Zelfs in de gemeenteraad van Wassenaar is schelden nu bon ton

De politieke nieuwkomer Wat Wassenaar Wil drukte de oppermachtige lokale VVD in de oppositie. „Er wordt niet meer geluisterd naar houtsnijdende argumenten.”

Gekissebis, verbale knokpartijen en leugens. Welkom in Wassenaar. Het als chic bekendstaande dorp maakt kennis met partijpolitiek op het scherp van de snede.

Sinds mensenheugenis heerst de VVD in Wassenaar en twee keer hadden de liberalen zelfs de absolute meerderheid. De rolverdeling was duidelijk en partijpolitiek was daardoor nooit echt een issue. Tot twee jaar geleden. Toen was daar opeens Wat Wassenaar Wil (WWW), dat uit het niets zes raadszetels veroverde. De VVD leverde vijf van de elf zetels in en raakte de absolute meerderheid kwijt. Ook belandde de partij voor het eerst in de oppositie.

Arie van der Lee, oud-burgemeester van Rijnsburg en na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 informateur in Wassenaar, herinnert zich zijn opdracht nog goed: een college zonder de VVD. In de campagne had WWW zich hard afgezet tegen die partij. De VVD had volgens WWW onverantwoord veel geld uitgegeven aan grote projecten als een nieuw zwembad, winkelcentrum en bibliotheek. Bovendien zou het gemeentebestuur niet naar de burgers hebben geluisterd.

Volgens Van der Lee, die later op het verzoek van WWW inging om namens die partij wethouder te worden, was het nodig „dat er in Wassenaar eens een steen in het water werd gegooid”. Want, vond hij, stilstaand water, dat gaat stinken.

„Het is nooit goed voor een democratie als één partij de absolute meerderheid heeft”, zegt Van der Lee. Hij zag dat ook in Naaldwijk, waar hij zijn politieke carrière als raadslid begon. Zijn eigen CDA had er sinds jaar en dag de absolute meerderheid. „De ene keer werd de PvdA gevraagd mee te doen en een andere keer de VVD. Maar uiteindelijk waren wij het toch die alles beslisten.”

Dat werd ook de Wassenaarse VVD verweten. „Bij de VVD heerste een beetje de cultuur van: wij weten wel wat goed is voor de burgers”, zegt Henk Goulooze, voorzitter van het Wassenaars Sportcontact, de koepel van alle sportclubs in het dorp. Volgens Van der Lee zat de onvrede daarover diep bij de Wassenaarders. „WWW is een gevolg van die onvrede.”

De gepensioneerde bankier Michiel Rahusen was naar eigen zeggen een „actief inspreker”. Dat ontging ook de VVD niet, die Rahusen vroeg raadslid voor de partij te worden. Maar toen hij op een onverkiesbare plaats zou terechtkomen, besloot Rahusen na ruim een half jaar zijn lidmaatschap op te zeggen. Kort voor de verkiezingen richtte hij Wat Wassenaar Wil op. Die partij haalde, verrassend, evenveel zetels binnen als de VVD. Een van de belangrijkste doelstellingen van WWW is burgers meer bij de besluitvorming te betrekken.

Slaagt de partij in die doelstelling? Halverwege de raadsperiode merken veel Wassenaarders een verandering. „De lijntjes zijn nu korter”, zegt Henriette Jacobs van de buurtvereniging Kerkehout en Omgeving. Ook andere wijkverenigingen vinden dat er beter naar hen wordt geluisterd.

Critici zeggen dat WWW weliswaar meer betrokkenheid toont, maar dat echte verandering vooralsnog is uitgebleven. Fractievoorzitter Rahusen vindt dat er het nodige is veranderd. Achterstallig onderhoud wordt aangepakt en de onroerendezaakbelasting (ozb) stijgt niet meer jaarlijks. Maar hij betreurt dat de reorganisatie van de gemeente nog niet is afgerond. „Het is een taai en langzaam proces.”

WWW en VVD botsen regelmatig, zowel in de gemeenteraad als in de lokale pers. Onderwerp van de laatste polemiek was geld. WWW zou volgens voormalig VVD-wethouder en locoburgemeester Else van Dijk-Staats de reserves van de gemeente opmaken en geld lenen om de begroting sluitend te maken. De voor financiën verantwoordelijke wethouder Van der Lee zegt dat hij wel móét lenen om de onder de VVD begonnen projecten te kunnen betalen.

Van Dijk-Staats geeft toe dat er onder haar partij veel geld is uitgegeven. Maar die uitgaven, voor de renovatie van schoolgebouwen bijvoorbeeld, waren noodzakelijk en pasten binnen de begroting. Ze vindt het niet terecht dat de VVD „nu van alles de schuld krijgt” en wijst erop dat de VVD altijd colleges vormde die een afspiegeling van de raad waren. „Er wordt vergeten dat de meeste besluiten door de hele raad werden gesteund.”

Zowel WWW als VVD schuwt harde woorden niet. Aperte leugens, potverteren en wanbeleid zijn slechts een aantal van de verwijten. „Dat scheldkanonnades tegenwoordig bon ton zijn in de politiek, merk je nu ook in Wassenaar”, zegt Henk Goulooze van het Wassenaars Sportcontact. Volgens hem zijn Wassenaarders niet gediend van die „verbale knokpartijen”. Openlijk ruziënde politici zijn niet goed voor het imago.

Ook lekken politici vaker naar de pers. Eén kwestie haalde de landelijke media. De opknapbeurt van de ambtswoning van de afgelopen zomer aangetreden burgemeester Jan Hoekema – voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog niet van VVD-huize, maar van D66 – viel ruim drie ton duurder uit dan gepland. Wethouder Van der Lee meldde dat in het presidium van de raad. Wat daar besproken wordt, dient geheim te blijven, maar het kwam toch naar buiten.

Er is kritiek op de wijze waarop de VVD oppositie voert. Het is te veel op basis van grote woorden en te weinig op basis van argumenten, vindt CDA-fractievoorzitter Meindert Stolk. VVD-raadslid Henk de Greef is het daar niet mee eens. Volgens hem zijn harde woorden soms nodig. Bovendien blijft het daar niet bij. „We keuren ook begrotingen af.” Else van Dijk-Staats vermoedt dat de partijpolitiek in Wassenaar te belangrijk is geworden. „Er wordt niet meer geluisterd naar houtsnijdende argumenten van de VVD.”

Er zijn ook inhoudelijke verschillen tussen WWW en VVD. Over de fietstunnel onder de Rijksstraatweg bijvoorbeeld. De hele raad toonde zich voorstander, behalve WWW. Het gebeurt volgens Henk de Greef wel vaker dat WWW anders stemt dan de overige coalitiepartijen. „Ze zijn erg kritisch. Het is een soort tweede oppositiepartij.” Michiel Rahusen vindt dat geen probleem. „Wij hebben bepaalde punten uitgesloten van het coalitieakkoord. Daarover moet in de raad gediscussieerd worden en niet in de achterkamertjes.”