Amerikaanse olie boven 120 dollar

De prijs van ruwe olie bereikte vandaag opnieuw een record, nadat eerder deze week het symbolische plafond van 120 dollar per vat was doorbroken. Vanmorgen telden handelaren in Londen voor een vat (159 liter) ruwe Amerikaanse olie 120,58 dollar neer. Een vat Brent- of Noordzee-olie noteerde 117,15 dollar.

Ook de prijzen van toekomstig te leveren olie – de zogenaamde olie-futures – gingen de hoogte in. Een vat ruwe Amerikaanse olie dat in juni wordt geleverd, noteerde deze ochtend even 120,93 dollar, een nieuw record. Termijncontracten op ruwe Brent bereikten de recordprijs van 119,07 dollar.

Die hogere prijzen voor olie-futures wijzen erop dat handelaren verdere stijging verwachten. Tot vijf jaar terug waren de oliemarkten in New York en Londen nog het exclusieve domein van petroleumbedrijven en andere commerciële partijen. Nu hebben zij nog naar schatting tweederde van de markt in handen. Een bont gezelschap van speculanten en beleggers – zoals internationale zakenbanken, hedgefondsen en pensioenfondsen – heeft zich bij hen gevoegd.

Als verklaring voor de recente prijsstijging wijzen analisten op de bevoorradingsmoeilijkheden in Iran en Nigeria. Handelaren verwachtten een verhoging van de olieproductie van Iran, mits dat land toestemming aan meer inspecties van zijn nucleaire installaties gaf. Maar het land weigerde dit. In Nigeria diende Shell zijn dagelijkse productie met 164.000 vaten terug te brengen, nadat stakingen en aanslagen de toevoer hadden ontregeld.

Onzekerheid over de olieproductie in landen van een dergelijk strategisch belang – Iran en Nigeria zijn respectievelijk de vierde en achtste olie-exporteur ter wereld – zorgt voor toenemende onrust en speculatie in de markt. Er is niet alleen de stijgende olieprijs. De combinatie van dit fenomeen met de exploderende marktwaarde van diverse basisgrondstoffen – van metaal tot voedsel – zijn een belangrijke zorg geworden van centralebankiers.

Donderdag komen de Europese Centrale Bank en de Bank of England bijeen om hun rentepolitiek te bepalen. Waarnemers verwachten dat beide instellingen het tarief van respectievelijk 5 en 4 procent onveranderd zullen laten, om verdere inflatie in te dammen.

Met de Amerikaanse economie op het randje van recessie en het risico dat deze overslaat naar Europa, wordt de beslissing van de centrale banken door investeerders met argusogen gevolgd.