Verblotekonten

Vorige week kwamen in deze rubriek twee woorden aan bod – vervettekonten en ongenuitig – en één uitdrukking: dit is het laatste van Cuba.

Ik dacht dat over vervettekonten het meeste wel was gezegd, maar er is toch nog meer. Ik schrijf deze rubriek al een aantal jaren, maar ik blijf me verbazen over de ongelooflijke rijkdom van onze taal. Vooral op het gebied van de informele taal blijft er van alles te ontdekken, zoals bij vervettekonten.

Dit woord wordt gebruikt in de uitdrukking het kan me niet vervettekonten voor ‘het kan me niks schelen’. Veel gangbaarder blijkt echter: het kan me niet verblotekonten, in dezelfde betekenis. Die uitdrukking is me door tientallen lezers toegestuurd, en blijkt – al sinds het begin van de 20ste eeuw – in grote delen van Nederland bekend te zijn.

Door verblotekonten werd vervettekonten mij opeens duidelijk. Aanvankelijk dacht ik dat het werkwoord vervetten de basis was, maar het fundament is simpelweg vette kont.

Vooral bij grove taal hebben we de neiging om er steeds een schepje bovenop te doen. Dat is ook het geval bij deze uitdrukking. Ver-blote kont is hier en daar aangedikt tot ver-vette kont, maar er blijken nog ‘sterkere’ varianten in omloop, zoals het kan me niks verblotepoepekonten (Twente, omstreeks 1925), het kan mij niks verkrommekonten (Rotterdam, omstreeks 1945) en – de ‘uitgebreidste’ – wat kan mij het verblote-vette-meiden-konten. „Deze uitdrukking”, schreef een lezeres, „gebruikt mijn man (61) al zolang ik hem ken (28 jaar). Niet dagelijks natuurlijk, dan zou ik hem in contact brengen met een psychiater.”

Over ongenuitig, dat ‘dwars, humeurig, ontevreden’ betekent, is een kleine discussie losgebarsten in de weblogversie van deze rubriek. Conclusie is dat het hoogstwaarschijnlijk een klankvariant is van ongeneugtig, dat afgeleid zou kunnen zijn van ongeneugte, dat ‘verdriet, smart, misnoegen, ongenoegen’ betekent. Ongenuitig blijkt al over oude papieren te beschikken. Het werd in 1856 door T.H. Buser opgetekend in het Nieuw Nederlandsch Taalmagazijn, in een lijst met Overijsselse dialectwoorden. Een paar lezers bleken het nog te kennen, maar het lijkt op sterven na dood.

Tot slot het laatste van Cuba, een uitdrukking die een lezer kende van zijn moeder, geboren in 1870, als aan tafel de laatste portie werd uitgeserveerd. Deze uitdrukking gaat stellig terug op de oorlog tussen de VS en Spanje in 1898. Aanleiding tot deze oorlog was een opstand in Cuba, die door de VS werd gesteund. Dit leidde tot een ‘kleine oorlog’, zoals het in de literatuur heet, maar wel eentje die voor Spanje grote gevolgen had. Spanje verloor namelijk al zijn koloniën: niet alleen Cuba en Puerto Rico, maar ook diverse eilanden in de Grote Oceaan, en de Filippijnen (Spanje werd gedwongen de Filippijnen voor twintig miljoen dollar aan de VS te verkopen; we bevinden ons hier in de bloeitijd van het imperialisme, toen supermachten nog landen ruilden of verkochten).

In Spanje werd dit alles als een nationale ramp ervaren, wat we terugzien in de uitdrukking más se perdió en Cuba (‘méér ging er in Cuba verloren’) voor ‘het had erger gekund’.

Hoe dit precies heeft geleid tot het laatste van Cuba voor ‘de laatste portie’ is nog niet opgehelderd, maar zonder twijfel ontstond de uitdrukking in die jaren.

Ewoud Sanders