontstaan. Joe Nelson (55) komt uit Kokomo, Indiana, een vakbondsstadje met veel oude industrie dat in de jaren negentig zijn hart verpandde aan Bill Clinton. Om die reden is Hillary er veel populairder dan Obama, zegt Nelson achter een beker slappe koffie in het lokale vakbondscafé, de Windmill Grill.

In de fabriek waar hij sinds 1986 werkte, een toiletpottenfabrikant, werd hij drie jaar terug gekozen tot vakbondsvoorzitter. Eervol maar ondankbaar werk. Kokomo is ook een stad met een gruwelijke traditie: in 1923 werd er met 200.000 bezoekers de grootste bijeenkomst uit de historie van de Ku Klux Klan gehouden.

En Nelson kreeg op zijn vakbondskamertje klachten van zwarte werknemers die via een truc minder betaald kregen dan hun blanke collega’s. Hij klaagde bij de directie. Korte tijd later meldden zwarte collega’s seksuele avances van hun blanke baas. Opnieuw diende Nelson een klacht in.

De periode daarna werd Nelson viermaal berispt wegens on-disciplinair gedrag. Drie seconden te laat, vlekken op zijn overall; dat werk. Hij werd ervoor ontslagen. Zijn vrouw was razend, en wilde dat hij excuses aanbood en het bondswerk stopte. Nelson weigerde.

Hij zocht steun bij de overkoepelende bond. Die gaf niet thuis. Hij vroeg hulp van Democraten, de partij die hij al zijn hele leven steunt. Ook niet thuis. Dezelfde mensen die je de laatste tijd overal ziet om campagne voor Clinton voeren, zegt hij, hadden toen geen belangstelling voor zijn zaak. „Zij werken voor de macht, niet voor de mensen.”

Nelson stapte naar de rechter, en won. Hij kon zijn vakbondswerk hervatten. Begin 2006 werd het hem duidelijk dat de eigenaar van de fabriek, een familie in Chicago, de productie wilde overbrengen naar China. De staat had kort ervoor de belasting op de opslag van goederen afgeschaft, de fabriek zou voortaan dienst doen als bergplaats. Hij vroeg de vakbond om extra steun. Het zat er niet in. Hij smeekte de partij in actie te komen. „Dat was hun werk niet, zeiden ze.”

Eind vorig jaar, 2 december 2007, sloten de poorten definitief. Joe Nelson raakte diezelfde dag zijn pensioen, levensverzekering en ziekteverzekering kwijt. In een oude Cadillac rijdt hij van het vakbondscafé naar de fabriek, een lelijke metaalblauwe hangar in een woonwijk. Het weerzien is emotioneel. Met trillende stem wijst hij op de parkeerplaats naar containers met Chinese tekens. „Daar zette ik vroeger mijn auto neer.”

Toen een week of zes geleden duidelijk werd dat Indiana, voor het eerst in veertig jaar, van belang zou zijn in de voorverkiezingen, werd hij benaderd door de partij: wilde hij de campagne van Hillary helpen? Vooruit maar, dacht hij. „Alles beter dan Bush.”

Twee dagen later belde het campagneteam van Obama. Voor het eerst in jaren had iemand het geduld om het hele verhaal aan te horen, en na een uurtje praten zei de mevrouw: wil je soms samen met Barack optreden? Daarna kwam voor het eerst in Joe Nelson op dat hij niet verplicht was op Hillary te stemmen. Dat Obama voor hem, als blanke man, ook een optie was. „Ik had er nooit bij stilgestaan.”

En zo gebeurde het dat Joe Nelson twee weken geleden met een gepassioneerd betoog Barack Obama introduceerde in een volgepakte zaal – 14.000 man – in Kokomo. Niet alleen nam Obama tijd voor hem, ook zijn mensen bleken anders dan de huidige partijelite: „De Obama-mensen willen weten wat jij denkt, de Clinton-mensen willen dat jij doet wat zij willen.”

Als supergedelegeerde Baron Hill zijn gesprekje met deze krant heeft afgerond, komt Lee H. Hamilton bescheiden langslopen. Hier in New Albany is hij een halfgod, er is zelfs een stuk snelweg naar hem genoemd. Sinds hij in 1998 na dertig jaar uit het Congres vertrok, kreeg hij ook nationaal erkenning als staatsman: eerst was hij medevoorzitter van de commissie die 11 september onderzocht, daarna van de Studiegroep Irak.

Met de Clintons bleef zijn relatie koel. Ze vonden hem te gematigd. En Clintonites verweten hem dat hij met zijn werk in de grote commissies Republikeins falen meehielp te verdoezelen. Hamilton kwam in de periferie van de partij terecht, zozeer dat hij niet eens de status van supergedelegeerde heeft. Zijn steun aan Obama is dan ook vooral hoop op een ander soort leiderschap. „Het gaat wat mij betreft om stijl, toon en beoordelingsvermogen.”

Maar de strijd met het oude partijapparaat is taai. „De Clintons hebben een formidabel netwerk opgebouwd toen Bill president was.” De snijdende kritiek die Baron Hill vorige week van het apparaat kreeg, zegt alles. „Je moet moed hebben tegen het apparaat op te staan. Maar zijn steun aan Obama is ook een teken dat er verandering op komst is.”

Kijk maar om je heen, zegt Hamilton. Benoemde functionarissen vechten voor Clinton, volksvertegenwoordigers kiezen Obama. „Het partijapparaat heeft niet tegen kunnen houden dat bijna alle burgemeesters in Indiana achter Obama staan. Wie de kiezer onder ogen moet komen, heeft een voorkeur voor Obama. Dat zou de Clintons tot nadenken moeten stemmen.”

Meer over de voorverkiezingen, met vannacht de eerste uitslagen, via: nrc.nl/race08