Voorzichtige dialoog over hulp na cycloon

Cycloon Nargis heeft zaterdag ‘een enorme ramp’ veroorzaakt in Birma. Internationale organisaties die willen helpen moeten de junta voorzichtig tegemoet treden.

Bij grote natuurrampen duurt het vaak dagen voor de omgang van de schade bekend is en de noodhulp op gang komt, maar in Birma is dat proces moeizamer dan elders. De junta, naar binnen gekeerd en geplaagd door westerse sancties, zal de regie niet makkelijk uit handen willen geven aan internationale hulporganisaties.

Vanmorgen had het regime nog niet gereageerd op het aanbod van de Verenigde Naties om een hulpoperatie op touw te zetten. Inmiddels is wel duidelijk dat de schade van Nargis, een cycloon van de derde categorie, groot is. Richard Horsey van de VN-organisatie voor humanitaire hulp OCHA, sprak vandaag in Bangkok tegenover persbureaus van een „enorme ramp”. „Hoeveel mensen er getroffen zijn? We weten dat het in de zes cijfers loopt. We weten dat honderden duizenden onderdak en schoon drinkwater nodig hebben, maar nog niet hoeveel honderden duizenden.” In de vijf getroffen regio’s wonen 24 miljoen mensen.

Birma heeft weinig ervaring met grote natuurrampen; de laatste keer dat er meer doden vielen dan zaterdag was bij een orkaan in 1968 (1070 doden, 90.000 getroffenen). Oudere inwoners van Rangoon hebben in hun leven niet zoveel schade gezien, meldt het onafhankelijke tijdschrift The Irrawaddy, dat vanuit Thailand wordt gemaakt, maar met verslaggevers in Birma werkt.

In twee andere Aziatische landen met autoritaire regimes, China en Noord-Korea, worden bij de aankondiging van een cycloon soms miljoenen burgers door het leger gedwongen geëvacueerd. Bij Nargis was dat niet het geval, maar dat was ook niet goed mogelijk omdat de cycloon op het laatste moment van koers is veranderd. Donderdag stevende hij nog af op de zuidoostkust van Bangladesh, dat in november getroffen werd door cycloon Sidr, met duizenden doden tot gevolg. Vrijdagmiddag meldden Bengaalse meteorologen dat Nargis Birma vol zou treffen, waarop het regime de Birmezen opriep om binnen te blijven. Dat heeft waarschijnlijk veel mensenlevens gespaard.

In Birma zijn minder hulporganisaties permanent gevestigd dan in de buurlanden. Per hoofd van de bevolking ontvangt het jaarlijks 1,61 euro aan internationale hulp, tegenover 30,35 euro in Cambodja en 40,69 in Laos. Twee jaar geleden besloot de junta dat ontwikkelingswerkers een reisvergunning en een offciële escorte nodig hebben als zij op veldbezoek willen. Ook werden de regels voor hulptransporten aangescherpt.

De internationale organisaties die nu proberen de rampgebieden te bereiken moeten met die beperkingen werken. Het is niet anders, zei het regionale hoofd van OCHA, Terje Skavdal, vandaag tegen de pers. „De meeste organisaties werken met Birmese werknemers, die meer bewegingsvrijheid hebben. We zullen een dialoog voeren met de regering om te proberen met de getroffen mensen in contact te komen.” Gisteren ontmoetten VN-medewerkers de minister van Sociale Zaken. „Er zijn aanwijzingen dat hulp wordt toegelaten, maar de voorwaarden zijn nog onduidelijk”, aldus Skavdal. „Ik denk dat het een positief signaal is. Zolang we in dialoog zijn is het goed.”

Het is nog onbekend wat de schade aan de oogst is in de Irrawaddy-delta, het zwaarst getroffen gebied en de rijstkom van Birma. In Bangladesh haastten de boeren zich vorige week om hun boro-rijst binnen te halen, de variant die verbouwd wordt in het droge seizoen. Birma was daar niet op voorbereid. Het Wereldvoedselprogramma heeft 500.000 ton aan rijstvoorraden in het land, maar niet nabij Rangoon. Het Internationale Rode Kruis meldde vanmorgen dat de junta hen geen restricties heeft opgelegd voor de invoer van hulpgoederen.

Inwoners van Rangoon begonnen gisteren met hulp van de monniken aan het leegruimen van de straten, die bezaaid liggen met puin. Volgens The Irrawaddy beklaagden sommigen zich dat het 400.000 man sterke leger zich alleen bekommerde om de straten waar de elite woont.

Het referendum over een nieuwe grondwet gaat zaterdag door, meldde de door de regering gecontroleerde krant Myanma Ahlin vandaag: „De mensen verlangen ernaar te kunnen stemmen.” Het regime in de hoofdstad Naypyidaw heeft de grondwet opgesteld als onderdeel van een ‘routekaart naar democratie’, maar er is veel kritiek op de ontwerptekst. Daarin wordt oppositieleidster Aung San Suu Kyi verboden zich verkiesbaar te stellen en wordt een kwart van de parlementszetels voor het leger gereserveerd. Als de bevolking ontevreden is over de hulpverlening door de junta, kan zij dat zaterdag officieel kenbaar maken.